14.4.14

Roekoekoe



Hoe hij er
uiteindelijk
toe kwam
de duif in zichzelf
vrij te laten
is een kwestie van
roekoekoe.



________________________________________

12.4.14

De mooie zonsopgang vanzelfsprekend



"Kijk, wat een mooie zonsopgang!"
"Ja, maar denk nu niet ineens dat alles ook goed komt."
"Vanzelfsprekend."



________________________________________

11.4.14

LVDDEMOZK



Er verscheen iemand eens een wezen met een bovenaardse blik in de ogen, dat hem de Lijst Van Dingen Die Een Mens Onmogelijk Zal Kunnen toonde. Ter inzage, opdat hij het voortzeggen zou en zo de mensheid heel wat frustratie besparen.
Afgeleid, want het wezen rook zo goed - probeerde hij toch alles van buiten te leren, maar hij merkte al gauw dat dit onbegonnen werk was.
Dingen als zich eigenhandig helemaal binnenstebuiten trekken, een vrouw over de schouders dragen tot zij van je houdt, of zweven als dat niet nodig is, die onthield hij om een of andere reden als vanzelf, maar de meer wezenlijke zaken ontglipten hem ter plekke.
Hij ging te rade bij wijzen en geliefden, maar niet één kon hem helpen. Er zit niets anders op dan wachten tot je nog eens mag kijken, troostte er een overdreven optimistisch. Iets anders zit er niet op. Maar het wezen met de bovenaardse blik in de ogen liet zich nooit meer zien of zelfs maar rieken.

Dìt is dus waarom de mens nog altijd zoveel energie steekt in het onmogelijke in plaats van in het mogelijke, waarin nog zoveel mogelijk is! Zo denken althans zij die dit verhaal slechts kennen van horen zeggen er over.

Natuurlijk alweer zo’n besluit waarmee alles en niets wordt gezegd.



__________________________________________

10.4.14

De enigen die hem zullen begrijpen!



Een man die een hele tijd met het gevoel zat dat hij uitzette kreeg ineens de indruk dat hij eigenlijk ineenkromp.

"Zomaar ineens? Zonder waarschuwing?"
"Ja."
"Dat heb ik nog nooit meegemaakt."
"Ik ook niet."
"Maar ik denk dat ik wel begrijp wat hij bedoelt."
"Ik ook."
"Hij zal daar doorheen moeten."
"Vanzelfsprekend."
"En daarna zoeken we hem eens op."
"Ja."
Dat zal hem goed doen."
"Ja."
Kan hij zijn hart eens luchten als dat nodig is."
"Ja."
"Wij zijn misschien de enigen die hem zullen begrijpen!"
"Ja, alleen wij."


_____________________________________


3.4.14

De vrije gedachten



"Kom, we gaan daar op die bank zitten..."
"Ja."
"... en we laten onze gedachten vrij..."
"Ja!"
"... en hopen dat ze nooit meer terugkomen."



_______________________________________

2.4.14

Momenten van gemis.



... maar natuurlijk waren er altijd de momenten van gemis.



_______________________________________

1.4.14

Overweging over hoe ik mij voelen zou als grootgrondbezitter

Soms denk ik dat ik mij als grootgrondbezitter erg gelukkig zou voelen.
Waarom ik mij dan erg gelukkig zou voelen?
Omdat ik dan grootschalige projecten zou initiëren, projecten nuttig voor mijn algehele zelfontplooiing.
Daar is het mij in feite om te doen.

(Deze overweging omdat ik het belangrijk vind dat u mij leert kennen zoals ik zou kunnen zijn als grootgrondbezitter en waar het mij om te doen is, of wat dacht u?.)



________________________________________

30.3.14

De aambeeldeters



Een man en een vrouw die elke eerste maandag van de maand april een aambeeld verorberden hielden zich daarbij aan een vast ritueel: nà het voorgerecht vertelde de man steevast een parabel. Vorig jaar luidde die als volgt:

Een hinkende man ontmoette een blinde en zei: „Kijk, ik heb een knots bij! Daarmee mep ik er op los!”
De blinde antwoordde: „En ik… ik ben een verklikker! Ik verklik alles en iedereen die mij in de weg staat.”
„Een verklikker?”
„Ja, wis en drie. Ik zou maar uitkijken met die knots van jou als ik jou was.”
Zo ontspon zich tussen die twee een gesprek over de beste manieren om een plaatsje in de wereld te bemachtigen. Zij waren het over tal van dingen eens. Over tal van andere dingen spraken zij zich echter op een handige manier nooit uit en beweren dat zij goede vrienden werden zal ik ook niet.


„Ja,” knikte de vrouw beamend, „mensen doen vaak rare dingen. Smakelijk!”
„Smakelijk!"



_________________________________________

29.3.14

Het geloof zonder gebeden



Maar toen had je nog
het geloof in de schepping
van een falend apparaat,
een geloof zonder gebeden.



_________________________________________

28.3.14

Het magisch gesprek over literatuur

De bekende schrijver trad het vertrek binnen en stak zijn bekende schrijversarmen door de muur om er in de belendende kamer nog gauw een geïnspireerde alinea te noteren, opdat die in zijn geniale geest niet zoek zou raken ten gevolge van de op handen zijnde gebeurtenissen veronderstel ik.
Ik keek het met verbazing aan want ik besefte dat ik dat nooit op dezelfde manier zou leren klaren.
„Machtig,” dacht ik, „Gewoon je armen door de muur, zonder omwegen of tijdverlies.” U mag rustig aannemen dat ik tevoren zelf nooit had overwogen om deze techniek ook uit te proberen. Zelfs niet om dit verhaaltje te schetsen.
Een mens moet zijn grenzen nu eenmaal kennen, dat heb ik al wel van het leven geleerd.
Daarna kwam de bekende schrijver naast mij zitten en voor ik het besefte nam hij mij mee in een magisch gesprek over literatuur.



_________________________________________

27.3.14

Van Tralala en Hohoho



De man van Tralala wist zich steeds beheerst en zelfverzekerd voor te doen maar in zijn binnenste vanbinnen vreesde hij de dag iemand te ontmoeten die hem helemaal zou doorzien. Iemand als het meisje van Hohoho dat net die dag ter wereld kwam.



_________________________________________

26.3.14

Eerst de grote honger

Wij wilden wel eens weten of hij ook zo krom zou lopen als hij wat gelukkiger was geweest.
„Wie zal het zeggen?” antwoordde hij met plotse tranen in zijn ogen.
„En dat komt allemaal door die en die?” mompelden wij troostend.
„Ja… maar ook van het vele zus en zo…” voegde hij er amper hoorbaar aan toe.`
”Je moet aan jezelf werken," gaven wij hem nog welgemeend wat goede raad, alsof wij nooit iets anders deden, „Dan komt alles goed!”
„Ja, dat weet ik wel, maar nu heb ik grote honger."



__________________________________________

25.3.14

De ark van tijd en ruimte



Het ontwikkelen van de zogenaamde Ark van Tijd en Ruimte tot een in theologische omstandigheden vlot functionerende machine is in de eerste plaats een poëtisch project, zo wordt ons verteld.
Maar het apparaat, indien geassembleerd door NIET in wijzerzin redenerende technici - naar de instructies in de originele blauwdruk - had in potentie goden kunnen maken van eenieder die daar in geloofde, al was het maar voor de duur van de reis waarvoor het was geprogrammeerd.



________________________________________

24.3.14

Vergelijkingen

Zorgvuldig vergeleken zij de lengte van hun armen en wij gebaarden alsof wij dat niet opmerkten. Zoiets is hier heel gewoon en daarom wordt het doorgaans niet eens meer schriftelijk gerapporteerd. Het heeft te maken met hun drang om ver te kunnen reiken.
Wij hebben die faze al heel lang geleden doorgemaakt en wij weten dat die zich regelmatig herhaald. Daarna komt nog het onderzoeken en vergelijken van de langste benen en de wijdte van de passen, al wandelend en al lopend.
Zelf staan wij al véél verder en voor hetere vuren mag ik wel zeggen: wij vergelijken onze waarheden want ook daarmee is het zaak om te weten hoever we daarmee uiteindelijk komen.



________________________________________