5.3.15

Een aforisme van oom Floris



Het onleesbare schrijven, veel auteurs slagen er in!



Veelzeggend



“Maar u vond dat niet veelzeggend?"
“Neen, niet echt."
“U hebt toch alles gehoord?"
“Jazeker!"
“Tja…."
Hij zweeg even en leek na te denken.
“Niet alles wat men hoort hoeft toch veelzeggend te zijn,” probeerde ik hem op te monteren.
“Neen?"
“Neen toch?"
“Ja, misschien heb je wel gelijk. Een mens verwacht eigenlijk wel te veel. Uiteindelijk."



4.3.15

Anders gaan eten



“Naarmate ik jonger, mooier en alsmaar gezonder wordt lijkt het wel of ik steeds minder het gewone en het alledaagse ga appreciëren."
“Ai, daar zou ik dan toch maar mee opletten. Misschien moet je anders gaan eten."



3.3.15

De lamp gevuld met water



"Volgens vissen die het weten kunnen is het leven eigenlijk een lamp gevuld met water."
“O ja?"
“Maar de vraag is dan uiteindelijk waartoe die lamp dient."
“Dat is een diepe gedachte."
“Dat dacht ik ook. De oplossing van dat probleem zal verlichting vergen. Maar of we daar aan toe zijn."


2.3.15

De eerste steen

“Wat was dat precies met die eerste steen?"
“Ja, dat was ik hé, die heb ik gegooid."
“Hoe vind je dat nu? Achteraf?"
“Wat ik daar nu van vind? Tja… ik was toen nog zonder zonde, dus ik dacht dat het wel aan mij was om…"
“… om die eerste steen te gooien?"
“Ja. Zoiets."
“Dat was echt iets voor jou, dacht je?"
“Ja. Maar toen gooide ik er naast."
“Waardoor het allemaal uit de hand liep."
“Dat kon ik toch niet voorzien?"



Een aforisme van oom Floris



Let op, het is niet altijd te laat voor wie niet altijd op tijd is! (Maar wel voor wie nooit vertrekt.)



28.2.15

Wat de loop van de wereldgeschiedenis heeft veranderd



“En Willem, nu jij: noem eens een slag die de loop van wereldgeschiedenis fundamenteel heeft veranderd!?"
Heu... De ... de... de Franse slag meester!"



27.2.15

Ons team



“Kan je als mens ook ècht eerlijk zijn? Of is dat eerder een toestand van steeds blijven proberen?"
“Ja, dat is nu eens een vraag waarmee ons team u zeker kan helpen."



26.2.15

Het licht



“Ik heb het licht vrij gelaten."
“Vrij gelaten?"
“Ja, vrij. Om de schaduwkanten te verjagen."
“Maar zijn de schaduwkanten nu niet juist het menselijke?"
“Ja. Maar dat menselijke is natuurlijk niet altijd je dat."
“Daar moeten wij het uiteindelijk toch mee doen?"
“Nu niet meer."
“En wat gebeurt er nu met het licht?"
“Het zal overal schijnen, hoop ik."
“Kwam het uit die doos?"
“Ja?"
“Mag ik die hebben?"
“Zeker."
“Misschien krijg ik het er weer in."
“Ja, dat kan je altijd proberen."



25.2.15

Een aforisme van oom Floris



We moeten natuurlijk goed beseffen dat het waarnemen van buitenaards licht een alledaags fenomeen is.



24.2.15

The Prose Murder

“U hebt natuurlijk ook het recht om te zwijgen,
maar al wat u verzwijgt zou wel eens poëzie kunnen zijn,”
wees de speurder de verdachte op zijn rechten.

“Alleen als dit wordt gepubliceerd!”

De verdachte stond duidelijk op zijn strepen,
want hij wist maar al te goed dat er niet
veel alternatieven waren voor het onderzoeksteam:

Nu nog was het spoor vrij vers!



23.2.15

22.2.15

Het moment van de redding



Voor mij in de bus zaten twee jonge vrouwen die nog niet veel wisten van het één en van het ànder. Dus greep ik mijn kans en tikte de ene op haar schouder.
Zij schrok zich rot.
“Verdomme, wat wil jij?”
“Waarschijnlijk ben ik jullie redder,” zei ik meteen.
“Jij lijkt mij helemaal geen redder. Redders zien er heel anders uit, en dienen zich ook niet op deze manier aan.”
Dat zij noch van het één, noch van het ànder wisten, was nu wel duidelijk. Toch besloot ik dat het misschien niet het juiste moment was.



21.2.15

Gewoon

“En toen voelde ik mij plots beter."
“Zomaar ineens?"
“Ja."
“Overkomt dat u vaker?"
“Ja, zo af en toe."
“Zonder concrete aanleiding?"
“Ja."
“En daarna?"
“Na een tijdje ging het weer voorbij."
“Ook weer ineens?"
“Ja."
“En verder?"
“Verder? Niets. Gewoon."