13.6.15

Vaak wederkerend gesprekje tussen Hansje en de heks

“Wordt je nu al wat dikker? Aan je billetjes?"
“Nee, dat valt nog aardig tegen."
“Het mag er stilaan van komen."
“Geduld, het komt er wel van."
“Daar ga ik van uit, ja. Anders loopt het slecht met je af."
“Ik wordt heus wel dikker hoor."
“Dan is het goed!"

12.6.15

Een aforisme van oom Floris


Het blijft toch vreemd dat politici altijd eenvoudige antwoorden hebben op moeilijke problemen, maar dat wanneer een nadenkend burger daar dan vragen over stelt, diezelfde politici ijskoud antwoorden “dat het allemaal veel ingewikkelder is dan men denkt”!?

11.6.15

De spreekbeurt



Tijdens het houden van een spreekbeurt
over zijn lievelingsdier
zag Jantje
tot zijn spijt
in de ogen van zijn klasgenootjes
niet overal dezelfde begeestering.
Hij vermoedde niet
dat dit de rest van zijn leven
zo zou blijven.

10.6.15

Vannacht


Ook vandaag is iets
onherroepelijks verloren gegaan.
Laten we daar vannacht
van dromen

9.6.15

Dralende mannen



Mits wat oefening herkent u ze wel, dralende mannen, voor een vakbondslokaal bijvoorbeeld.

8.6.15

Ijzeren gedachten



“Ijzeren gedachten zijn het zwaarst!"
“Maar vaak heb je wat hulp nodig om ze te plooien."
“Ik niet hoor."
“Hoezo?"
“Ik smelt ze."
“Tot kleine juwelen of voorwerpen van dagelijks nut?"
“Hoe kom je daarbij?"
“Wat moet je anders met ijzeren gedachten?"

7.6.15

De verdeelde heerser



Blijkbaar na een barre tocht door een louterende woestijn verscheen er eens een verdeelde heerser.
“Laat ik nu eindelijk eens beginnen met heersen,” zei hij hardop, als wilde hij die woestijn vergeten en hij besteeg een hoog balkon om het reeds toesnellende volk toe te spreken.
“Kijk hen daar eens staan,” dacht hij terwijl hij hen minzaam toewuifde,” zij konden mij evengoed onthoofden."
Maar daar dacht het volk niet aan, omdat het in hem de wijsheid van de woestijn vermoedde.
Daarop kuchte de verdeelde heerser en hij begon meteen verdeeld te heersen.
Nu hij op het balkon stond was hij toch de meest aangewezen persoon.

6.6.15

Terugblikkend


“Ben je nu blij dat je tevreden bent?"
"Alsnog wel, ja."

5.6.15

Onze landschappen



Naarmate wij dachten de mysteries te hebben ontsluierd, begonnen wij zèlf onze landschappen te bouwen, waar wij dan met zijn allen in verloren liepen. “Natuurlijk," zo geloofden wij haast zeker, "raken wij er wel weer uit," dat was maar een kwestie van het volgen van een regenboog die tijdig op zou duiken, helemaal op ’t eind, als wij er alleen voor stonden, zonder iemand om wat anders te verzinnen.

4.6.15

Een aforisme van oom Floris



Niet elke stap in de goede richting is er een vooruit!

3.6.15

Andere taal



Er waren ogenblikken waarop zij het niet over hun eenzaamheid hadden, maar elkaar in de war brachten met heel andere taal.

2.6.15

Visioenen



Hij vond van zichzelf dat hij een schilderachtig leven lijdde. Vol avontuur en romantiek. Hij verzamelde ook hobbelpaarden en maakte grote schulden.
“Met het oog op de toekomst…” zei hij dan, tegen eender wie daarover uitleg vroeg.
Wij kenden hem van kindsbeen af en beschouwden hem als een van de onzen. Aan ons moest men dus niets vragen. Zeker niet over zijn visioenen.



1.6.15

Jan en Ingrid (Perfect gelukkig)



"Maar Ingrid, stel nu eens dat een van ons beiden minder gelukkig is dan de andere?"
"Ach Jan, maak je toch geen zorgen, ik ben perfèct gelukkig hoor!"

31.5.15

De boze wolf


"Weet je nog, als kind, hoe bang we waren voor de boze wolf!"
“Ja, dat is nu gelukkig niet meer zo."
“Nee, dat is nu zowat het enige waar we niet meer bang voor hoeven te zijn."