7.5.21

Inversie

 ‘Hé, wat doe jij hier op dit uur?’
Het was beslist zo niet bedoeld, maar ik geef het toe: opeens had ik mijn sigaret in zijn rechteroog geduwd.
Aauww… jij kl____zak!’(1)
De grondman werd opeens zeven keer groter dan ik en wilde mij vastgrijpen. Gelukkig ben ik leniger en sneller en wist ik hem te ontglippen. Ik ontsnapte door de tuin van de bakker, doorheen het bos, langs de spoorweg, om de vijver, binnen en buiten de kerk, vermeed het parlement… kortom, ik rende voor mijn leven. Een grote vrachtwagen (Rungis-Rotterdam) toeterde net nadat ik de snelweg was overgestoken. Uiteindelijk was ik zo snel dat ik in feite àchter mijn achtervolger aanliep. Dat heet inversie in het wereldje van de achtervolgers. Ik greep hem bij de panden van zijn jas en liet mij nog kilometers ver meevoeren. Tot hij moe werd en onder een boom in slaap viel. Op mijn tenen liep ik van hem weg en kwam thuis. Wat een avontuur, dacht ik, hoewel het nog niet helemaal voorbij was, want er werd nog aangebeld. Het was de grondman. Hij verontschuldigde zich voor de manier waarop hij mij had aangesproken. Enigzins morrend aanvaardde ik zijn verontschuldigingen, excuseerde mij omdat het een drukke nacht was geweest, en ging weer naar binnen. Daar dacht ik nog even aan alle plekjes waar ik vorige nacht was geweest en wat ik daarvan kon leren... tot ik op de tafel een dampende mok granenthee zag staan. Een mens moet alles proberen in het leven. 

 

 

(1) kleizak
 

6.5.21

Laatste gesprekken van grondmannetjes

Wij bevinden ons momenteel onder de grond, alwaar twee grondmannetjes, elk apart, voorbereidingen treffen.

Grondmannetje 1:                                     Vaarwel mevrouw.
Grondmannetje 2 (een vrouw dus):           O ja!
Grondmannetje 1:                                     Vaarwel mevrouw.
Grondmannetje 2:                                     U blijft?
Grondmannetje 1:                                     Pardon?
Grondmannetje 2 (andere intonatie):        U blijft?
Grondmannetje 1:                                     Nog even.
Grondmannetje 2:                                     We hebben niet veel tijd.
Grondmannetje 1:                                     We leven in een sprookje.
Grondmannetje 2:                                     Wat je leven noemt.

Beiden kijken vertwijfeld met op de achtergrond een vallende ster.


 

5.5.21

De vondst

 

 

 

 

 

 

 

Enkele weken later. Ik was mij nog steeds van geen kwaad bewust liep ik voorbij het huis van de burgemeester toen mijn oog op iets alleraardigst viel. Het schoentje van een grondvrouwtje. Ik raapte het kleinood op om het thuis in beter licht te kunnen zien. Het was prachtig, vederlicht en zelfs merkwaardig. Zaterdag ging ik naar de schoenmaker. Je kan nooit weten.

O! Zei die. ‘Bent u het die…’
Nu ja, wilde ik al zeggen.

Toen werd ik van achteren gegrepen en werd alles donker voor een tijd.

4.5.21

De grondman

Na jarenlang alleen voor winstbejag geleefd te hebben besloot ik het over een andere boeg te gooien toen de grond zich voor mij opende. Daar verscheen mijn eerste grondman aan de oppervlakte, al zou ik er later andere leren kennen. Gelukkig maar, al kon ik dat op dat moment niet weten. Hij bood mij rookgerief en drank (niet meteen zijn beste zet) in ruil voor het oplossen van een raadsel, maar daar ging ik niet op in. Ik drink niet en ik rook niet, en raadselachtig ben ik nooit geweest.

3.5.21

De doorzichtige man

Na een jaar had zij hem helemaal door.
‘Nu al?’ dacht hij verbaasd.
‘Je bent ook zo doorzichtig,’ antwoordde zij (zo goed had zij hem door.)
‘Je kent me toch. Ik meen het goed!’
Ook dat wist zij, zuchtte ze
.

2.5.21

Iwan en Wladimir

- Hij had zijn ogen niet in zijn zak Iwan.
- Neen Wladimir. Maar zijn bril jammer genoeg wel.

1.5.21

Stokslagen

Natuurlijk weet ik het nog. Jij toch ook. Ook nog de kleine dingen. Vooral de kleine dingen. Zeker, ja. Hier. Of ook daar. Ik draag het verder mee. Het is als stokslagen.



30.4.21

Sprookjestaal


 

 

 

 

 

 

 

- Wat spreekt u nu?
- Sprookjestaal
- Sprookjestaal?
- Ja, die is zo rechtuit.
- Waarheen dan?
- Naar de zin zou ik durven zeggen.
- De zin, ja, u durft.
- Sprookjestaal heeft ook tal van accenten!
- Accenten?
- Zeker. Van hoog tot laag en langgerekt.
- U spreekt het vlot.
- Dank u.

29.4.21

De eerste “Internationale goedbewaarde geheimen”-dag

Gisteren zou het de eerste “Internationale goedbewaarde geheimen”-dag zijn geweest. Het feit dat dit pas vandaag bekend raakte bewijst dat een en ander voortreffelijk is verlopen. Voor de toekomst zouden nog meer landen hun werking hebben toegezegd. (Anon.)


 

28.4.21

De roezemoezer en het momentum

Na de verdwijning van de roezemoezer kon je een speld horen vallen. Bij wijze van spreken, want die viel niet. Uiteraard. Anders had ik het wel gehoord. Ik was er wel op bedacht. Even. Want lang hou ik zoiets niet vol. En toen even later de harmonie passeerde was het momentum helemaal voorbij.

27.4.21

Saluut!

Mijn buurman is zelfstandig saluutschutter en laat zich inhuren voor al wat een saluutschot (een of meer) heeft verdiend. Ik heb er ineens eenentwintig besteld. Allemaal met scherp. Want dit keer meen ik het, je verdient ze allemaal!

26.4.21

Rood met witte stippen

Het verdwijnen van zakdoeken, rood met witte stippen, komt al wel eens voor. Vroeger vaker dan tegenwoordig. Het verdwijnen van alleen de stippen is veel zeldzamer. En ronduit mysterieus. Ik heb het nog nooit meegemaakt. Ook in mijn kennissenkring is er nog geen gewag van gemaakt.

25.4.21

Jan en Ingrid tegenwoordig

 

 

 

 

 

 

 

 

- Het was vroeger toch véél leuker om normverleggend te zijn.
- Bedoel je toen wij het over seks en feminisme hadden in discussies?
- Ja.
- Wat is er nu dan minder leuk?
- Ik heb de indruk dat men het tegenwoordig meent!
- De hemel behoede ons.

24.4.21

Gestopt

- Ik wil niet meer.
- Wat wil je niet meer.
- Dat weet je wel.
- Dat weet ik niet.
- Wat weet je niet dan?
- Dat moet jij maar zeggen, jij wil toch niet meer?
- Dan weet je het toch?
- Dat zeg ik niet.
- Maar ik wil dat jij het zegt. Dat begrijp je toch?
- Ik wil het niet.
- Hoe moet het dan verder?
- Het is toch allang gestopt?!

23.4.21

Boscorpulentie

 - Kom ik in een bos. Word ik ineens twee keer zo dik!
- Ja, boscorpulentie hè.
- Boscorpulentie?
- Yep, niets aan te doen. Als ik u was bleef ik er weg.
- Wat sneu. Maar goed, voor de rest ben ik gezond.
- Mooi. Zelf heb ik alleen maar last van zeemagerte.


22.4.21

Met de pan op tafel


 

 

 

 

 

Daar hoorde ik ineens een plotse knal en een zwerm hete pixeltjes vloog mij aan. Ik zette het op een lopen, sprong over heinde en verre, en wrong mij tussen hoop en wanhoop om tenslotte net op tijd de deur achter mij dicht te slaan. Thuis. Hier stond reeds de pan op tafel. Iets had mij kunnen overkomen, dat wist ik wel zeker. Toen gebeurde iets onvoorziens.

21.4.21

Epitaaf

 




 

 

 

 

 

 

Het is duidelijk dat
ik als accordeon zal
wederkeren: veel lucht
en weinig klank.

En ik val zeker weer op iemand met te dikke vingers

20.4.21

Het begin van een lange dag

 

 

 

 

 

 

 

Op een ochtend toen ik een kiezel uit mijn zak haalde om hem schielijk te laten vallen als niemand het zag veranderde hij in een groot rotsblok. Voor ik van de schrik bekomen was, was het al verderop gerold waar het op mij ging zitten wachten. Toen ik rechtsomkeer maakte voelde ik de grond onder mijn voeten trillen. Het was nog altijd ochtend. Het begin van een lange dag.

19.4.21

Hoe?

 Thans overweeg ik een 

verplaatsing naar andere regionen

met of zonder toestemming.

De wind zit goed,

ik spreek de taal,

en ik heb schoeisel.

Rest mij nog één vraag:

Hoe ga ik gebukt?



18.4.21

Rechtlijnigheid


 

 

Ik heb nu wel een heel lange periode van rechtlijnigheid gekend, maar zie, ik kan weer kronkelen!

20.10.20

Blind date


 

 

 

 

 

 

 

"Jou leren kennen beschouw ik eerder als een interessant experiment, omdat het mij confronteert met mijn opvoeding en met hoe ik eigenlijk nog denk over bepaalde traditionele waarden."

19.10.20

18.10.20

De ware liefde

- Maar… wat denk je eigenlijk te vinden?
- De geur van de ware liefde.
- Hier?
- Ja, het was vroeger de gewoonte dat je de geur van je eerste geliefde op een stil plekje begroef, en als die liefde ook je ware liefde zou blijken, dan zou die geur blijven bestaan.
- Heb jij dat gedaan?
- Nee, dat is van lang voor mijn tijd.
- Misschien moeten we die gewoonte weer nieuw leven inblazen.
- Eerst verder zoeken.

17.10.20

- Vroeger hadden wij hier een klein meisje dat de bomen kwam gieten, maar dat heb ik al een hele tijd niet meer gezien...
- Zij zal er uitgegroeid zijn.
- Ja, dat groeit maar door hé.


16.10.20

Gezwollen voeten

Ik ging naast haar zitten op de bank.
“Wat heb ik last van gezwollen voeten.”
“O,” antwoordde zij, “daar kan ik niet van meespreken.”
“Heb jij dan niet zoiets?”
“Nee, ik zwem overal doorheen.”
“Machtig.”
“Ach, je wordt er mee geboren.”
“Wat? Met gezwollen voeten?”

15.10.20

Op de tast (2)

"Ach mallerd,
Het is niet omdat je nu op de tast leeft,
dat je nu zomaar overal mag aankomen."
"O! Sorry."



14.10.20

Op de tast

Sinds ik op de tast leef,
nog niet zo lang dus,
heb ik één ding al wel geleerd:
Net zoals ik vroeger niet alles te zien kreeg,
mag ik nu niet overal aan komen.


 

13.10.20

Het liefdespeleton

Bij zo'n liefdespeleton is er altijd één met een tuiltje kunstbloemen. Daarmee wordt het achteraf moeilijker om uit te maken wie de meest rechtschapene van de aanbidders is.



12.10.20

Contact tracing

Aangezien wij allebei onze maskers ophielden kon ik de contact tracer later met de beste wil van de wereld niet meer zeggen met wie ik daar nu eigenlijk had samen gezeten. Het was een van die ontmoetingen die je op voorhand niet voorziet.



11.10.20

Tarkovski

- Misschien moeten wij de naam Tarkovski nog eens gebruiken!
- Tarkovski?
- Ja, die hoorde je vroeger wel eens meer vallen.
- Het zegt mij inderdaad iets.
- Google hem eens.
- Ja hoor, hier heb ik hem.
- Okee, hij bestaat, Tarkovski dan maar.