1.2.15

De arm uit de grond



Er kwam eens een arm uit de grond omhoog, met een briefje in zijn hand, waarop mijn taken stonden opgelijst.
Jazeker: mijn taken!
Ik nam ze grondig in mij op.
Maar toen bedacht ik ineens dat dit nogal gemakkelijk was, op deze manier.
Mijn taken? Veel uitleg stond er niet bij en een en ander leek mij ook hoogst onvolledig, gezien alles wat ik van het leven verlangde.
Dus bleef ik wachten op een tweede briefje. Met meer duidelijkheid.
In feite wacht ik nog altijd.
Maar de arm is niet meer verschenen.
Niet uit dat gat in de grond en ook niet op andere verrassende manieren. Ik sta nochtans, zoals u merkt, wel open voor deze dingen.



31.1.15

Over de hedendaagse ridder



“Alhoewel er nog voldoende ridders zijn gedragen zij zich veel discreter dan pakweg een eeuw of vier geleden, niet? Qua opgaan in een landshap, bedoel ik."
“Precies. Wat inblending betreft onderscheidt de hedendaagse ridder zich hier heel duidelijk van zijn voorzaten, dat mogen wij wel zeggen."
“Maar met een geoefend oog haal je ze er nog wel uit."
“Dan moeten wij ons nog wel wat meer bekwamen."



30.1.15

Andere taal



Alvorens hij alweer een van zijn meer hermetische gedichten zou gaan voordragen brachten wij de jonge dichter terug naar zijn vrouw. Die sprak heel andere taal.



De onbezorgde vrouwtjes



Uitgewuifd door hun nog onbezorgde vrouwtjes trokken hun mannen de wijde wereld in om hun beloften waar te maken.

“Doei!"
“Geen zorg, wij komen vlug weerom."
“Zijn het geen schatjes?"
“Ja hoor, wij hebben het maar getroffen."



28.1.15

Aloud gevangenislied



Trala-trala-tralalala,
Trala-trala, trala
tralala  tralie!




27.1.15

Opmerkzaamheid



Ik werd eens een vertrek binnengelaten waar ik in één oogopslag zag dat ik in een gezelschap van evenwichtigen was terechtgekomen. Later evenwel, toen ik dat voortvertelde, stelde men mijn opmerkzaamheid in vraag.

“Hoho, evenwichtigen? En dat zag jij meteen?"
“Ja."
“Knap hoor.”

Veel meer aandacht werd er evenwel niet aan besteed.

Nu stel ik mij de vraag of het niet eerder onwankelbaren zijn geweest.



26.1.15

Nooit niets



Bij haar uitbeelding van "De inheemse klimop" moest de impersonatrice steevast aan spinazie denken, maar daar liet zij, om het publiek niet in verwarring te brengen uiteraard, (om haar woorden te citeren:) nooit niets van blijken.




Over mijn verblijf in het kasteel



Telkens het spannend of gevaarlijk werd bracht A. haar handen naar haar mond om de personages in het verhaal dat zij aan het lezen was te waarschuwen; zijzelf had al zoveel mee gemaakt in haar leven.
Het was op die momenten dat ik haar het liefst had willen zoenen, maar dan had ik mijn onzichtbaarheid opgegeven en had ik niet langer in het kasteel kunnen blijven.



25.1.15

Gecompliceerd



"Bij onderwerping, doe je dat dan beter uit vrije wil, of juist niet?"
"Ik deed het uit vrije wil. Dat spaart heel wat gedoe, dacht ik."
"Maar voelt dat dan wel juist aan, vraag ik mij af?"
"Tja... helemaal hetzelfde zal het wel niet zijn, nee."
"Wat zou je mij aanraden?"
"Hemel, wat vraag je nu, dat is een moeilijke hoor."
"Ja, maar gezien jij toch wat ervaring hebt..."
"Neen, die verantwoordelijkheid kan ik echt niet nemen. Je bent mijn beste vriend."
"Ai, is het zo gecompliceerd?"



Tantrische yoga



Zoals bij zovelen duurde het ook bij de gebroeders Stevens vrij lang vooraleer zij de voordelen van de Tantrische yoga wilden erkennen.



Nu



Door een samenloop van omstandigheden (geheel losstaande van de stand van de sterren tijdens die zomernacht) kwam zowat de helft van de mannen en één vrouw uit de buurt tot het besluit dat ‘nu' het moment was dat zij hun kans hoorden te wagen.



24.1.15

Voor wie mij bezig ziet en zich afvraagt



Ik gesticuleer en gesticuleer, ik zwaai, ik molenwiek en somtijds wuif ik zelfs ronduit.
Dit zijn zelfbevestigende gebaren, luidt vaak de interpretatie. Wat natuurlijk doorgaans het geval is, al is het dikwijls ook vertwijfeld klauwen om mijn evenwicht niet te verliezen.



23.1.15

De horizon



Nu ik eindelijk begrijp aan
welke kant ik begin en aan
welke kant ik eindig ben,
heb ik mij voorgenomen om
er met niemand nog over
te spreken.
Het lijkt mij zelfs best om
iedereen te laten weten dat
ik weldra onherkenbaar de stad
verlaten zal en dat
wanneer of indien
iemand nog eens aan mij denken
wil, hij dit maar beter laten kan.
Beter om mij niet te verwarren
met de horizon.




22.1.15

Een aforisme van oom Floris



Wanneer men het in gezelschap heeft over jouw “eerzaam” beroep, weet dan dat je er eigenlijk niet bij hoort.