25.4.15

Iets tussen de kust en de zee



Het is natuurlijk niet omdat al eeuwen de zee de kust kust en de kust de zee, overal waar zij elkaar raken, dat zij geen geheimen hebben voor elkaar. Ware dingen die echt waar zijn, maar ook andere ware dingen, dat spreekt vanzelf.



24.4.15

My Internal Banana



Zo af en toe vang ik boodschappen op in een mij vreemde, maar toch niet ondertrouwde taal. Zoals onlangs:

“Don’t you do that!. My internal banana does not approve."

Waarschijnlijk goed bedoeld, maar ik begrijp niet wat het precies betekent, of zelfs maar waar het vandaan kwam. Misschien was het niet eens voor mij bedoeld!



23.4.15

Schuilen



“Er zou heel wat schoonheid schuilen in ons!"
“Schoonheid? In wezentjes zoals wij? En waarvoor zou die dan schuilen?"



22.4.15

De kraai



“Altijd de waarheid spreken? Neen hoor, dat hoeft niet, ik ben niet onmenselijk!"
Met deze woorden was het ijs definitief gebroken en kreeg haar vriendschap met de kraai een diepte die zij eigenlijk nooit voor mogelijk had gehouden.



21.4.15

Een is geen



“Natuurlijk ken ik ook engelen... ‘tuurlijk wel! Nu ja, eentje toch."
Zulke mensen dus, die lieten wij maar praten.
Een is geen, dat weet iedereen.



20.4.15

Begrijpelijke dadendrang



Het is een begrijpelijke - maar daarom niet eenvoudig te verklaren - dadendrang, die aan de basis ligt van vader’s occasionele vluchten uit de anonimiteit van ons gezin om zich over te geven aan, of te storten in, activiteiten die, tot op heden, allesbehalve lucratief zijn gebleken.



19.4.15

Het geluk



Er was altijd wel iets dat hem belette het geluk te vinden.



18.4.15

Het verdrukken van mensen



"En baas? Wat denk je? Doen we het goed, verdrukken van mensen?"
"Jazeker. Nog vrij ambachtelijk, maar dat evolueert wel."
"Dat mag ik hopen, qua opbrengst is het nog niet veel."



17.4.15

De vrouw en het geluk dat het hare niet was



Er was eens vrouw die probeerde van het geluk af te komen omdat het het hare niet was.
“Zou ik er beter af mee zijn dan jij?"
“Dat hoop ik uit de grond van mijn hart."
“Geluk dat het jouwe niet is, is heel zwaar om dragen, zo wordt gezegd."
“Ja, dat is zo."
“En als dit geluk ook het mijne niet blijkt te zijn?"
“Dan moet je er ook van af zien te komen."
“Valt dat mee?"
“Nee."
“En jij neemt niets terug?"
“Nee."
“Goed, ik waag het er op."
"Dank je."
En toen dook er iemand op die aanbood om mee te helpen dragen.



16.4.15

Kunstkijken



Kunst zou je niet alleen moeten leren om op een andere manier naar de dingen te kijken, maar op verschillende andere manieren. Dan opeens, herken je misschien wel jezelf! Al geef ik toe, het is niet iedereen gegeven.



15.4.15

Dubbele zegen



De regen is een zegen
(net zoals de paraplu).



14.4.15

Denken aan God



Ik heb heel lang nagedacht over waarom God die dag ònze tuin heeft uitgekozen om zijn peuk te doven, maar sinds er van deze gedenkwaardige gebeurtenis een foto is opgedoken (toevallig genomen door een van onze buren), ben ik niet meer zo zeker of het wel dat is wat ik zag.



13.4.15

Van de man die van kleine sterren grote sterren maakte



Er was eens een man die verzon hoe hij van kleine sterretjes grote sterren maken kon, maar hij wilde niet zeggen hoe hij dat dan wel deed. Hij was bang dat wij dan het hele firmament zouden veranderen.
Nieuwsgierig als wij waren evenwel, hielden wij, van ver, in het oog hoe hij te werk ging. Met een enorme trechter! Een zoals wij er nog nooit een gezien hadden. Verbaasd keken wij elkaar aan. Waar had hij die vandaan? Niemand die het wist.
Toen wij daarna weer probeerden af te kijken hoe hij van kleine sterren grote maakte, bleek het karwei al achter de rug.

(Andere verzinsels van deze man, waren eerder poëtisch van aard, en daar hielden wij ons dus nooit mee bezig.)



12.4.15

De omgeving



“De omgeving is overal."
“Jazeker, en doorgaans veel dichterbij dan je beseft."
“Ja, te dicht vrees ik."