maandag 30 maart 2009

donderdag 26 maart 2009

Uit de verte!



Men vraagt zich af waar de schrijver zijn inspiratie haalt. Wel, om voor mijn geval eens uit de biecht te klappen, ik haal die uit de verte.

“Uit de verte?” hoor ik u monkelen, “wel heb ik ooit!”

Tja, ik kan het ook niet helpen dat u daar niet zelf bent opgekomen. Maar troost u, zo gemakkelijk is het nu ook weer niet. Gewoonlijk hoef ik maar uit mijn dakvenster te kijken en in de verte speelt zich dan wel iets af dat het noteren waard is, of dat mij op zijn minst op een of ander idee brengt. Zo zal ik u binnenkort misschien verhalen over die vier moordenaressen! Maar de laatste tijd, het ligt aan mijn ogen zeggen mijn huisgenoten, zie ik almaar minder goed wat er in de verte gebeurt. Het lijkt wel of de verte zich verwijderd heeft! En ik vertik het om met een verrekijker te turen, want daar krijg ik schele koppijn van. Als deze evolutie zich bestendigt zal ik uiteindelijk gedwongen worden ermee op te houden, of, want dat is ook een mogelijkheid, moeten overwegen het te gaan hebben over wat er zich onder mijn neus afspeelt, en dat wordt moeilijk, zowel voor mijzelf, want ik heb nooit oog gehad voor wat zich onder mijn neus afspeelt, als voor mijn naasten: ik schrijf namelijk altijd de waarheid!

En dat er zich onder mijn neus verschrikkelijke dingen afspelen spreekt vanzelf.

woensdag 25 maart 2009

Mannen onder elkaar



Laten we er geen gewoonte van maken, maar wij, mannen onder elkaar, weten zulke dingen wel te smaken!

dinsdag 24 maart 2009

Het gloeien



Drie of vier keer per jaar, meestal in kille periodes, word ik getroffen door een oude, maar desalniettemin mysterieuze aandoening. Het gloeien, zo noem ik het als ik mijn dokter contacteer.

“Dokter, het gloeien is weer begonnen!”

Het gloeien begint steevast rond mijn scrotum en breidt zich langzaam uit over heel mijn lichaam. Na twee uur gloei ik dan van kop tot teen.

“Jan, je gloeit weer,” zegt mijn vrouw dan meestal eenvoudig en gaat in de logeerkamer slapen, met medeneming van de deken die voor mij op die momenten toch te warm is. “Ik kan de hitte niet aan,” zegt zij achteraf steeds alsof zij zich hoort te verontschuldigen.

De volgende ochtend is alles weer normaal en gloei ik weer een hele poos niet meer.

Het komt en gaat dus, het gloeien.

zondag 22 maart 2009

Over Amanda, een meisje in mijn droom



Ik droomde dat ik mij samen met mijn vrouw (van wie ik zielsveel hou, dat spreekt vanzelf, maar ik zeg het toch maar) in een ons onbekende, maar niettemin zeer somptueuze kamer bevond. Ineens besefte ik dat de dame met wie ik blijkbaar enorm goed overeen kwam echter niet mijn vrouw was, maar iemand anders, iemand mij totaal onbekend, en dat net nà dat ik mijn rechterhand zo had geschoven dat die zich ergens bevond waar ik in wakkere omstandigheden normaal mijn handen thuis hou. Nu goed, het was maar een droom en zeker niet onaangenaam want ook haar handen kenden geen schroom.
“Een condoom, nu!” riep Amanda, want zo heette zij (in een droom komen namen gewoon vanzelf).
“Ik gebruik nooit condooms,” antwoordde ik, “toch niet in dromen die met mijn vrouw beginnen!”
“Geen probleem, ik heb er hier een!” Het was haar grootvader die in deze droom blijkbaar de rol van acute probleemoplosser speelde.
“Dank je wel,” schreeuwde ik boven een van de Kindertotenlieder van Mahler uit, die uit de intercom schalden, uit beleefdheid, maar ik geef eerlijk toe dat ik liever had gehad dat hij er geen bij had gehad. Maar u kent het waarschijnlijk ook wel: een droom beheers je niet helemaal.
Er liep evenwel iets mis, ik ben hondstrouw aan mijn vrouw en wij gebruiken onder ons geen condooms, zodat ik geen ervaring heb met die dingen. Het rook nogal fruitig en toen ik het iets dichter bij mijn neus bracht om de geur te herkennen, liet ik het vallen, zodat het helemaal in de diepte naast ons bed verdween, want dat bleek ineens op kilometershoge poten te staan. Ja, zo kan dat natuurlijk gaan in een droom. Ik stel mij daar geen vragen meer bij.
Onvervaard dook ik het achterna, want ik wilde Amanda en mezelf niet teleurstellen. Deze onverschrokkenheid bracht mij echter dieper en dieper in mijn eigenlijke zelf. Hoe dieper ik kwam hoe meer ik aspecten van mezelf tegen kwam: leugenachtigheid, halfslachtigheid, besluiteloosheid, gemakzucht, perversie, steel- en behaagzucht, spilziekte, enzovoort. Mijn goede kanten kwamen in deze droom met Amanda blijkbaar niet aan bod. Mijn lust om weer naar boven te klauteren, naar haar toe, nam met elke confrontatie met mezelf af. Ik dacht dat ik beter eerst op zoek kon gaan naar mijn goede eigenschappen om haar daarna meer allround te bespringen.

Dus, wanneer u dit nu leest bevind ik mij nog altijd in mijn droomwereld, op zoek naar mijn volledige zelf. Ik begrijp dat dit voor diegenen die wat praktische dingen met mij te regelen hebben niet leuk is om te vernemen, maar zelf heb ik er vrede mee. Uiteraard, anders was dit een nachtmerrie.

vrijdag 20 maart 2009

Linda, het meisje in de boom



"Mijn meisje zit in een boom," zei hij hulpeloos.
Ja, wat moest ik met die mededeling? Ik kende zelfs haar naam niet en hij ging niet in op mijn vraag hoe ze heette, anders had ik naar het park kunnen gaan en roepen:

"Linda, wees niet koppig en kom nu uit die boom."

Maar hij wauwelde wat onbegrijpelijke klachten waarmee ik ook geen stap verder kwam, dus keerde ik hem de rug toe en liep naar huis.

Onderweg zag ik haar zitten.
Heel vastberaden.

Ik vraag mij af hoe dat is afgelopen.

donderdag 19 maart 2009

Kapitein Zeppos



"Kapitein Zeppos, dàt was..."
"Kapitein Zeppos? Ben jij al zo oud?"
"Oud? Ik? Euh... waarom? Omdat ik kapi..."
"Kapitein Zeppos, dat kent toch niemand meer."
"Daarom moet je mij toch niet zeggen dat ik oud ben?"
"Maar dat ben je toch?"
"Kijk naar jezelf."

woensdag 18 maart 2009

Paard zoekt Zorro



Kattaklop-kattaklop-kattaklopp,
daar komt een paard gegaloppeerd.
't Kijkt om zich heen en spiedt en steigert furieus
en
kattaklop-kattaklop-kattaklopp
het gaat er weer vandoor,
op zoek naar de Zorro van zijn leven!

dinsdag 17 maart 2009

Fantastisch, maar niet ideaal



Vorige week ben ik, op wiens voorspraak weet ik niet, ontvoerd door buitenaardse wezens. Zij wilden weten wat dat nu precies is, een ideaal huwelijk! En zij zouden mij opensnijden om te kijken of het iets met de inborst heeft te maken als ik het hen niet vertelde. Het heeft mij alle overredingskracht gekost om hen van dat idee af te brengen.
"Is jouw huwelijk dan niet ideaal?" vroeg kapitein Zwork mij na tal van onmenselijke martelingen, tegen de middag van mijn derde dag gevangenschap.
"Maar neen, het is wel fantastisch, maar zeker niet ideaal."
Daar had hij niet van terug en toen liet hij mij vier uur lang vastgeketend hangen aan de atoomreactor van zijn ruimteschip, terwijl hij zich met Zwalla, zijn bevallige dienares en stuurvrouw terugtrok om, wat hij noemde, te confereren.
"Goed," zei hij met uitgeputte stem, "Zwalla en ik hebben geconfereerd en wij nemen genoegen met het fantastische," waarna hij mij netjes terug afzette op de hoek van onze straat, daar waar hij mij een paar dagen eerder had opgeslurpt met de opslurper van zijn ruimtetuig.
"Ik heb je nog zo gezegd niet op te scheppen over ons ideale huwelijk," was het eerste wat ik zei tegen mijn vrouw, voor ze de kans kreeg opmerkingen te maken over die rode nagelstriemen op mijn rug.

maandag 16 maart 2009

Jan is minder paarzuchtig



"Maar natuurlijk hou ik nog van je Ingrid, alleen... ben ik misschien wat minder paarzuchtig geworden."
"Je bent... minder paarzuchtig geworden?"
"Ja, dat schijnt te bestaan. Maar ik vind wel een oplossing."

zondag 15 maart 2009

Aspecten van polygamie



Mijn vrouw was nog maar net de straat uitgereden of er werd aangebeld.
"Dag mevrouw, mijn vrouw rijdt net weg," informeerde ik de dame in het deurgat snel omdat ik dacht dat het haar vriendin was.
Zij keek mij met gloedvolle ogen aan: "Ja, en ik maak van de gelegenheid gebruik om u te komen zeggen hoezeer ik uw monogamie bewonder."
"Mijn monogamie? Ja... inderdaad... monogaam ben ik wel. Dank u."
"Ikzelf heb er veel moeite mee."
Iets in mij fluisterde dat zij niet loog.
"Tja..., zo gemakkelijk is het natuurlijk niet. Iedereen krijgt te maken met ups en downs."
"Ja, maar u redt het toch maar."
"Ach," probeerde ik haar mijn monogame verdiensten in een iets of wat bescheidener licht te laten zien, "het is een keuze waar je zo goed en zo kwaad mogelijk mee leeft."
"Dat begrijp ik wel, maar een mens is maar een mens en ik ben maar een vrouw en u bent slechts een man."
"Ja, op zulke momenten kan het wel eens moeilijk worden."
"Precies, en mij lukt dat niet altijd."
"Het is ook niet makkelijk."
"Maar u bent monogaam en ik niet."
"Dat is zo, u bent inderdaad anders."
Over haar linkerschouder zag ik mijn vrouw terug komen rijden. Ik duwde het vrijpostige mens snel de deur uit en sloot die.
"Wie was die vrouw?" vroeg de mijne.
"Och, weer zo'n polygaam geïnclineerd mens."

zaterdag 14 maart 2009

De herkomst van een liniaal



Als het om linialen gaat, laat Bartje zich niet foppen:
"Vaak is het de geur die de herkomst van een liniaal verraadt!"

donderdag 5 maart 2009

Een kleine verzwijging



"Maar muizemannetje toch, wat scheelt er?"
"Ach, niets Misschientje, een kleine verzwijging, gewoon."
"Trek het je niet aan. Daar word je sterk van, wacht maar tot je eens een grote verzwijging meemaakt! Dan piep je wel anders."

woensdag 4 maart 2009

Gesprek met God (vanuit een put)



"Ik zit in de put."
"Welke put?"
Daar kon ik niet op antwoorden.
In de put zittende had ik geen zicht op eventuele andere putten en Zijn vraag was nogal ruim gesteld.
Bedoelde Hij het figuurlijk?
Of had Hij zicht op meerdere putten?
Hierover tastte ik volkomen in het duister.
Bovendien, de put waarin ik zat, was er een waar je niet zomaar uitkomt.
"Hier, in deze diepe, donkere en koude put," probeerde ik Hem te helpen.
Waarschijnlijk schrikte deze waarheidsgetrouwe beschrijving Hem af en is hij stilletjes weg gestapt, al had hij dat wel even mogen zeggen, want ik heb nog lang op een antwoord gewacht.

maandag 2 maart 2009

De holle man



Ze liep zij aan zij met een holle man.
Dat kon je niet aan hem zien, maar zij kon het wel horen.
Telkens als hij met zijn hiel de grond raakte klonk het hol vanbinnen in zijn lijf.
"U klinkt hol," zei ze zacht.
"Ja, vult u mij maar," antwoordde hij hoopvol.

zaterdag 28 februari 2009

Alma levert strijd



Een hartelijk weerzien

Om kwart na zeven werden wij door een neutraal geklede chauffeur van het Ministerie van Communicatie opgepikt in de lobby van ons hotel. Behalve wat Duits sprak de man alleen maar Pools zodat het gesprek dat ik met hem wilde voeren niet echt vlotte, terwijl Alma heel de rit zwijgend naar buiten bleef kijken. Om vijf voor acht hielden wij halt voor het Ministerie van Communicatie, waar wij werden wij opgevangen door een bode die ons met stevige passen door een wirwar van gangen en verdiepingen naar het hart van het overheidsgebouw leidde.

Aanvankelijk zag alles er heerlijk ouderwets ambtelijk Oost-Europees uit, maar vanaf een bepaald moment leek het of we een ander tijdperk betraden. De gangen waren niet meer vanillekleurig geverfd en de deuren die we passeerden niet meer donkerkleurig gevernist, ineens leek het of we doorheen metalen buizen stapten met glazen deuren aan de zijkanten, die inzage boden op hypermodern ingerichte kantoren. Uiteindelijk gebaarde onze begeleidster ons om even te wachten in een wachtkamer en zelf verdween zij doorheen een imposante dubbele deur. Kort daarop kwam ze terug en nodigde ons met een sierlijke handbeweging uit om het aangrenzend vertrek in te gaan. Zelf kwam zij niet mee binnen, maar sloot zachtjes de deuren achter ons.

Het vertrek waarin wij ons bevonden straalde een en al efficiëntie uit. Efficiëntie mèt alle voorzieningen en gemakken die efficiënt werken mogelijk moeten maken aanwezig in de vorm van ergonomisch verantwoord meubilair, verlichting, een bar met drank en versnaperingen, een groot scherm voor presentaties, enz. De man die achter het bureau zat stond op en kwam met een stralende glimlach op ons af:

"Mevrouw Zichtopzee," klonk zijn heldere bariton, "Wat ben ik blij u terug te zien."

Verbaasd keek Alma hem aan: "Toergenjew? Kapitein Toergenjew?" Toen ontsnapte haar weer haar legendarische glimlach, alsof een raadsel opgelost was, "Ik had het kunnen weten, vroeger gebruikte je ook al die codenaam Mr. Factor. Nou, dan moet het wel een heel belangrijke opdracht zijn waarvoor mijn hulp werd ingeroepen, als ook u er bij betrokken bent... maar wat zie ik?" zei Alma, een blik werpend op een enveloppe die op het bureau lag, "Het is niet langer kapitein! U bent nu kolonel! Kolonel Toergenjew. Gefeliciteerd!"

"Dat heb ik helemaal aan u te danken, mevrouw Zichtopzee," antwoordde Kolonel Toergenjew galant, "Zonder uw hulp had ik nooit het raadsel van de menseneter van Bytom kunnen oplossen."

"Neen hoor, ùw daadkracht en uw intuïtie hebben toen nog twee mensenlevens gered, anders waren het er in totaal vijftien geweest!" Alma wist hoe zij complimenten moest geven en er voor zorgen dat de gelukkige die gecomplimenteerd werd die attentie niet wegwimpelde.

Het raadsel van de menseneter van Bytom, was een misdaaddrama dat een jaar of drie eerder heel Polen in rep er roer had gezet en de val van de toenmalige regering had veroorzaakt. Ik wist er slechts van omdat er ook in onze kranten aandacht aan besteed was, maar had eigenlijk nooit geweten dat Alma Zichtopzee er bij betrokken was geweest.

Kolonel Toergenjew straalde: "Hoe dan ook, het is dank zij u dat mijn carrière van de grond is gekomen. Dat ben ik niet vergeten, en daarom dat ik hemel en aarde heb bewogen om u bij deze zaak te betrekken, want mijn intuïtie zegt mij dat wij hier niet met wat heet een normale misdaad of misdaden te maken hebben."

"Dat is wel duidelijk," beaamde Alma, als de Verenigde Naties zich zorgen maken, als hier in Polen er alles aan wordt gedaan om de aandacht af te leiden, als deze ontvangst moet verlopen in een afdeling van het Ministerie van Communicatie in Krakow en niet in Warschau... Dan durf ik te vermoeden dat deze zaak als een crisis wordt ervaren."

Het gelaat van Kolonel Toergenjew werd zakelijk: "Precies. Wij zitten met onze handen in het haar. Er zijn al veel meer mensen verdwenen dan de rapporten die u tot nu toe ontving laten vermoeden. En er is geen touw aan vast te knopen. Wij worden geconfronteerd met een dreiging die m.i. het hart van de mensheid bedreigt, alleen weten wij bij god niet van wie die dreiging uitgaat! Maar kom, gaat u zitten, ook u meneer Van Heel. Ik zal de situatie schetsen, daarna krijgt u een eigen bureau en kopieën van alle mogelijke verslagen en processen-verbaal tot op heden."




Wordt vervolgd

vrijdag 27 februari 2009

De gelogen vrouw en de verzonnen man



De gelogen vrouw en de verzonnen man hielden werkelijk zielsveel van elkaar en, nadat zij meenden zeker te weten dat de ander de ware was, beloofden zij elkaar eeuwige trouw.

Maar hoe gaat dat? Met het samenwonen rezen er wederzijdse misverstanden die wederzijdse verklaringen vereisten die, op hun beurt dan weer, hun wederzijds geloof in elkaars oprechtheid op de proef stelden en, om eerlijk te blijven, dat wederzijds geloof in elkaars oprechtheid steeds meer schade toebrachten.

"Och, jij bent toch maar een verzonnen man!" kreet zij hem dan toe.
"En jij dan? Een gelogen wijf!" meende hij dan op zijn beurt te moeten riposteren.

Met dat soort opmerkingen stelden zij uiteraard elkaars diepste wezen in vraag, tot zij niet meer begrepen waar het echt om gaat.

dinsdag 24 februari 2009

Vader en zoon



"Maar wat scheelt er nu eigenlijk?"
"Schelen? Niets. Er scheelt niets."
"Er scheelt nooit iets."

maandag 23 februari 2009

Zennewater



"Zennewater?"

De overheersing van de bleekgezichten desoriënteerde Nooit-Missende-Pijl en zijn stam nog meer dan hij ooit had vermoed.

zondag 22 februari 2009

Een aforisme van Oom Floris



De beste stuurlui staan aan wal, de minder goede moeten er nog komen of geraken er niet.

De aprilviskweker



In alle stilte bereidt de aprilviskweker zich voor op zijn hoogdag. Die komt er weldra aan...

zaterdag 21 februari 2009

Alma levert strijd



Aankomst te Krakow

Met een vliegtuig, dat feilloos elke luchtzak op het traject naar Krakow wist te vinden, kwamen wij iets na de middag toe in Krakow. Onderweg speelden wij, om niet op te vallen, galgje en deden wij luidruchtig alsof wij ruzie hadden over woorden als "tafelboener", "fietsremolieleverancier" en "buitenhuisterrasmeubelen". Volgens Alma wekte dat de indruk dat wij een ouder echtpaar waren, met geld en tijd genoeg om handen om "of all places" een citytrip te maken naar Krakow.

Wij hadden gereserveerd in Hotel Wentzl, aan de Grote Markt, onder de naam Amanda en Antoon van Geel, van Belgische nationaliteit. Samen met de sleutel van onze kamer kreeg ik een briefje toegestopt van een zekere Mr. Factor. Of wij de volgende ochtend om acht uur naar het Ministerie van Communicatie kwamen.

"Het Ministerie van Communicatie?"
"Ssshhht..." fluisterde Alma, terwijl zij de lobby rondspiedde, "Dat zal wel bij de voorzorgsmaatregelen horen."
"O!"

Nadat we elk onze koffer hadden uitgepakt, besloot Alma om een bad te nemen. Met mijn rug naar haar toe gekeerd, en zo weinig mogelijk in de spiegel kijkend, fatsoeneerde ik mijn haar en poetste mijn tanden. Daarna gingen we eten. Het was een stevige Oost-Europese maaltijd, waar Alma, die van buitenaardse afkomst is, toch stevig van genoot, zo had ik de indruk. Tussen de gangen door vertelde zij mij een en ander over Krakow. Voor een buitenaardse bleek zij er veel van af te weten.
"Krakow is ontstaan rond een natuurlijke heuvel, de Wawel, en kwam als stad tot ontwikkeling op een kruispunt van oude handelswegen: de Barnsteenroute van de Oostzee naar Rome, en de route van Byzantium naar Parijs. Op de Wawel werd een burcht gebouwd, waar gedurende vijf eeuwen de Poolse koningen resideerden. Een van hen was Casimir de Grote, die in 1364 de nu nog steeds bestaande universiteit stichtte. Op de Wawel staat naast de burcht ook nog de kathedraal. Onder aan de Wawel is er de drakengrot. De legende wil dat daar in de Middeleeuwen een draak woonde die elke dag gevoerd werd met schapen en varkens. Koning Krak beloofde dat hij die de draak zou verslaan, met zijn dochter mocht trouwen. Een schoenmaker nam de uitdaging aan. Hij slachtte een schaap, vulde het met zwavel en naaide het weer dicht. De draak at het schaap op, vloog in brand en sprong in de Wisla, dat is de Weichsel. Daar dronk hij zoveel dat hij open barstte. Uit blijdschap omdat zij van de draak verlost waren maakten de inwoners van Krakow een koperen beeld van de draak, dat zij bij de grot neerpootten als herinnering. In 1795 werd Krakow aangehecht bij Oostenrijk, maar in 1809, nadat het door Napoleon werd veroverd viel de stad het Hertogdom Warschau ten deel. Dit hertogdom werd na de val van Napoleon ontmanteld en op het Congres van Wenen aan Rusland en Pruisen toegekend. Over Krakow raakte men het echter niet eens en dus verklaarde men de stad en de omliggende gebieden tot vrije, onafhankelijke en strikt neutraal gebied. Deze Republiek Krakow werd in 1846 opnieuw door Oostenrijk geannexeerd. Na de Eerste Wereldoorlog werd de stad weer Pools. In 1912 en 1931 vonden in Krakow Universele Esperantocongressen plaats." vertelde Alma alsof zij hier dagelijks toeristen rond leidde.
"Daar kan ik alleen maar aan toevoegen dat tijdens de Tweede Wereldoorlog Krakow de hoofdstad van het Nazi-Duitse General-Gouvernement was en dat Hans Frank in de burcht op de Wawel woonde." zei ik, een heerlijk stuk Poolse worst op mijn vork spietsend.

Na de maaltijd voelde ik lust om de stad te gaan verkennen.
"Wees voorzichtig, Antoon," maande Alma mij aan zoals alleen bezorgde echtgenotes dat kunnen, "Laat je nergens bedotten en denk aan morgen. Zelf blijf ik liever in het hotel, ik wil nog wat met mijn interstellaire lichaamsritmen werken."
Ik begreep toen nog niet wat zij daar precies mee bedoelde.

Krakow is een prachtige stad en ons hotel, het Wentzl bevond zich in het hartje ervan, aan de Rynek Glówny of Grote Markt, direct aansluitend aan de Rynek Maly of Kleine Markt. De Grote Markt is volgens mij een van de grootste en mooiste marktpleinen van Europa. Het plein werd in de 13e eeuw ontworpen en meet ongeveer tweehonderd bij tweehonderd meter. Aan elke kant komen er drie straten op uit. Elk van die straten leidt naar de stadsmuur, waarvan elke tweede naar een stadspoort leidt. De meeste straten in het centrum zijn evenwijdig aan de straten die vanuit de markt vertrekken en zijn steeds op ongeveer dezelfde afstand van elkaar aangelegd, zodat de ruimtes tussen de straten vrijwel vierkant zijn, wat ik heel bijzonder vind. De weinige afwijkingen op dit patroon worden veroorzaakt doordat men enkele straten van vóór het ontwerpplan van de Grote Markt heeft ingepast. Waarschijnlijk woonden er daar in die tijd rijke en invloedrijke mensen. Aan de rand van het marktplein staat de Mariakerk, waarvan het hoogaltaar is gemaakt door de beeldhouwer Veit Stoss. Op het plein staan diverse gebouwen in verschillende stijlen: de Raadhuistoren, de Lakenhal en de Sint-Adalbertkerk. Eén van de mooiste barokkerken die ik heb gezien, en dat zijn er heel wat mag ik zeggen, is de Sint Annakerk in de nabijheid van het marktplein, naar een ontwerp van Tielman van Gameren, een van oorsprong Nederlandse architect.
In de buurt van de Sint Annakerk kocht ik een lokale versnapering, een obwarzanki, een soort broodje dat wel prima smaakte, maar spoedig op mijn maag bleef liggen, waardoor ik niet meer met volle aandacht van het cultureel patrimonium van Krakow kon genieten en besloot om maar terug naar het hotel te gaan.
Daar bleek Alma al diep in slaap te zijn. Ik volgde haar voorbeeld, omdat ik door dat broodje niet echt in de stemming was om aan haar interstellaire lichaamsritmen te denken.
Wordt vervolgd

Een aforisme van Oom Floris



“Zolang je iets ontbeert,
heb je niet genoeg geconsumeerd.”

Ook dat nog



“Maar zwijg nu toch eens. Zij wil niet van je weten en daarmee uit. Zij moet je niet. Ik snap niet dat het niet tot je doordringt. Geen kat is in jou geïnteresseerd.”

donderdag 19 februari 2009

Worstelaars



De grote woeste worstelaar, die met de handen die ontzettend hard kunnen knijpen, zat op een bank op het marktplein treurig voor zich uit te kijken zoals alleen grote woeste worstelaars dat kunnen, al ziet men hen dit niet vaak doen.
"Wat scheelt er grote woeste worstelaar?" vroeg ik bedeesd en ook van op zekere afstand.
"Ach, ik ben zo eenzaam. Mijn handen zijn veel te groot en te ruw en veel te sterk om zacht om te kunnen gaan met vrouwen. Ik heb er al zoveel pijn gedaan."
Ik kon mij zijn verdriet heel goed voorstellen want ik worstel met hetzelfde probleem, weze het op iets kleinere schaal: ook ik doe vrouwen veel verdriet.
Maar voor ik hem kon troosten door hem op mijn eigen ongeluk te wijzen kwam er met zware stappen een ruw en schonkig wijf aangelopen:
"Worstelaar, ik heb mij bedacht, ik weet dat jij het niet slecht bedoelt, en och, een hard kneepje zo nu en dan is nu ook weer niet zo èrg. Ik vind dat eigenlijk wel fijn. Laten wij het nog eens proberen." Zij greep hem bij de arm en opgewonden keuvelend gingen zij hun weg.

dinsdag 17 februari 2009

De figuranten



Op weg naar een beter verhaal dan dat waaruit zij wegvluchten, blijven de figuranten, toch wel enigszins beducht voor het nieuwe, dicht bij elkaar fietsen!

maandag 16 februari 2009

Twee vertikaal!

Jan telt zijn geld



“Je zal mij wel een burgertrut vinden, maar volgende keer zou ik er graag een van Delvaux hebben.”
“Een burgertrut? Jij Ingrid? Dat heb ik toch nooit gezegd!”

zondag 15 februari 2009

Internet bestond nog niet



Na die eerste seksuele ervaring haastte Kareltje zich huiswaarts, om het zijn moeder en zijn vader te vertellen.

Inderdaad, Facebook bestond nog niet.

zaterdag 14 februari 2009

Opstand



"En als wij nu eens ergens voor zouden vechten?"
"Vechten? Hoezo? Waarmee dan?"
"Met protesteren. Met woorden. Met messen. Gedichten. Muziek. Leugens. Gezagsondermijnend gedrag. De waarheid. Bedrog. Met al wat er is. Zoals altijd als er gevochten wordt."
"Ja, dat zou nogal wat zijn."
"Dus?"
"Maar waarom?"