15.4.24

Een toovenaar wordt naar den brandstapel geleid (XIIIde eeuw)












Het is niet geheel duidelijk wie hier de toovenaar is, noch of de rode wolk op de achtergrond van den brandstapel komt. Is den ouden man met de kroon de tovenaar? Of zie ik dit louter zo omdat hij mij door de tijd heen heeft betooverd? Die tovenaars, waren er meer? Of was het steeds dezelfde die met tooverkunsten telkens weer  zijn vervolgers en zijn beulen misleidde? Misschien kende hij den weg naar den brandstapel beter dan zijn begeleiders? De middeleeuwen blijven raadselachtig.

14.4.24

Lectuur en interpretatie (oefeningen)

Herman Pieter De Boer













 

 Wat alcohol vermag


De man drukte woest zijn sigaret uit in een geraniumpot. Hij had geruime tijd over de Moraviaweg staan staren, vanuit het flatraam. De jonge vrouw keek naar een rug die krom trok van spanning. Nu draaide hij zich om, zijn gezicht als een masker.
Ik ga, zei hij toonloos, "ik vertrek, Sonja. Ik laat je hier, je zoekt het maar uit. Ik heb geen zin meer in je.
Meteen begon ze als een gek geworden vogel door de kamer te fladderen. Nee Peter, niet weggaan! Blijf bij me! Het was heus allemaal niets met die John.. .
De man was de gang al op. Hij rukte de tochtdeur open, sloeg een gleufhoed op zijn hoofd, trenchcoat over een schouder, en smeet toen zo bruusk de buitendeur toe, dat haar vingers er bijna tussen raakten.
'Au, au!' gilde ze, hoewel er niets gehavend was. Ze liep de kämer weer in en keek uit het raam naar beneden. Haar mond hing half open, haar boezem ging vlug op en neer. Ze zag nog juist zijn bruine schoen in de auto verdwijnen. Het portier klapte dicht en de Chevrolet schoot weg, richting binnenstad.
Na enige tijd merkte ze, dat ze een geranium kapot stond te trekken; de vloer lag vol rode blaadjes.
Vuile schoft,' siste ze. 'Heeft natuurlijk zelf een of andere meid, nou heeft hij een mooi excuus om mij te laten zitten.'
Over de Moraviaweg waren dames in zomermantels bedaard op weg om boodschappen te doen, in de nieuwe winkels van de randwijk. Het grote middengazon werd door een gemeenteman met een roller gemaaid. Het leven ging gewoon door!
Wat moet ik?'
Ze stond met de telefoonhoorn in de hand, maar wist niet wie ze bellen moest.

  • Wat vermag alcohol? (Dit is een vraag voor lezers ouder dan achttien jaar.)
  • Kan je dit verhaal situeren in de tijd?
  • Las je deze blog, of het boek omdat je de illustratie/kaft mooi vindt?
  • Verdient deze auteur meer bekendheid? Of spreek je liever over notoriëteit?
  • Zou je kunnen houden van een vrouw als Sonja?
  • Of van een man als Peter?
  • Welke zin in bovenstaande paragraaf raakt jou het meest?
  • En welke het minst?
  • Zou je hem eventueel van buiten willen leren?
  • Doet het ertoe dat de schoen in het fragment bruin is?
  • Zegt het woord 'Chevrolet' je iets?

13.4.24

De keus

Henri Cartier-Bresson
























'Ik? Ik kreeg de keus... Er is onbeantwoordde liefde en er is heel snel beantwoordde liefde! Aan jou de keus zei hij'.
'En?'
'Maar Marie, ik was toen toch al verloofd!'


12.4.24

De verkeerde richting

Bruce Gilden
























Op zekere nacht
was ik onderweg naar huis
in de verkeerde richting evenwel!
Ineens voelde ik dat ik mijn hoedje op moest gooien
Het vloog over de gebouwen en
doorkliefde mijn geheimerd
die net een droevig beeld had bedacht
Haar hoofd lag aan haar voeten!
Razend van terechte woede siste zij:
'En zie nu maar hoe jij mij heel kan maken!'
'O sorry, Wee mij, Ach excuus!'
'Niets kan dit weer goed maken!!!'
'Meen je dat echt?'
'Ja, maak mij nu maar heel!'
Ik stond voor eeuwig in haar schuld
maar in ruil voor een wandeling in de duinen
en wat tralala
sloot ze een compromis:
Het is goed voor één keer!

11.4.24

BekoMiele












Je kan het afgoderij noemen, maar de troost die wij bij BekoMiele vinden is heel reëel. BekoMiele, onze stille toeverlaat.



10.4.24

Ter zake (28)










Een nucleaire catastrofe of een allesvernietigende oorlog zou de mensheid – als die het overleeft – nederiger kunnen maken denk ik, al vrees ik ook dat dat effect maar een generatie of drie zou duren. Wat ik van terriërs denk heb ik eerder al geschreven. Ik ben ook al wel eens door een hond gebeten. Door een ezel nog niet. Nee, het was geen terriër die me beet. Dat zou ik me herinneren, want ik vind het lelijke beesten. Mijn moeder heeft mij leren breien, maar daar heb ik nooit iets mee gedaan. Neen, ik hoef geen modelspoorbaan met miniatuurstation erbij in mijn huis, of men me het nu aanbiedt voor niets, of het er een van een gerenommeerd merk zou zijn, of zelfs niet als men het speciaal voor mij zou bouwen, komaan zeg. Het zou een van die weinige dingen zijn die ik met plezier in brand zou steken. Zonder context doet het woord 'schadelijk' me altijd aan alcohol denken.



9.4.24

Piramiden in Almere

Frank Dam - Hollands maandblad






















In die dagen verdiende ik bij met het torsen van toeristische vergezichten. Het waren de jaren van beperktere mobiliteit en op die manier kregen minder bereisde medeburgers ook al eens een architectonisch wonder te zien. Het was toen mij drie weken piramiden in Almere werd aangeboden dat ik omwille van rugklachten ontslag nam.


8.4.24

Zork de redder

Ze vertelde het Zork pas jaren later, maar het waren zijn neusgaten die het hem deden. Dat en het feit dat haar wereld niet meer bestond.

Richard Corben


7.4.24

Koningin Maria van Brabant en de Verminnezanger (XIIIe eeuw)











Terwijl Koningin Maria de boodschap in het lied ook al niet te persoonlijk opvatte, zat haar hofdame zich af te vragen of dit lied de tand des tijds wel zou doorstaan.


Één of andere dààg
dààr kun je van op ààààn...
Stap ik uit de stroom
van m'n dagelijks bestaan


6.4.24

Literatuur en interpretatie (oefeningen)

Buffalo Bill



 










 

 Toen hij een poos gereden had, dacht Bill: Ik kan niet langer in de verkeerde richting blijven rijden! Fort Larned ligt ergens anders en daar moet ik beslist heen. Maar als ik plotseling een andere richting zou inslaan, zouden de Indianen het onmiddellijk merken. Wat zal ik doen?


Toevallig kwam hij juist bij een heuvel aan, en die kwam hem goed te stade. Na een korte galop had Buffalo Bill de heuvel achter zich gelaten. Nu sloeg hij de richting van Fort Larned in, gaf zijn muildier de sporen en riep hem toe: Vooruit, Langzame Voet! Mijn redding schuilt in jouw benen!

Nadat hij drie mijlen in razend tempo had afgelegd, draaide hij zich weer eens in het zadel om. Tot zijn schrik moest hij vaststellen dat hij door een groep Indianen werd achtervolgd.

Dat heb ik gevreesd ! zei Bill bij zichzelf. Ze hebben het bedrog gemerkt en zijn woedend geworden.
Maar tegen het muildier riep hij: Voorwaarts! Voorwaarts, Langzame Voet! Als ze ons nog eens te pakken krijgen, komen we er niet meer levend af!

  • Zou je de auteur van dit werk 'invoelend' kunnen noemen? Waaraan kan je dit merken?
  • Als we ervan uitgaan dat de auteur – Karl May – nooit in Amerika is geweest, waar in Duitsland speelt dit verhaal zich dan af? Of in Nederland?
  • Met de kennis van nu, waarom blijven de verhalen van Buffalo Bill aanbevelenswaardige literatuur?
  • Als deze verhalen aanbevelingswaardige literatuur zijn, wat is er dan literair aan de stijl van Karl May?
  • Als je de verhalen van Buffalo Bill zou aanpassen aan onze tijd, wie zijn dan de indianen? Hoe definieer je dan 'goed' en 'slecht'? (Bijkomende opdracht: herschrijf het fragment, aangepast aan onze tijd.)
  • Overleeft Langzame Voet het hoofdstuk waaruit we citeren?

5.4.24

Tweespalt op Upsilon Andromedae A


Don Marquez





































'Verdorie Ella, néé, blijf van mijn pistool, ÌK vertegenwoordig hier het menselijk ras!


4.4.24

De Jannen

























De Jannen, 's werelds enige twee-eiige eenling zoeken niet enkel naar het waarom, maar ook naar het waarom niet.
'Jan, ik ben een verscheurd mens.'
'Dat hoef je mij niet te zeggen, Jan.'

3.4.24

De neerbuigenden

Maakt kennis met de neerbuigenden. Het zijn uiteenlopende karakters en zij werken in diverse milieus. Sommigen zijn veelverdiener en anderen wat minder. Maar hun neerbuigendheid hebben zij gemeen. Vooral interessant is hoe zij elkaar bejegenen! Maar daar kijkt u niet van op denk ik.


Aoki Tetsuo


2.4.24

Wat afgeluisterd werd!

'Dus zijn geheimerd is verschenen?'
'Ja. Haar liefde is alomvattend.'
'Zei je AL-omvattend?'
''Ja. Met '"al" in hoofdletters!'
'AL-lemachtig.'

(Meer werd niet afgeluisterd.)



























1.4.24

Vijf na twaalf

Kenton Nelson
























'Je beseft toch wel Arabel dat mijn liefde voor jou al die jaren is gebleven?!'
'Jezus Jan, het is vijf na twaalf!'
'Precies!'


Juffrouw Elza en de K.W.A.A.K.























Nu haar poging om te infiltreren bij de K.W.A.A.K. en zo hun levenswijze te bestuderen was mislukt, ontdeed Jufffrouw Elza, de jonge avonturierster, zich van haar vermomming, om hen naakt tegemoet te treden. Zo hoopte zij alsnog aan hun wraak te ontkomen door toch op hun eisen in te gaan en ieder van hen te kussen, zodat zij er zich van konden vergewissen wie van hen een door de heks betoverde prins was. De K.W.A.A.K. aanvaardden haar voorstel met enige tegenzin, aangezien zij om fysische redenen geen naakte mensenvrouwen kunnen waarnemen en op de tast zoenen enigszins vies vinden.  Vanuit hun standpunt was er geen zekerheid dat het inderdaad Elza was die ze zoenden. Een zekerheid die ook ik de lezer niet kan bieden.


31.3.24

Het geluk en Mien Zwart (Een korte reportage)

Eindelijk kwam de dag waarop het geluk Mien toelachte. 'Ik was zo verrast dat ik haast vergat terug te lachen,' zou ze later zeggen.
















30.3.24

Ter zake (27)

Ik kan me echt niet voorstellen dat ik ooit deelneem aan een knokpartij. Ik heb het vroeger nooit gedaan en ik zie niet in hoe ik er nu nog bij betrokken kan raken, schuw als ik ben Het is niet omdat ik bang ben om met de politie in aanraking te komen of in de gevangenis te vliegen of zo, daar sta ik niet eens bij stil, neen, Ik ben er gewoon te laf voor. Toen ik jong was en Sinterklaas nog kwam stond ik er ook niet bij stil hoe die heilige man de geschenken naar binnen bracht. Misschien heb ik wel een ingebakken neiging om me niet bezig te houden met dingen waar een reukje aan zit, want ook later, toen ik catechese volgde, hield ik me niet bezig met aspecten die duidelijk niet passen bij de realiteit. Soms draag ik wel eens iets roods. Ik ben geen persoon die reserve onderdelen nodig heeft om met een gerust gemoed een toestel te gebruiken. In mijn auto ligt geen reservewiel. Ik voel me duidelijk meer verwant met hagedissen dan met slangen. Ik heb de indruk dat we ons tegenwoordig minder druk maken over het feit dat kinderen kunnen stikken wanneer ze kleine stukjes speelgoed inslikken. Ze worden belaagd door grotere gevaren volgens mij. Het beroep van telemarketeer zou ik zonder wroeging zomaar willen verbieden. Bombast is een woord en ik vraag me af of het ooit iets met bommen had te maken, of met basten. Moleculaire transportatie, indien het realiseerbaar is, is het ultieme wapen. Uitdrukkingen zoals 'Je moet loslaten waar je van houdt', of 'op elk potje past een deksel' doen mij pijn. Van Indisch worstelen heb ik nog nooit gehoord, maar ik neem grif aan dat het voor anderen dan weer levensbepalend kan zijn. Verder hunker ik er niet naar om een klassieke wagen te hebben of ver van de beschaving te wonen zonder internet of postbedeling. Anderzijds begrijp ik steeds beter dat die dingen nu ook weer niet alles oplossen waar wij als mens mee kampen. Ik mis de diensten van een melkboer aan huis en kranten die vervolgverhalen en romans in wekelijkse afleveringen publiceren.




29.3.24

Lectuur en interpretatie (oefeningen)


 












Natuurlijk, in ieder ander land zou Het Plan vandaag nog steeds draaien. In ieder ander land zou het een bron van nationale trots zijn geweest en zou het voltallige personeel zich inspannen voor de handhaving van het hoge niveau en de principes waarop het was gebaseerd. Sterker nog, veel van onze buren op het vasteland hebben versies van Het Plan voor eigen gebruik overgenomen en in alle gevallen hebben ze een grenzeloos succes geboekt. Toch bestaat er geen twijfel over, wiens idee het oorspronkelijk was. Het was van ons. Wij hadden het bedacht. Het Plan voor Volledige Werkgelegenheid werd door de rest van de wereld met afgunst bekeken: het was de grootste onderneming die ooit door mannen en vrouwen is bedacht. Het loste in één klap het probleem op dat de mensheid al generaties lang in zijn greep hield. De deelnemers hoefden de zaak alleen maar in beweging te zetten en ze waren verzekerd van een stralend en zonovergoten hoogland waar ledigheid en onzekerheid voor altijd uit verbannen waren. Het Plan, tot in de puntjes uitgedokterd door mensen met visie, was waterdicht en kon niet misgaan.

  • Is dit boek volgens jou een parabel of een haast één op één getrouwe weergave van de realiteit?
  • Had jij dit boek willen schrijven?
  • Waarom deed u het dan niet?
  • Zou je het kunnen?
  • Had je het erg gevonden als het hoofdpersonnage jouw naam had gehad? Waarom (niet)?
  • Denk je dat een goed uitgevoerd communisme slechter is dan een slecht uitgevoerd kapitalisme? Welke argumenten haal je daarvoor uit dit boek?
  • Is dit een boek voor kinderen?


28.3.24

Avondvertellingen (Middeleeuwen) XIIIde eeuw

 












Bij gebrek aan talk shows en internet vulden de lagere landelingen hun avonden met vertellingen. Daar gingen zij in op. De betere vertellers waren zo goed dat menig lage landeling geloofde dat zijn linkerduim rechts stond en zijn rechterduim links, als de verteller dit maar overtuigend genoeg wist uit te leggen en vooral ook te herhalen. Deze lichtgelovigheid is tot op de dag van vandaag nog duidelijk terug te vinden in de volksaard en verklaart de populariteit van de talk shows en het internet waarvan sprake in de eerste zin.

25.3.24

FPP (2)













Het was in Grobbendonk.

Uitgerust met de nagelnieuwe FPP's (Foute Poëzie Pistolen) begaven Mira en Mari van de FPP (Foute Poëzie Patrouille) zich in een pas ontdekt spelonk:

'Hoor jij dat gebonk?'

Mari vond dat Mira stonk.

'Kijk daar is dat geen jonk?'
'En hier een dorre stronk!'
"Shhht... ik hoor weer zo'n rare bonk?'
'Ja, Mira, dat is de muziek van Monk.'
'Ik wist niet dat dat zo klonk.'
'Jazeker, vooral hier in Grobbendonk'
'Wat betekent nu weer "tronc"?'

Zo keuvelend begaven zij zich steeds verder op het hen onbekend terrein.

'Laats met die Zeeuw, was er dan geen vonk?'
'Helemaal niet, hij wou niet dat ik dronk!'

Mari vond weer dat Mira stonk.

'Kijk, dat portret hangt schonk.'
''Ik zal het rapportonk!'

Naarmate zij het spelonkste van het spelonk in Grobbendink naderden schakelden zij opnieuw over naar een steeds moeilijker te begrijpen codetaal:

'Het nonk lijkt wel kadonk!'
'QUOOONK!!!'

(Kort na deze laatste afstapping – of plaatsopneming zo u wenst - werd de FPP opgeheven. De overheid had inmiddels begrepen dat foute poëzie veel goedkoper kan worden bestreden door het afschaffen van de subsidies.)



24.3.24

FPP (1)


 











Het was in Denderleeuw.

Uitgerust met de nagelnieuwe FPP's (Foute Poëzie Pistolen) begaven Mira en Mari van de FPP (Foute Poëzie Patrouille) zich naar het hol van de leeuw:

'Gisteren lag hier nog sneeuw!'
Mari onderdrukte een geeuw.
'Kijk daar een stenen leeuw!'
'En hier een opgevulde spreeuw!'
"Shhht... was dat geen akelige schreeuw?'
'Nee, Mira, dat is slechts een meeuw.'
'Een minuut lijkt hier een eeuw.'
'Zo gaat dat hier in Denderleeuw'
'Wat betekent nu weer "reeuw"?'
Zo keuvelend begaven zij zich steeds verder op het hen onbekend terrein.
'Ging jij niet trouwen met een Zeeuw?'
'Dat gaat niet door. Wil je dat ik daarom peeuw?'
Mari onderdrukte weer een geeuw.
'Kijk, dat portret hangt scheeuw.'
''Ik zal het rapporteeuw!'

Naarmate zij het holste van het hol van de leeuw naderden schakelden zij over naar een steeds moeilijker te begrijpen codetaal:

'Het kleeuw lijkt pareeuw!'
'KAREEUW!!!'


23.3.24

Op zekere nacht toen ik niet doorhad wat verdween

 
was ik weer op wandel en botste zomaar op het sprookje
Het verbaasde me hoe weinig misbaar het maakte
Ik overdacht het gebeurde terwijl ik verder liep onder de platanen.
Ach, was het wel een sprookje?
Door de botsing was mijn pet op de grond gevallen
flats in een plas
Met mijn natte pet op mijn kop kwam ik thuis.
Daar zocht ik meteen mijn sprookjesboek
en vond de afscheidsbrief
Het sprookje is uit!






















22.3.24

Huwelijk van Boudewijn van Bergen, Graaf van Vlaanderen, met Richilde, gravin van Henegouwen (1187)











Eigenlijk was dit haar tweede huwelijk. Zij staat er dan ook wat geroutineerd bij. Boudewijn, een volle neef van haar, lijkt ook niet echt op te gaan in het ceremonieel. Hij wilde zo snel mogelijk werk maken van een nageslacht zodat Arnulf III – toen nog niet verwekt – hem zou kunnen opvolgen. Daar slaagde hij, mits enkele verwikkelingen, uiteindelijk ook in.



21.3.24

ue o muite aruko

'Maar wat zoek je toch? Je hebt mij toch om te omhelzen?'
'...'























Sprookje













In dit sprookje wacht de koning op het meisje of de vrouw die hem komt overtroeven. De meeste kinderen hebben het geduld niet om te wachten hoe dat afloopt.


20.3.24

Lectuur en interpretatie (oefeningen)

 
     De ogen van de grafdelver die niet haar voorkeur had, volgden de figuur van Cahir Bowes terwijl die zich naar het opstapje bewoog. Hij lachte een beetje geamuseerd en veegde toen over zijn voorhoofd. Hij kwam overeind en klom uit het graf. Hij wendde zich tot de weduwe en zei: 'We zitten op vijf voet. Is dat genoeg om de wever in neer te laten? Bent u tevreden?'
       De man sprak haar aan zonder bijzonder medeleven te veinzen. Hij benaderde haar zoals een vierde echtgenote dient te worden benaderd. De weduwe was zich van zijn gedrag bewust, maar nam het hem niet kwalijk. Ze bezag hem kalm en zonder een spoor van wrok. Er was van zijn kant ook geen sprake van wrok, huichelarij of schone schijn. Haar emotieloze ogen volgden zijn gebaren toen hij zijn spade in de rulle berg aarde op de grond stak. Een schreeuw van Cahir Bowes leidde hem af, hij lachte opnieuw en voordat de weduwe kon antwoorden, zei hij: 'Die ouwe Cahir is me er eentje. Kom mee, om te horen wat hij de spijkerslager te zeggen heeft.'

  1. Volstaan bovenstaande paragrafen om je er toe te bewegen het boek te kopen? Zo niet, waarom?
  2. Over wie gaat dit verhaal denk je? En wil je om deze vraag te kunnen beantwoorden, meer weten over de wever?
  3. Doet dit fragment je stilstaan bij wat het beroep van grafdelver zoal inhoudt?
  4. Zonder dat je het boek hebt gelezen, en daar ga ik stellig van uit, geloof je dan dat bovenstaande paragraaf de kern van het verhaal bevat?
  5. Op een schaal van 1 tot 10: hoe erotisch is de bovenstaande passage?


























19.3.24

Ter zake (26)

J.H. Moncrieff







Ik denk dat ik indien ik naar Indië zou gaan ik daar wel van de aardbodem zou kunnen verdwijnen. Soms hoor je van mensen die verdwenen zijn, of zijn omgekomen. Laatst nog in Frankrijk. Ik kende die mensen niet en toch is het mogelijk dat ze in mijn buurt woonden. Misschien wel dat stel joggers dat in fluogele jasjes elke ochtend onder mijn raam voorbijliep. Ze keken niet op of om. Ze hadden op zich niks verdwijnerig in hun manier van lopen, maar er gebeurt wel meer in Frankrijk. Ook in Indië trouwens.