"Jou leren kennen beschouw ik eerder als een interessant experiment, omdat het mij confronteert met mijn opvoeding en met hoe ik eigenlijk nog denk over bepaalde traditionele waarden."
"Jou leren kennen beschouw ik eerder als een interessant experiment, omdat het mij confronteert met mijn opvoeding en met hoe ik eigenlijk nog denk over bepaalde traditionele waarden."
"Ach mallerd,
Het is niet omdat je nu op de tast leeft,
dat je nu zomaar overal mag aankomen."
"O! Sorry."
Sinds ik op de tast leef,
nog niet zo lang dus,
heb ik één ding al wel geleerd:
Net zoals ik vroeger niet alles te zien kreeg,
mag ik nu niet overal aan komen.
Bij zo'n liefdespeleton is er altijd één met een tuiltje kunstbloemen. Daarmee wordt het achteraf moeilijker om uit te maken wie de meest rechtschapene van de aanbidders is.
Aangezien wij allebei onze maskers ophielden kon ik de contact tracer later met de beste wil van de wereld niet meer zeggen met wie ik daar nu eigenlijk had samen gezeten. Het was een van die ontmoetingen die je op voorhand niet voorziet.
- Misschien moeten wij de naam Tarkovski nog eens gebruiken!
- Tarkovski?
- Ja, die hoorde je vroeger wel eens meer vallen.
- Het zegt mij inderdaad iets.
- Google hem eens.
- Ja hoor, hier heb ik hem.
- Okee, hij bestaat, Tarkovski dan maar.
- Godot? Die is hier zopas vertrokken!
- Maar we hadden een afspraak!!
- Hij had iets dringends te doen ineens, denk ik.
- Ik wacht al ééuwen om hem te spreken.
- Wacht even, hij heeft een boodschap nagelaten... Scháát... waar ligt dat briefje van Godot?
- ...
- Die vent met zijn bòlhòed!
- ...
- Hoezo, je vindt het niet? Jij nam het toch aan?
- ...
- Zij vindt het niet.
- En hij heeft verder niets gezegd?
- Waarom zou hij? Dat zal toch op dat briefje staan?
- Volgens de criteria die ik voor anderen hanteer hoor ik mijzelf op staande voet te ontslaan jongen.
- En wat let je dan om het te doen papa?
De vertrekkers hebben een voorkeur voor de sterkste en de hoogste bomen. Daarvoor moet je naar de allereerste boomgaard. Uiteraard, er wordt ook gekweekt (doorgaans met zorgvuldig gekozen enten), want het uitgangspunt blijft alsnog dat iedereen vertrekt.
Verwacht niet van mij dat
ik in alles een even goed
oog zou hebben, want
ik zal u alweer teleurstellen.
- Sorry, de drang drong
- Geeft niet, ik ken dat, het dringen van de drang, hé. Zo ken ik er wel meer.
- Mag ik boven komen?
- Nee, ik ben pas thuis en wil eigenlijk wat rusten.
- Ja, je was op reis.
- Ja.
- Hoe was het onderweg?
- Kalm.
- Kalm?
- Lekker gegeten?
- Dat viel wel mee.
- En nog iemand ontmoet.
- Misschien.
Misschien? Wat was dat nu voor een antwoord.
- Huidhonger, huidhonger! Iedereen lijkt het er wel over te
hebben tegenwoordig.
- Het kan iedereen treffen.
- Zolang we maar geen huidhongersnood krijgen, denk ik dan maar.
- Ja, waar moeten wij dan heen?
- Vreemd dat er nog geen acties zijn.
Net als haar moeder had Mien Zwart een
boontje voor mannen die hun leed in stilte verwerken
en was zij eveneens dikwijls geneigd hen dat
boontje te laten doppen.
"Maar meelij is geen liefde Mien,"
was de les die haar moeder spelde.
Wat Mien na vele jaren zou beamen!
Omdat het haarzelf niet zo goed was vergaan liet moeder haar dochter Mientje regelmatig oefenen.
“Snèller, snèller Mien!
Het geluk wacht op niemand.”
- Ben je zeker dat je het hier liet vallen?
- Acht meeuwen! Dat moet een voorteken zijn.
- Ja, maar waarvan?
- Laten we hun aantal vermenigvuldigen met het onze.
- 5 x 8 bedoel je!
- Ja, dat is 40.
- Misschien vliegen zij wel naar Noord-Afrika.
- Noord-Afrika? Dàt is het.
- Wat bedoel je?
- De meeuwen willen dat wij de namen van Ali Baba’s veertig rovers onthullen.
- Ja, dat moet het zijn.
- Kom, we vertrekken meteen.
Hij zou maar even weg zijn, al werd het uiteindelijk een hele tijd. En natuurlijk werd er kwaad van gesproken.
Wat is Synchroonpotloodrapen ?
Synchroonpotloodrapen wordt ook wel eens (maar is minder veelzeggend) kantoorturnen genoemd, omdat het te vergelijken is met een potlood oprapen in kantoren. Met op de achtergrond het gebabbel of de muziek van een regionale radiozender wordt er met een zo vlot mogelijke beweging een potlood opgeraapt.
Dit kan uiteraard op kantoor, maar ook andere lokalen zijn mogelijk. Het is lichaamsbeweging die enige souplesse vereist om het goed uit te voeren. Er bestaan verschillende disciplines: met kleurpotloden, vulpotloden, vulpennen, latten, enz. Vaak in combinatie met elkaar. Het moeilijkst zijn latten op een gladde vloer en stiften zonder dop die wegrollen onder een stoel waarop een meisje of vrouw zit. Alles draait hem om de vlotheid van de beweging.
Synchroonpotloodrapen wordt vaak door mannen beoefend maar ook vrouwen laten zich niet onbetuigd.
De sport is nog niet overal officieel erkend, maar aangezien de instapkosten eerder aan de lage kant zijn en zij haast overal kan beoefend worden, zou dit wel eens snel kunnen veranderen.
De vrouw ging naar boven.
“Tijd om te vertrekken,” mompelde zij.
“Ga je weer naar hem toe?” vroeg de jurk die zij altijd droeg wanneer zij naar hem toe ging.
“Dat weet je wel,” antwoordde zij.
“Van hoe laat tot hoe laat?”
Zij dacht even na,
“Tot zo lang mogelijk,” antwoordde zij.
“Ja, daar wordt het stilaan tijd voor,” antwoordde de jurk bemoedigend.
“Wat vind je van hem?”
“Hij heeft zachte handen.
“Ja, dat ook.”
![]() |
| Illustratie: Джулия Пинту |
Het is de regen niet,
die mij tot die dingen drijft,
maar het is zo gemakkelijk
om hem erbij te halen.
De man verafschuwde zichzelf.
Hij gaf zich vanmorgen een oorvijg.
Je bent een zielige man,
zo sprak hij zich in stilte toe.
Luidop zou iemand het kunnen horen.
Maar je komt niet van me af.
Wij horen bij elkaar.
Op een dag, ik was op jacht, bespeurde ik tussen de schaduwen aan de rand van het bos de oude wandklok van mijn grootvader. Die met alle vergeten momenten. Ik wilde haar de mijne maken, maar zij moet mij hebben opgemerkt, want zij trok zich wat verder terug tussen de bomen.
“Als jij de wandklok van mijn grootvader bent laat mij jou dan de mijne maken, dan hang ik je bij mijn andere trofeeën en dan kan ik al die vergeten momenten ophalen telkens als ik daar zin in heb,” riep ik.
“Waarom zou ik,” antwoordde de wandklok luid tikkend, “het zijn jouw vergeten momenten niet, maar die van je oude grootvader. De meeste ervan ken je niet eens want je was er nooit.”
“Maar wat doe jij hier dan in het bos, is dat geen vreemde plaats voor een wandklok?”
“Helemaal niet, ik ben, dat besef je toch, niet zo maar een een wandklok?!”
“Zeker niet, je was een enig stuk, zei grootvader altijd, en voor wie haar goed verzorgde zou je meer zijn dan alleen maar een apparaat dat de tijd aangaf.”
“Zo is het. Eigenlijk ben ik je grootmoeder, maar omdat ik méér wilde zijn en hem had beloofd dat ik zou zorgen voor onze vergeten momenten, stemde hij erin toe dat ik mij tot hangklok liet ombouwen. Hij was een lieve man, boordevol begrip en empathie.”
“Wat? En hoe zat dat dan met je gezinsplichten als vrouw?”
“Dat gaat jou niets aan. Maar wees gerust, voor alles was er een tijd en een stond. Ga nu maar naar je vrouw en denk goed na over wat ik je heb verteld.”
Thuis heb ik over het voorval gezwegen. Hoe ik er ook over nadacht, een en ander leek mij onbevattelijk.
“Wat zit je toch te dubben,” vroeg mijn vrouw, “Het lijkt wel of je je al onze vergeten momenten wil herinneren.”
Zij besefte niet hoe ver ze weer van de waarheid af zat.
Een dag later was ik weer vroeg opgestaan om een mogelijk lief te ontmoeten. Willekeurig verlangde ik het mogelijke lief van gisteren weer te ontmoeten. Het was toch ginds? Of iets verder? Achter de hoek op het plein? Nee, hier was het. Zij was er niet. Het mogelijk lief. Was zij ontvoerd? Weggeroepen? Verlokt? Dan moesten er sporen zijn. Maar niets van dat al. Het leven was zijn gang gegaan.
Berustend liep ik verder. Misschien ben ik wel aan iets ontsnapt.