2.4.15

Driehoekig neusje



Dat zij zo weinig succesvol was in relaties en dat mensen haar na verloop van tijd begonnen te mijden, dat weet zij geheel en al aan haar driehoekig neusje. Terwijl, als je daar niet op lette, dan zag je dat niet eens.



1.4.15

Een ander bevroren meer



Het is niet zo dat je op een welbepaalde plaats aan de kant van het bevroren meer de rand kan optillen en daar een wijze zal zien zitten die je antwoord geeft op al je vragen, al is het maar iets cryptisch, in de trant van

“Er is geen brood meer jongen."

Of dat er dan een zachte arm verschijnt die je naar binnen trekt en je alles voelen laat zoals je denkt dat het later voelen zal, dat wat je zo lang al zo graag voelen wil, en wat je tot hiertoe denkt gemist te hebben.

Was het maar waar.

Of denken wij, jij en ik, elk aan een ander bevroren meer?




31.3.15

Het alles en het niets



Na zich jaren aan de uitbeelding van het niets te hebben gewijd - met succes, want er zijn van hem geen werken uit deze periode bekend - besloot de kunstenaar om zich aan de uitbeelding van het alles over te geven. Voorlopig met veel minder succes, al speelt daar de algehele economische situatie van onze regio een grote rol in. Volgens hem.



30.3.15

Een blijk van wantrouwen



“Ben ik echt nog helemaal zichtbaar? Ik bedoel, is er dan echt helemaal niets onzichtbaar aan mij geworden?” vroeg het meisje dat vreesde dat zij onzichtbaar werd.
“Natuurlijk niet,” zei ik, terwijl ik de kans greep haar eens goed te bezichtigen, langs alle kanten, nu zij zich toch aanbood.
“Echt helemààl?"
“Absoluut! Of wacht…, neen hoor. Ik zie alles."
“Omdat ik dus werkelijk de indruk heb dat ik onzichtbaar wordt."
“Neen hoor, niets van aan."
“Ik vraag het straks nog eens aan iemand anders. Om alle twijfel uit te sluiten."
“Ja. Dat is altijd wel een goed idee,” zei ik, maar u begrijpt dat ik dit als een blijk van wantrouwen heb opgevat.



29.3.15

Armslag



Aanvankelijk kreeg zij nooit veel armslag.
Dat zag je haar ook aan.
Zij liep er doorgaans gefrustreerd bij.
Maar naarmate zij er meer kreeg -
zijn vertrouwen groeide -
beterde het,
en zag men haar al wel eens
voorzichtig klapwieken.
Tot op de dag dan dat zij een besluit nam,
en zij is gaan vliegen.



28.3.15

Huis met toeschouwer



Over het
huis met toeschouwer
zou u meer moeten weten
dan ik.



27.3.15

Wij begrijpen elkaar goed



Ik werd eens in een paleis ontboden. Uiteraard ging ik daar op in, in mijn beste pak!
“Ik heb mijn tegengestelde overwonnen,” vertelde mijn gastheer op zeker moment.
“Pardon?” vroeg ik.
“Ik heb mijn tegengestelde overwonnen,” herhaalde hij terwijl hij mij een volgende salon binnenloodste.
Ik nam er voorzichtig plaats en hoedde mij ervoor niet te veel achterover te leunen of wijdbeens te gaan zitten. De stoelen zagen er nogal breekbaar uit.
“Zal ik uw veter dichtknopen?” bood hij aan.
“Dat is attent van u."
“Terwijl hij mijn veter stevig aansnoerde herhaalde hij nogmaals dat hij zijn tegengestelde overwonnen had.
“Ja, dat zei u al,” ik verdacht hem ervan er zo een te zijn die zijn hele leven lang op één en hetzelfde wapenfeit teert.
“Ja, inderdaad,” bevestigde hij, “daar ben ik zo trots op. Ik geloof niet dat er veel mannen zijn die er in slagen hun tegengestelde te overwinnen, denkt u niet?"
Ja, dat dacht ik ook.
“En nu knoop ik nederig veters," lachte hij.
Ik kon niet anders dan dat te beamen.
“En, wat denkt u?"
Ik moest toegeven dat mijn schoen weer aangenaam strak zat.
“U schijnt zo iemand te zijn die de dingen vaak omgekeerd aanpakt, niet?"
“Hoe komt u daarbij?” schrok ik. Wie had hem dat verteld?
“Ik zei toch dat ik mijn tegengestelde overwonnen heb?"
Ja, dat had hij inmiddels wel duidelijk gemaakt, maar zelf stond ik daar dus niet zo bij stil. Mensen zeggen zo veel."
“Misschien kan u beter nu vertrekken,” vervolgde hij, “mijn vrouw komt zo en ik heb nog een kip te slachten."
“U vertelt mij dus niet meer over dat tegengestelde?"
“Neen. Ik heb nog een kip te slachten. Ik slacht er elke dag een, namelijk."
“En uw vrouw komt dadelijk, dat zei u ook."
“Heb ik dat gezegd? Ja, dat overkomt mij wel meer."
Ik kreeg een eigenaardige indruk van hem. Met welk deel van zijn tegengestelde had ik eigenlijk te maken?
“Goed, dan ga ik maar, ik begrijp dat u het druk hebt."
Zo namen wij afscheid.
’s Avonds bij mijn geliefde in bed had ik het over deze ontmoeting.
“… en hij had, zo zei hij meermaals, zijn tegengestelde overwonnen en weinig mannen kunnen dat."
Daar waren wij het beiden over eens.
Wij begrijpen elkaar goed, ook in het onbegrijpelijke.



26.3.15

De danser



“Neen, ik blijf hier verder dansen."
“Jij blijft hier verder dansen?"
“Ja. Want als ik ophoud stopt de aarde met draaien."
Hahaha… dat geloof je toch zelf niet?"
“Zeker wel."
“Jij bent gek."
“Gek? Wat is dat?"
“Een andere manier van dansen."
“Houdt die de aarde ook aan het draaien?"
“Misschien wel."
“Dank je, ik blijf wel gewoon verder dansen."
“Goed, dans maar."

En daarom draait de aarde nog altijd.



25.3.15

Veel later



Ooit mocht ik eens meefietsen met iemand die precies wist wie ik was.
“Jazeker,” zei hij op zo’n manier dat ik meteen dacht te weten hoe de vork op de as paste. Hij keek mij daarbij olijk aan en nog voor ik op die voor de hand liggende vraag was gekomen beantwoordde hij ze al:
“Uiteraard, ik weet ook wie ik ben!"
“En dus zijn we uitgepraat.”
wilde ik dit vreemde gesprek maar meteen afsluiten.
“Tot op zekere hoogte, maar mocht jij er later nog iets willen aan toevoegen. Dat je veranderd bent bijvoorbeeld, laat het dan gerust weten.
“Afgesproken,” zei ik weer een van die dingen waarvan ik de reikwijdte altijd pas veel later inschat.



24.3.15

Sprookjesland



Hij wilde wel eens een drakendoder de hand schudden en is daarom naar sprookjesland vertrokken. Met heel zijn hebben en houden naar verluidt. Maar een drakendoder de hand schudden is er daar niet van gekomen. Zij hebben daar heel andere gewoonten.



23.3.15

De heren zonder afspraak



"Daar heb je de heren zonder afspraak ook nog!"
“Vind je ze niet een beetje raar?"
“Raar? Hoezo?"
“Zoals zij zich uitdossen, en ons aanstaren, alsof wij voor zoveel bekijks zorgen."
“Ja, maar overal waar zij komen delen zij hun wijsheid."
“Is wijsheid niet ondeelbaar?"
“Dat heb ik ook heel lang gedacht."



21.3.15

Tijdsgebrek



“Ja, dat behoort ook tot de mogelijkheden,” waren de mannen die elkander tal van uitkomsten voorspiegelden het roerend eens, “Maar al het vorige dus ook! Wij hebben nood aan een bredere interpretatie."
Dat was een verzuchting die zij al meermaals geuit hadden, en ik begrijp zeker ook waarom. Het is echter een hele opgaaf om precies uit te leggen waarom en ik vraag mij af of daar nog wel tijd voor is.



20.3.15

Een aforisme van oom Floris



Sommige waarheden zijn heel pijnlijk. Maar je kan ze altijd proberen te ontlopen natuurlijk!



19.3.15

Hypothetisch



“Maar stel dat je op een dag te maken krijgt met wat doorgaans een klein vogeltje is, maar wat je nu een strop aanreikt waarmee je dit aardse leven achter je zou kunnen laten?"
“Dat zou mij eerlijk gezegd enorm verbazen!"
“’t Is maar hypothetisch hoor."
“Ja, ik ook."