Posts tonen met het label Unno Juza. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Unno Juza. Alle posts tonen

woensdag 10 juli 2024

De wereld over duizend jaar (Slot)

 Oorlog met Mars

 
Eindelijk brak het ogenblik aan waarop Furuhata de sarcofaag mocht verlaten. Het besef dat het duizend jaar geleden was dat hij de aardbodem nog had betreden raakte hem diep.
Eens buiten zag hij dat ze in een pas gegraven tunnel stonden.
Aan de kant lag iets wat op een waterkanon leek.
‘Wat is dat?’ vroeg hij.      
‘Een apparaat om gaten en tunnels te boren. Grond, beton, stalen muren, het gaat er zo doorheen. Deze tunnel heb ik alleen gegraven, het kostte mij een minuut of dertig,’ antwoordde Chita tot zijn verbazing.
Hij dacht dat ze jokte, maar hij geloofde haar toen ze uiteenzette dat dit ‘waterkanon’ werkte op basis van energie uit kernsplitsing.
‘O, op die manier…, Draaien tegenwoordig dan alle apparaten op energie die vrijkomt bij kernsplitsing?’ Chita antwoordde bevestigend maar keek hem aan alsof hij regelrecht uit de prehistorie kwam met zijn vraag.
Toen ze uit de tunnel kwamen ontvouwde er zich een stedelijk landschap dat leek op dat op de prenten in vroegere wetenschappelijke magazines, met titels als “De wereld over tien miljoen jaar”. Het eerste wat hem opviel waren de honderden straten en wegen, die zowel horizontaal als verticaal, kriskras door elkaar liepen. Geen van deze ontelbare wegen leek ook maar ergens een andere te kruisen, zoals hij dat kende. Voor zover zijn blik reikte liepen ze allemaal, langs boven of langs onder, langs elkaar heen en kruisten ze nergens. Er was ook nergens oponthoud door verkeerslichten of zo.
Nog verrassender was dat hij op deze wegen niets zag wat op een voertuig leek. Toch zoefden de mensen als dolle kogels voorbij. Met ongelofelijke vaart.
‘Wat sprint men erop los zeg,’ zuchtte hij.
Alweer lachte Chita smakelijk om zijn domheid.
‘Dat ziet u verkeerd meneer Furuhata, de mensen sprinten niet maar de wegen bewegen zich vooruit. Vroeger waren het naar verluid niet de wegen, maar wel auto’s of treinen en dergelijke die vooruitreden, toch? Heden ten dage zijn het de wegen die zich met hoge snelheid voortbewegen. Je hoeft er maar op te springen en je wordt naar om het even waar gebracht.
‘Een van zichzelf voortbewegend wegennet, wat een infrastructuur! Maar de aandrijvingskracht. Dat kan toch de moeite niet lonen, wat een investering? Alleen al de energie …’
Maar Chita onderbrak hem:
‘Neen hoor, we hebben vandaag de dag energie op overschot. We kunnen er zoveel maken als we willen door materie te kraken. Vergeleken met vroeger is dat ook veel krachtiger. We hoeven ons helemaal geen zorgen meer te maken over energie.
      Furuhata was onder de indruk. De wereld hoefde zich geen zorgen meer te maken om energie. Wat leefde de mens nu in een voorspoedige tijd!
Zo kwam hij op de prangende vraag die hij wilde stellen:
‘Hoofddocente Chita, de wereld vandaag, kent die nog oorlog?’
‘Oorlog…? Ja, zeker wel!’
Net op dat ogenblik schalde er een stem zo luid dat ze tot in alle uithoeken van de stad te horen moest zijn. In een razend tempo werden allerlei dingen omgeroepen.
Chita’s gezicht versteende.
Toen het geschal zweeg vroeg Furuhata:
‘Wat was dat? Dat geroep kwam uit luidsprekers toch?’
‘Inderdaad. Het was een bericht van het Centraal Commando voor Emigratie. Iedereen onder een bepaald nummer wordt gesommeerd om zich naar het aardoppervlak te begeven en daar te verzamelen bij een emigratieraket.’
‘Zijn we nu dan niet op het aardoppervlak?’
‘Neen, we zitten hier vijfhonderd meter onder de grond!’
‘Dit is dus een ondergrondse stad! Hoofddocente Chita, wat zou ik zou graag het aardoppervlak zien, ik wil zo snel mogelijk weten in welke mate dat veranderd is.
‘Vergeet dat maar.’ De docente wees zijn vraag meteen van de hand, ‘Alleen wie het bevel krijgt om naar boven te gaan mag eruit. Emigreren kan alleen op bevel. Dat is de enige manier om naar boven te mogen gaan.’
‘Emigratie? Waarheen emigreert men dan?’
‘Naar Venus. Op regelmatige tijdstippen worden er grote groepen mensen naar Venus
gestuurd.
‘Venus? De planeet Venus?’ Furuhata was verbaasd. Was het nu dan eindelijk mogelijk om naar de sterren en de planeten te reizen?’
‘Als alles vlot verloopt is over drie maanden ongeveer de hele mensheid naar Venus verhuisd.’
      ‘Hé? En dan blijft de aarde leeg achter? Jemig, waarom is dat? Onze dierbare aarde zomaar in de steek laten?’
‘Omdat we weten dat over precies één jaar de aarde in botsing zal komen met de komeet ICKX en helemaal zal worden verpulverd.’
‘O, vandaar, een botsing met een komeet.’Hij knikte, ‘Dan begrijp ik de noodzaak om van de aarde te emigreren. Maar waarom niet naar Mars in plaats van Venus? Het klimaat daar lijkt toch het meest op dat van de aarde?
Er verscheen een harde glans in de ogen van Chita, een blik die Furuhata nog niet eerder had opgemerkt. 





















Ze antwoordde: ‘Jij bent niet alleen ouderwets van mentaliteit, maar je begrijpt ook helemaal niets.  Wij zijn in oorlog met Mars. Zodra we plannen hadden om naar Venus te emigreren zijn de Marsianen ons beginnen te dwarsbomen. Daardoor kon tot nu toe slechts zeven procent van onze raketten daadwerkelijk Venus bereiken, de andere drieënnegentig procent is door Marsiaanse raketten vernietigd. De mensheid is zo goed als uitgeroeid. En we kunnen er amper iets tegen inbrengen. De Marsianen zijn gewoonweg rücksichtloser en nog wreder dan wij. De mensheid had zich véél vroeger moeten voorbereiden op oorlogen in de ruimte denk ik. Wat een hoogmoed om te geloven dat wij in heel het heelal vanzelf het slimst of het meest intelligent zouden zijn.’
Pas nu begreep Furuhata dat Chita daarstraks interstellaire oorlogen bedoelde toen ze antwoordde:
‘Oorlogen…? Ja, zeker wel!’


* * *

Noot van de vertaler:
Misschien moet ik dit alles over 
enkele weken toch nog maar eens 
grondig herlezen en herwerken!




 

woensdag 19 juni 2024

De wereld over duizend jaar (vervolg)

 De naakte hoofddocente

Toen was het zover.
DRIIING DRIIING DRIIIIIIING
Plotseling schalde het alarm helder en scherp en de sfeer in de afgesloten ruimte klaarde meteen op.
            ‘Ha, er is iemand, er is iemand. Eindelijk is er iemand die op de afsluiting klopt.’ Het alarm was zo geprogrammeerd dat het afging zodra er iemand buiten op de deur klopte. Hij was gered. Daarna was het alsof heel de sarcofaag begon te trillen. Eindelijk zou de deur opengaan.
    Nadat zijn eerste opwinding was weggeëbd werd hij plots gegrepen door een ontzettende nieuwsgierigheid naar wie hem kwam ontzetten. Die bereikte zijn hoogtepunt vlak voordat de deur van de afgesloten ruimte werd opengeduwd.

BONK

    Met een klap zwaaide de deur open en iemand vanuit de schemering sprong er iemand naar binnen.
‘HA!!’ gilde Furuhata.
    Hij was totaal verbijsterd. Het allereerste bezoek na zijn ontwaken was naakt. Letterlijk helemaal poedelnaakt. En het was met één blik duidelijk dat het een vrouw was, een vrouw in de bloei van haar leven. Hij werd zo rood als een pioen. De vrouw helemaal niet. Zonder gêne kwam ze pal voor hem staan.
‘U bent de assistent-professor Furuhata, veronderstel ik.’
‘Ja, inderdaad. Ik ben Furuhata. Dank u om de afsluiting open te hebben gemaakt.’
‘Het is mij een hele eer en genoegen iemand te mogen ontmoeten die duizend jaar geleden op aarde. heeft geleefd. Ik vond aantekeningen over u tijdens de sloop van een schuilkelder in het 199ste district. Ze zaten in een lange roestvrij stalen buis.’
‘O ja?!’
Hij het schoot hem te binnen hoe zijn vrienden vroeger de informatie over zijn “conservatie” op die manier in tweehonderd hermetisch afgesloten hulzen hadden gestopt en die her en der in de grond hadden begraven, of in musea ondergebracht om tentoon te stellen.
‘En u? Hoe heet u?’
‘Ik? Ik heet Chita. Ik ben hoofddocente aan de afdeling archeologie van de universiteit van Khabarovsk.’
‘Hé? Hoofddocente? Neem me niet kwalijk! Zo jong en al hoofddocente, dat is merkwaardig!’
Hoofddocente Chita lachte omdat Furuhata zo onverholen zijn verbazing liet blijken…
‘Hohohoho… het is maar wat u jong noemt. Ik word dit jaar honderdendrie.’
‘Hé? Honderdendrie!! Dat geloof ik niet.’
Het ging er bij Furuhata niet in dat deze jonge vrouw, zo lenig van lijf en leden, al honderdendrie was. Hoe kon een mens om te beginnen zo oud worden?’
‘Hohohoho… wat zegt u nu, hoe vermakelijk. Het is erg leerzaam mee te kunnen maken hoe de mens er duizend jaar geleden voorstond op intellectueel vlak,’ antwoordde Chita enthousiast, ‘maar laat ik niet de enige zijn die zich vermaakt, ik laat u zo meteen kennis maken met het reilen en zeilen van en de kennis in de wereld van nu, voor u dus duizend jaar later!’
Af en toe met haar hand door haar blonde haren strijkend, vertelde hoofddocente Chita dan dat de mens er ongeveer negenhonderd jaar eerder in was geslaagd de “god van de dood” aan zich te onderwerpen.  Het kwam erop neer dat de mensen niet langer hoefden dood te gaan als ze niet wilden. Wat een fantastische ontdekking.
            Dankzij de vooruitgang in de studie en de kennis van het menselijk lichaam konden nu alle ziekten elektronisch worden gediagnosticeerd en vervolgens behandeld met elektrotherapieën. Wie een hartafwijking had kreeg meteen een ruilhart. Mensen met een hoge bloeddruk kon men in een halve dag een totaal nieuw bloedstelsel geven. Op die manier hoefde iemand die dat niet wilde niet meer te sterven. Aanvankelijk, bij de doorbraak van deze verbazingwekkende medische vooruitgang, was het natuurlijk nog zo dat de ruilorganen nog extreem duur waren en – omdat ze nog van metaal werden gemaakt – ook nog heel zwaar. Dat hield in dat wie toen een ruilorgaan ontving onmogelijk nog zelfstandig kon lopen.
            Het gewicht van wie én hart én longen én nieren liet vervangen kon in het begin wel verdrievoudigen,. Dat sloot zelfstandig voortbewegen helemaal uit.  Wie zich in de stad vrij van hier naar daar wilde verplaatsen had daarvoor een vervoermiddel nodig, er zat niets anders zat op.
Tegenwoordig was dat helemaal niet meer nodig. Men kon gaan en staan waar men maar wilde. Omdat de ruilorganen nu veel kleiner waren en het metaal vervangen door drukbestendig artificieel vlees, wat alles veel lichter maakt.
‘Bekijk mijn lijf maar. Daar is niets mis mee toch? Kijk eens hoe lenig en soepel ik me kan bewegen.’
Chita maakte enkele arm- en beenbewegingen voor de ogen van Furuhata. Zij leek wel een revuedanseres.
Hij zag het met opengesperde ogen aan, helemaal overrompeld door het spektakel.
‘Dus het is dankzij ruilorganen dat u negenhonderdendrie jaar bent geworden?’
‘Natuurlijk, dat spreekt vanzelf.’
‘Verbazingwekkend. Ik kan aan de buitenkant niet zien welke organen dat wel zijn. Ze moeten echt enórm veel kleiner en lichter zijn geworden. Maar toch vind ik het vreemd. Hoofddocente Chita, u neemt mij toch niet in de maling?’
            ‘Hoezo? Ik neem u helemaal niet in de maling.’
            ‘Maar het is toch vreemd? Als u ruilorganen had dan zou u ter hoogte van uw borst of op uw buik toch chirurgische littekens moeten hebben? Maar als ik u zo bekijk is uw lichaam even mooi en ongerept als dat van een maagd van amper twintig. Er is geen schrammetje te zien. Dat is vreemd toch, nee?’
Toen ze dat hoorde kon Chita kon niet anders dan eens medelijdend lachen om die jammerlijk ouderwetse manier van denken van Furuhata.
            ‘Maar meneer Furuhata, de chirurgie is negenhonderdvijftig jaar geleden zo geperfectioneerd dat ze helemaal geen littekens meer veroorzaakt. Dat ik geen littekens op mijn lichaam heb heeft ook niets te maken met die oude technieken van destijds, maar met het feit dat ik een kunsthuid draag.’
‘Hé? Een kunsthuid? Wat bedoelt u daarmee?’
‘Het lijkt op mensenhuid, maar het kan altijd worden afgestroopt en vernieuwd omdat het kunstmatig wordt aangemaakt.
‘Wat?’
Furuhata was compleet uit zijn lood geslagen. Had hij staan blozen omdat ze spiernaakt was maar met die kunsthuid had dat helemaal niet gehoeven.
‘Neem het me niet kwalijk, als ik het dus goed begrijp dan is uw huidige lichaam voor een groot gedeelte niet meer dat wat uw moeder op de wereld heeft gezet?’
‘Ja, zo kan u dat wel stellen.’
‘Maar wat nog oorspronkelijk is zijn uw hersenen, uw skelet en de structuur van uw gelaat?
‘Neen, dat nu ook weer niet.’
‘O, hebt u dan meer bewaard?’
‘Nee, integendeel. De structuur van mijn gelaat zoals u het noemt is ook veranderd. Om u de waarheid te zeggen, was ik van geboorte niet echt een schoonheid. Mijn voorhoofd stond bol en ik had diep liggende ogen, een te grote mond en een scheve neus. Dus heb ik dan maar mijn gezicht laten veranderen. Ik nam het mooiste uit een gelaatscatalogus. Van in de oudheid hebben mensen nergens meer drukte om gemaakt dan om de schoonheid of de lelijkheid van hun gezicht. Het is, als je daarover erover nadenkt, weer zo’n voorbeeld van hoe men vroeger niet wist hoe met de dingen om te gaan. De schoonheid van een gezicht wordt bepaald door de structuur ervan, gewoon door de verhoudingen tussen alle delen die het onderling vorm geven: ogen, wenkbrauwen, neus, lippen, tanden… Bij te diepliggende ogen wordt er wat meer vlees ingeplant. Dat is helemaal geen uitzonderlijke ingreep meer. En vooral na de ontwikkeling van artificieel vlees en kunsthuid laten lelijke mensen hun gezicht steeds meer aanpassen en zijn we er veel mooier op geworden. Zullen we zo meteen een kijkje nemen buiten in de straat? Ik wed dat u niet één lelijk iemand ziet.’
‘Jemig…’
Furuhata was helemaal verbijsterd. Schoonheid en lelijkheid hadden meer dan dertigduizend jaar de geschiedenis van de mens bepaald. En nu vernam hij dat je naar believen je gezicht kon laten veranderen. Hij kon alleen maar een diepe zucht slaken.

vrijdag 24 mei 2024

De wereld over duizend jaar (door Unno Juza)


(1939)
 
 
De cryonaut

Furuhata, een jong en ambitieus wetenschapper, was al zeven dagen eerder in zijn ‘graf’ ontwaakt.
‘Wat kan er aan de hand zijn? Er had al lang iemand moeten aankloppen op de afsluiting.’
Hij wachtte vol spanning op iemand die van buitenaf zou aankloppen.
Ik zei ‘graf’ maar ik heb het niet over een gewoon graf met een houten kist erin, dat kennen we allemaal, maar wel over een met vijf lagen molybdeen MO Nr. 922 (een exceptionele, maar tevens heel moeilijk smeltbare metaallegering) omhulde sarcofaag. Het interieur was ook helemaal niet zo krap bemeten als voor een graf waar men amper in kan liggen. Het was binnen ontzettend ruim. Het ging om een vertrek dat haast even ruim was als een kamer met tien tatami’s (zo’n 16 vierkante meter) (1) en met een hoge zoldering. Behalve een bed stonden er nog een vriezer, een thermostaat, een gasgenerator en een gewone generator en nog heel wat andere apparatuur. Er lagen ook wetenschappelijke naslagwerken en spullen die een man gebruikt in zijn dagelijks leven, zoals een asbak, een tandenborstel of een scheermes. Kortom, het ging eerder om een heus laboratorium annex studeerruimte in ingeblikte vorm.
In deze bijzondere sarcofaag had Furuhata meer dan duizend jaar doorgebracht in een cryonische sluimer. Cryonisme betekent het invriezen van een levend mens en hem of haar dan in die toestand enkele jaren bewaren. Het is een ontzettend complex proces, vooral wat betreft de invriessnelheid tijdens de procedure.  Als het slecht wordt uitgevoerd riskeert men er eeuwig in te blijven. Maar als het goed wordt gedaan is het mogelijk om iemand pakweg drie dagen, honderd jaar, of, zoals in het geval van Furuhata, wel duizend jaar te conserveren. Op een bepaald ogenblik wordt de cryonische dan opgeheven en de betrokkene weer tot leven gewekt. Ook de procedure om een diepgevroren mens opnieuw tot leven te wekken is ontzettend complex. Maar wat er ook van zij, bij Furuhata liep alles, in beide richtingen, van een leien dakje.
Wat logisch was. De jonge wetenschapper had het experiment niet op eigen houtje uitgevoerd. Alles verliep in samenwerking met het wetenschappelijk genootschap met de lange naam: ‘Comité voor onderzoek van duizend jaar durende humane cryonische sluimer’.
Het interieur van de sarcofaag, met, zoals ik al zei, de tatami en de hoge zoldering, was kubusvormig, maar aan de buitenkant was hij volkomen rond. Dat was om vanuit om het even welke richting weerstand te kunnen bieden aan externe druk.  

 

Zeven dagen na zijn ontwaken was Furuhata helemaal bekomen van de uitputting na zijn duizendjarige sluimer, en leek het hem alsof hij pas gisteren de sarcofaag was binnengestapt. Duizend jaar lang diepe sluimeren!
Klopte dat?  Had hij echt duizend jaar gesluimerd? De radiumklok aan de muur leverde het bewijs. Die registreerde het verval van radium door de radioactieve straling ervan te meten en hield op die manier precies bij hoeveel jaren er waren verstreken. Furuhata was meteen na zijn ontwaken op die klok gaan kijken om te zien hoeveel tijd er was voorbij gegaan. Het bleek dat hij zelfs iets lánger dan duizend jaar had geslapen. De klok gaf duizend jaar en honderdnegenenzestig dagen aan.  Wat neerkwam op ergens in de winter in februari van het jaar 3600 n.C..(2) Met andere woorden, de apparaten in de sarcofaag hadden zich slechts honderdnegenenzestig dagen vergist. Een verschil van honderdnegenenzestig dagen op dúizend jaar kan je niet enorm noemen. Dat onderstreept meer dan voldoende de uitstekende kwaliteit van al die toestellen die hadden toegelaten dat  Furuhata meer dan duizend jaar in diepgevroren toestand werd bewaard.
Maar hij maakte zich nu wel grote zorgen. Na duizend jaar hoorde er iemand aan te kloppen aan de buitenkant, maar hij had nog altijd niets gehoord. Volgens de specificaties was de sarcofaag zo robuust ontworpen dat hij gedurende duizend jaar onmogelijk opengemaakt kon worden, en dan nog alleen maar door iemand van buitenaf. Er had niets anders opgezeten dan hem op die manier te construeren om hem zijn sterke structuur te geven had.
‘Wat is er toch aan de hand? Is de persoon die zou openmaken misschien afgereisd omdat ik honderdnegenenzestig dagen te laat ben ontwaakt?’
Overmand door onrust vast komen te zitten in een hermetisch afgesloten ruimte joeg hem veel meer schrik aan dan een terdoodveroordeling.
Hij was bang dat er iets mis was gelopen met de seinapparatuur en had die meermaals gecheckt. Maar hij vond geen enkel feilen. Zijn ontwaken moest wel degelijk via radiosignalen zijn gecommuniceerd naar de drie centra in Tokyo, New York en Khabarovsk.
‘Waarom komt dan niemand mij redden?’
Hij was dan wel ontwaakt uit zijn cryonische sluimer , maar als niemand de deur kwam openen kon hij maar dertig dagen overleven. Voor daarna was er helemaal niets voorzien. Maar meer dan te treuren om zijn vege lijf vond hij het vooral jammer dat hij dan na duizend jaar wel weer tot leven was gekomen, maar nu dan zou sterven zonder de wereld nog een keer te zien.


(Wordt vervolgd) 




(1)Hoewel het niet in alle regio’s in Japan hetzelfde is, is de oppervlakte van een tatami-mat gemiddeld ongeveer 1,55 vierkante meter.
(2)De keizerlijke jaartellingen, die nu in onbruik zijn geraakt, beginnen in het jaar 660 voor Christus, het jaar waarin Jinmu, de eerste keizer van Japan, op de troon zou zijn gekomen. Het jaar 3600 komt dan ongeveer overeen met het jaar 2940. Furuhata’s cryonische sluimer begon dus in het jaar 1939, het jaar waarin dit verhaal door de auteur werd geschreven.