21.12.14

Wat daarna?



"Is er dan zo’n haast bij? Bij dat elkaar volledig en totaal begrijpen?"
“Ik voel aan van wel."
“Maar wat daarna?"



18.12.14

De man van eer



Er was eens een vrouw die zich maar wat graag met een treintje liet geselen door een gepensioneerd kaartjesknipper.
“Mevrouw, u bevindt zich in een eerste klasse coupé en u heeft geen geldig vervoerbewijs!"
“Edelachtbare,” zo antwoordde zij hem dan,
“Misschien kunnen wij dit anders regelen”,
waarop hij nog verbetener geselde:
“Ik ben een man van eer!"
Na een poosje blies hij dan op zijn oude spoorwegfluitje en zei steevast:
“Zo, de werkdag zit er op."
Dan gingen zij samen nog een kopje koffie drinken zodat de vrouw wat bij kon komen van de lichamelijke verrichtingen.
Vaak nodigde zij hem dan uit:
“Komt u niet eens bij mij langs, ik heb een prachtige miniatuurspoorweg die ik u wil laten zien."
Maar hij was een man van eer.



17.12.14

De kansarmsten



"Er komt wel weer een tijd dat onze leiders schaamteloos de kansarmen zullen laten vallen."
"Ook de kansarmste?"
"Die eerst!"
"En dat in onze samenleving, wie had dat ooit gedacht? Hopelijk zal men dan verontwaardigd zijn."


16.12.14

Moeilijkheden zijn er om te worden overwonnen



Ik leerde Rudolf de Nadenkende en zijn kleine vrouw kennen toen ik per ongeluk de verkeerde deur open deed.
“Dit is mijn vrouw,” zei hij op een toon als wilde hij zich voor iets verontschuldigen.
“O! Aangenaam,” antwoordde ik dan weer alsof ik precies was waar ik wezen moest.
“Wij stonden net te overleggen of wij wel bij elkaar passen."
Ik zei dat ik hen best wel bij elkaar vond passen en dat moeilijkheden er altijd zijn om overwonnen te worden.
“Ja, dat zegt men wel meer,” stemde hij aarzelend in, “maar het voelt soms echt wel hachelijk aan."
Dat kon ik mij inbeelden, zei ik, waarna ik mij verontschuldigde. Per slot bevond ik mij niet waar ik had willen zijn en is de problematiek waarin hij mij - hield hij mij voor iemand anders? - betrok niet iets waar je als buitenstaander meteen raad mee weet.



15.12.14

Gezien de omstandigheden



Ik bevond mij eens omcirkeld door haaien. Een van hen sprak mij aan:
“Zou jij onze taal willen leren?"
Gezien de omstandigheden nam ik dat aanbod met beide handen aan.

Haaien spreken onder elkaar een taal die in niets op de onze lijkt.
Om haaien te begrijpen kan je beter ook alles vergeten wat je van haaien denkt te weten.
En er is de uitspraak, die valt niet mee. Onze mond en lippen staan er ook helemaal niet naar, is het minste wat ik daarvan kan zeggen.

Eén ding wordt naarmate de studie vordert wel duidelijk: haaien bekijken de wereld heel anders dan wij en dat kan je hen ook niet kwalijk nemen, eens je de taal spreekt.



14.12.14

Hart van goud



“Stil, ik hoor iets tikken."
“Dat zal mijn hart zijn."
“Je hart? Zo regelmatig en fijn?"
“Het is van goud."
“Van goud, heb jij een gouden hart?"
“Ja."
“Kan dat wel, een hart van goud?"
“Zeker, maar het is heel zeldzaam, dat weet ik onderhand wel. De meeste zijn van steen."
“Ja."
“Maar het werkt prima hoor."
“Ben je ermee geboren?"
“Natuurlijk niet. Ik ben toch ook maar een mens."



13.12.14

Hond



Toen hij nog die hond had,
die hond die niet kon spreken,
toen was hij,
als mens dus,
een veel warmer iemand nog,
ja,
dat valt nu wel op.




12.12.14

Een diagonaal lezer



"De afspraak is dat hij met een vlag zwaait wanneer ik de bladzijde mag omdraaien."
"Gut, wat duurt dat altijd lang."
"Ja, een diagonaal lezer is hij niet."



5.12.14

Uit de duizend



"Als ik ooit de mond van mijn geliefde in de wolken herken dan vlieg ik er meteen in!"
"Maar dat is toch onwaarschijnlijk, een mond herkennen in de wolken?”
“Nee hoor, hààr mond herken ik uit de duizend."



4.12.14

Jan en Stan



De heren Jan en Stan bezaten de gave van te kunnen kijken alsof zij van niets op de hoogte waren.



3.12.14

Basisdemocratie



“Er zijn momenten waarop je beter niet stilstaat bij dingen zoals basisdemocratie,” oreerde de dompteur onder zijn oksel door, geheel buiten zijn vakgebied, “Wat uiteraard niet betekent dat het een belangrijk goed is dat veel meer hoort te worden gekoesterd."



2.12.14

Meelworm



“Toen ik eens kiezen mocht welk dier ik wilde zijn koos ik een meelworm."
“Een meelworm?"
“Ja, een dag lang ben ik meelworm mogen zijn."
“En daarna werd je weer gewoon?"
“Ja, een mens heeft het niet voor het kiezen hé."
“Behalve jij dan even."
“Ja, een dagje."



1.12.14

De verbeteraars van liefdesbrieven



De bijdrage van de verbeteraars van liefdesbrieven aan het maatschappelijk en individueel geluk kan niet genoeg worden geprezen. Al was hun werk uiteindelijk toch aan regels gebonden:

“Kijk hier, deze is volmaakt!"
“Allemachtig, je hebt gelijk, ik krijg er tranen van in mijn ogen. Die moeten wij houden voor de archieven."



30.11.14

Sociale conflicten



Al van bij zijn eerste landing aldaar, twintig jaar na hem te hebben ontdekt, was het Prof. Volkorf volslagen duidelijk dat, eens ontgonnen en voldoende bevolkt, ook die planeet niet gespaard zou blijven van harde sociale conflicten.