30.4.13

Oranje (maar ik laat niets merken)



De dag dat alles en iedereen hier oranje werd had ik toevallig mijn vrouw in de kelder opgesloten zodat zij nu de enige is die nog haar oorspronkelijke kleur heeft.
Dat ik haar opsloot heeft zij mij dan ook uiteindelijk vergeven en nu staan we weer zo ver in onze relatie dat ik haar - als ik mij eerst diep verneder door op enkele van haar verzoekjes in te gaan - volledig in haar oude kleurenpracht mag aanschouwen.
Zij vindt het pikant om dan tegelijkertijd op een fijn worteltje te zuigen, waarbij zij zachtjes kreunt. Dat vind ik ook wel pikant, maar daar laat ik nooit wat van merken omdat ik benieuwd ben hoe lang zij dit nog volhoudt.


_____

29.4.13

De weg uit het labyrint



Nadat M., de enige vrouw van wie ik waarschijnlijk echt zal houden, opbiechtte dat zij "iets voelde" voor een minotaurus sloegen bij mij de stoppen door en zette ik alles op alles om die liefde te torpederen.
Maar wat ik ook intrigeerde of deed, het leidde er alleen maar toe dat ik haar steeds definitiever verloor tot ik uiteindelijk toch inzag dat ik haar haar liefde niet mocht ontzeggen. Ook wel met de bijgedachte dat ik moest vermijden haar helemaal kwijt te spelen.
Toen zij uiteindelijk besliste om voorgoed bij haar monster in te trekken gaf ik haar een bol draad.
"Hier, je beseft toch wel in wat voor labyrint je je nu begeeft? Neem dit een wikkel hem af indien nodig, dan kan ik je altijd vinden."
Wanneer zij een dag later onze flat had ontruimd en definitief vertrokken was was het enige wat zij als aandenken achterliet de bol draad die nog op het aanrecht stond.


_____

28.4.13

Supervriendelijkman



's Ochtends vraagt Supervriendelijkman zich wel eens af tot wat zijn zeldzame gave uiteindelijk moet leiden. Maar tijdens het ontbijt verdwijnt dit soort gedachten doorgaans en bij de koffie gekomen is hij al geheel en al aandacht voor het lijstje namen van mensen die nodig dienen opgebeurd!
Neen, niet alle superhelden vliegen door de lucht om goed te doen. Het gaat hier om een kracht van een totaal andere orde.


_____

27.4.13

Over de val van een plichtsbewust man



Er viel eens een plichtsbewust man vanuit het achtste raam naar beneden tot hij op onnatuurlijke wijze voor het mijne op het derde bleef hangen. Ik maakte het snel open om hem van nabij te kunnen bekijken. Wat gaat er door zo iemand heen? Hoe ademt hij? In nam aan dat hij als plichtsbewuste daar niet zomaar hangen bleef.
In zijn blik ontwaarde ik in de eerste plaats verbazing en dan berusting alsof hij zich bij deze wending van het lot neerlegde. Dat dit in zekere zin te verwachten viel van een plichtsbewust man is iets wat ik pas enige dagen later meende te mogen besluiten.
Toen ik even later ging werken lag hij dood op het trottoir naast een politievrouw die de voorbijgangers aanmaande door te lopen. Precies wat een plichtsbewust man ook zou willen, denk ik.


_____

26.4.13

Het leven om en bij de rivier!



Zij die stroomafwaarts drijven zwijgen met de grootste eerbied over zij die dat stroomopwaarts doen, want er bestaat een groot verschil tussen die twee!
Een verschil dat niet uit te leggen is en zich alleen laat uiten in het eenvoudige gebaar waarmee de laatsten de eersten het nakijken geven tijdens hun voor normale mensen, te midden van de krokodillen, geheel zinloze activiteit.


_____

25.4.13

Voor de advertentie



"Het is voor de advertentie meneer."
"Advertentie?"
"Ja, die van gisteren!"
"Welke advertentie van gisteren?"
"Die van "Fluiter zoekt Flier", hahaha...!


_____

24.4.13

De gave van het woord en de invloed van vanille



Als haast chronisch wanhopige werd ik op een dag door een dame op de thee gevraagd. Op voorwaarde weliswaar dat ik beschaafd gekleed zou komen en dat onze uitwisseling uitsluitend verbaal zou zijn.
Er op rekenend dat dit laatste eufemistisch bedoeld was diende ik mij alleen gehuld in een oude feldwebeljas en voor de rest spiernaakt bij haar aan.
Niettegenstaande de walmen van minstens al een uur eerder aangestoken vanillekaarsen mij tegemoet wasemden toen zij de deur opendeed, was het meteen duidelijk dat zij bij het zien van mijn vestimentaire uitdossing de gemaakte afspraak niet meer wilde honoreren en zij vluchtte gillend naar haar slaapkamer, waarheen ik haar (omdat ik de verkeerde conclusies trok) luidkeels achtervolgde en alwaar er zich daarna bepaalde evidente dingen hebben voltrokken die, dat geef ik toe, het verbale zijn overstegen.
Na afloop van onze uitwisseling liet ik haar ingenieus vastgebonden aan drie van haar vier beddenpoten achter en ging weer naar huis. Het was toen al donker.
Drie dagen later, op het politiebureau, verklaarde ik schriftelijk dat ik het nooit meer zou doen en dat ik steeds bereid ben haar opnieuw te woord te staan indien zij dit wenst en als dat dan zonder vanillekaarsen kon.


_____

23.4.13

Een aforisme van oom Floris



De magie van het mens zijn zit hem in het menselijk zijn.


_____

22.4.13

Het redelijk wezen in de holte achter mijn knie



Er heeft lang een redelijk wezen gewoond in een kleine holte achter in mijn rechterknie. Maar toen ik op een keer eens een vrouw hielp bij het opblazen van ballonnetjes en daarna met haar sliep is het bij haar gebleven. Ik veronderstel dat zij comfortabelere holten te bieden had.
Sindsdien ben ik helemaal alleen, zonder redelijk wezen geheel op mezelf aangewezen en vecht ik met de aloude vraag van hoe kom ik ooit nog aan een redelijk wezen.


_____

21.4.13

De gebeurtenis van de vallende garnaal

Op zekere dag, dat is zowat het enige dat vaststaat, liep ik voorbij een hoge toren, waar vanuit de hoogste trans (dat noemde men daar zo) een zorgvuldig gepelde, roze garnaal precies op de kale plek midden op mijn achterhoofd viel.
Waarschijnlijk had iemand die, als offer en/of uit een of andere vorm van bijgeloof en zonder eerst goed uit te kijken of er iemand passeerde, in een voor hem of haar symbolische diepte gegooid. Dit karakteristiek gebaar (van doorgaans wanhopige mensen) had het begin kunnen zijn van een waanzinnig nieuwe religie die de aanstichter ervan ook nog eens waanzinnig rijk had kunnen maken, ware het niet dat ik, een eerder prozaïsch man, niet het laatste eindje van het valtraject van de symbolisch vallende garnaal op argeloze wijze had doorkruist.
Dit voorval bewijst eens te meer dat het leven boordevol onzekerheid zit. Zelfs voor wie rotsvast in iets wil geloven.


_____

19.4.13

De onmogelijke verwisseling

Met ogen als schoteltjes keek hij toe hoe zijn vrouw ineens, met een forse greep, haar borsten van plaats verwisselde.
"Wat doe je nu?"
"Ik verwissel ze eens van plaats."
"Maar dat is toch onmogelijk?"
"O ja?"
En ze verwisselde ze opnieuw naar de oorspronkelijke volgorde.
"Nu doe je het wéér!"
"Je zegt toch dat het onmogelijk is, dan zet ik ze maar weer terug, geen probleem hoor."


_____

18.4.13

De gepreciseerde vraag



Ooit kwam men eens als volgt tot de kern van de zaak:

"Bent u de man die zichzelf lelijk vindt?"
"Kan u dat niet eerst wat preciseren?"
"Lelijk, van binnen en van buiten."
"Ja."
"Ja?"
"Ja, zo zie ik mij eigenlijk wel."

Toen bleef het even stil, het leek wat al te gemakkelijk te gaan.

"Nog iets?"
"Neen, u hebt mij goed geholpen!"

Door het stellen van duidelijke en precieze vragen komt men tot precieze kennis en is de kans dat men zich later vergist veel minder groot.


_____

17.4.13

De man die zich in vrouwen verbergt

Zijn regelmatige verdwijningen hadden een belletje moeten doen rinkelen, want in die tijd was er al meer over de man die zich in vrouwen verbergt bekend dan hem lief was.

Toen zij het door had was het te laat en had hij zich naar alle waarschijnlijkheid diep in haar verborgen. Waar precies kon ze met de beste wil van de wereld niet aanwijzen. Zij zat er wel enorm mee verveeld, omdat zij zich in haar diepste wezen genomen voelde. Hij had er over kunnen spreken toch! Vaak bij het nemen van een bad nam zij voortaan extra tijd om water in al haar lichaamsholten te laten dringen in de hoop hem zo uit te drijven, of hij zou toch niet verkiezen om in haar te verdrinken?

"Wat? Baden? Een vent doet niets liever dan zich in een vrouw verdrinken!" riep haar beste vriendin uit toen zij het haar in vertrouwen vertelde.

Toen deze waarheid eenmaal tot haar doorgedrongen was raakte zij vervuld van een nooit eerder gekende melancholie die haar verdere sociale leven en zeker haar houding ten opzichte van nieuwe mannen totaal veranderde.

Van de man die zich in vrouwen verbergt zelf hebben wij verder niets vermeldenswaard meer vernomen. Het kan dus dat hij nu elders is.


_____

16.4.13

De nederdaling van de Modigliani



De onverwachte nederdaling van een Modigliani, zonder aankondiging of aanwezigheid van voorkennis, zou onze knusse, kleine samenleving op zijn grondvesten doen daveren. Wij zijn namelijk, en toen zèker, geen kunstkenners, maar slechts de bewoners van het Manneneiland. Dit had dus eigenlijk moeten gebeuren in een kunstacademie, waar de horizonten ruimer zijn en de zeden in verhouding losser. Maar zo simpel van structuur en ordening is het leven natuurlijk niet.

Kort na de neerdaling kwam er een Duider aangeroeid. "Wat een toeval," dachten wij in onze argeloosheid, maar uiteraard vergisten wij ons deerlijk. Hij zwaaide al van ver, wat zijn roeien niet ten goede kwam, en hij had penselen mee! En penselen zijn instrumenten van de duivel waarmee heel wat genot kan worden beleefd en verschaft. Dat wisten wij instinctief al héél lang. Dat kon ook niet anders bij ons op het Manneneiland.

Tenzij…

(Deze 'tenzij' leidt ons geheel en al naar het pad der herinneringen, om niet te zeggen van de overleveringen, en zij confronteert ons met een gebeurtenis die verklaart waarom ons eiland het Manneneiland is geworden. Dat is er als volgt van gekomen: vroeger heette ons eiland het Mannen en Vrouweneiland, omdat wij toen nog vrouwen onder ons hadden. Niet alleen hadden wij ze onder ons, zij stelden vanuit hun standpunt bekeken ook geen onredelijke eisen, die vaak het gebruik van een penseel vergden. In die tijd had men (en dat niet alleen op ons eiland) niet zo veel alaam, maar penselen bestonden al wel en waren geschikt voor van alles en nog wat! In verloren momenten wanneer er niet gewerkt kon of mocht worden (en God zij dank leven wij in een op dat vlak benevolent klimaat en waren er dan ook veel van die momenten) eisten de vrouwen - soms meer dan één keer per dag - om kundig vermaakt te worden met diverse penselen. Als er in die tijd ook sprake was geweest van enige reciprociteit dan was ons eiland waarschijnlijk nooit van naam veranderd, maar om redenen die alleen vanuit een diepgewortelde traditie en via ons "Mensch"-zijn te begrijpen vallen, was dat dus niet het geval.

Nu voerde in die dagen een van onze mannen een uitgebreide correspondentie met een bioloog die waarschuwde dat zulk een klakkeloos overgeleverde gewoonte misschien wel wees op een analogie met bepaalde sprinkhanen en insecten, waar het mannetjesdier na de paring of op een ander significant moment door het wijfje wordt opgegeten. Dat was op ons eiland weliswaar nog nooit voorgekomen, maar dat de vrouwen nà een penseelmoment steevast hongerig waren was toch ook weer niet geruststellend en lag beslist mee aan de basis van het feit dat op een dag, toen de wind vastelandwaarts stond, alle vrouwen in een bootje werden gezet en weggestuurd. Zij kregen ook al onze penselen mee, vermits er geen kunstschilders onder de mannen waren die meerdere penselen nodig hadden. Sedertdien heet ons eiland dus het Manneneiland!)

"Een Modigliani, en dàn een Duider met penselen! Kan iemand mij vertellen wat dit kan betekenen?" vroeg de dorpsoverste zich luidop af in wat hij dacht een retorische vraag te zijn. Hij was dan ook totaal niet ingewijd in de voor- en nadelen die sociaal netwerken met zich meebrengen. Want wat bleek? Dat er tòch vrouwen op het Manneneiland woonden en werkten. Twéé zelfs, zusters nog wel, met een Amerikaans accent. Het waren missionarissen die ons, als klerken verbonden aan de bibliotheek, met een overigens goed bijgehouden zakelijke administratie religieus dachten te kunnen inspireren. Tevens bleek dat zij in feite geen echte missionarissen waren, maar naar ons eiland waren gekomen met de bedoeling fijnmazig antropologisch wetenschappelijk werk te doen voor een onderzoek naar hoe wij na eeuwen van ontzegging zouden reageren op penselen.

Hoef ik nog te zeggen dat wij hen onmiddellijk op de eerste boot landwaarts hebben gezet? Dubbel gesterkt in onze eeuwenlange traditionele zekerheid dat missionarissen altijd iets dubbelzinnigs in hun houding hebben!

Na ook nog enkele rituele penselen symbolisch te hebben verbrand en de as in zee te hebben gegooid gunden wij ons een blik op de Modigliani die zo ineens, maar in elk geval rechtmatig, in ons bezit was gekomen, waardoor wij alweer met een verrassing werden geconfronteerd: het was helemaal geen Modigliani maar een Picabia. Eentje die heel wat kundig penseelwerk deed veronderstellen grapte onze dorpsoverste, die al bij al een precaire faze in zijn carrière had overleefd.


_____

15.4.13

De dansende man



"Kijk, een dansende man," wees zij.
En dat klopte, ook ik zag hem nu. Bewegend op onhoorbare muziek. Hij bracht zijn armen boven zijn hoofd en tilde zijn rechterbeen op, tot in een hoek van 90°, met zijn tenen strak naar de grond. Het ging razendsnel en het koste hem klaarblijkelijk geen enkele moeite. Wat wil zeggen dat hij veel geoefend had, denk ik. Het gebeurde heel krachtig en in zekere zin ook wel sierlijk.
"Dat zie je nu niet vaak," merkte zij op, "Een dansende man."

Maar nu ik er één gezien heb, heb ik er a.h.w. oog voor gekregen.
Ik ben er steeds meer beginnen zien. Ik besef nu dat er veel meer dansende mannen in de wereld zijn dan ik vroeger vermoedde, laat staan voor mogelijk hield.


_____

12.4.13

Oude recepten

"Hebt u wat aan oude recepten?"
"Oude recepten, neen, in feite niet."
"Goed, dan neem ik ze weer mee."
"Weet je wat, laat ze toch maar hier."
Indien niet voor mezelf, dan heb ik ze toch bij de hand voor wie er wel van wil leren, moet ik gedacht hebben.
Ik heb ze hier nog ergens.


_____

11.4.13

Aanbod



Het is altijd een aanbod met voor en tegens


_____

10.4.13

Wat wij begrijpen



Er was eens een man die alles omhelsde op zoek naar begrip en troost.
Na dergelijke omhelzingen kon hij dan weer even voort. Tot de nood zich weer deed voelen.
Gelukkig dat wij zulke dingen begrijpen.


_____

9.4.13

Een leven zonder jazz!



Tussen zijn werkzaamheden door kreeg hij telefoon van zijn vrouw, over iets wat ons eigenlijk niet aangaat, en alsof dat nog niet volstond had zij er aan toegevoegd dat "een leven zonder jazz voor haar geen leven was."


_____

Voortdoen!



"Zeg, als die levensdraad helemaal afgerold is, wat dan?"
"Man, doe toch gewoon voort!"


_____

Over de kansen die ik met beide handen grijp



Ik
(onder de velen)
was de mening toegedaan
iets belangrijks te hebben mogen zien en vernemen
en applaudisseerde dapper mee
in het gelukzalige besef
dat ik al heel dikwijls dit soort kansen heb gekregen
en gegrepen.


_____

8.4.13

Het unieke



Hij deed niets liever dan onze aandacht trekken op het unieke!


_____

De geheime groet



Het in onze ogen verwijfde voorstel van Heinrich om een geheime groet te gebruiken wanneer wij elkaar in het openbaar ontmoeten hebben wij kort overwogen, maar dan beleefd afgevoerd.


_____

7.4.13

De hond die nooit gesproken heeft



Misschien werd in het beest een bovenmaatse eloquentie vermoed, want hij werd verzorgd en gevoed en algeheel bejegend met de uiterst mogelijke zorg die doorgaans voortkomt uit onvoorwaardelijke liefde, en zo werd hij altijd aangesproken met zachte troostende stem, als om te vermijden dat hij ons vervloeken zou of een wijsheid spuien die niet past bij onze hedendaagse levensstijl. Maar toen hij uiteindelijk gestorven was zijn wij ons hem gaan herinneren als de hond die nooit gesproken heeft.


_____

De invloed van omstandigheden



In aanwezigheid van mijn broer sneden wij meestal luchtiger gespreksonderwerpen aan.


_____

6.4.13

Logisch



Het had net zo goed wat anders kunnen zijn, maar het leek ons logisch dat wij gewoon "de gemaskerde" zeiden wanneer we het later over hem hadden.


_____

5.4.13

Verwant



Onder het dwingend oog van zijn moeder - het was per slot van rekening toch haar zus - bracht Kareltje ook een stukje cake naar zijn tante, met wie niemand wilde praten omwille van haar niet onberispelijke levenswandel.
"Dank je wel Kareltje, je bent al een echte man."
Door die woorden voelde hij zich plots zeer met haar verwant.


_____

4.4.13

Met hulpstuk



"Kijk eens hoe wij ons huwelijk draaiende weten te houden, gewoon met behulp van een eenvoudig hulpstuk!"
"Het vergt toch wel wat inspanning hoor!"


_____

3.4.13

De sprintende man



Hij kwam hier vaak vroeger, maar altijd heel snel, de sprintende man. Hij sprintte namelijk altijd. Zo was hij opgevoed. "Een gezonde geest in een gezond lichaam", placht hij te hijgen, tussen twee sprints in. En omdat dat er werkelijk ingestampt was is hij blijven sprinten, overal en altijd. Met of zonder obstakels. De sprint beheerste zijn bestaan.
Dan weer sprintte hij rond de tafel. Dan weer naar de keuken. Ook wel eens naar de kelder. Minstens zes keer per bezoek sprintte hij tot achter in de tuin, rond het kippenhok, en weer naar binnen, door naar de zolder. Weer of geen weer. "Een gezonde geest in een gezond lichaam", zei hij dan. Eén keer is hij onze slaapkamer binnen komen sprinten. Maar hij was onmiddellijk ook weer weg.
Volledige gesprekken hebben wij amper gevoerd met hem. Dat was feitelijk niet mogelijk. Wij konden dat niet bijbenen.
En dan op een keer is hij weggesprint. De stad uit.
"Een gezonde geest in een gezond lichaam", ik hoor het hem nog zeggen.


_____

2.4.13

Het afdrijven van een overspelige



Ik die al menig maal de weg van het vlees had gevolgd kwam ooit terecht in de slaapkamer van de dochter van een slager. Een pront ding met fris blozende wangen, warm van boezem, en witte bolle billen, die precies in mijn handpalmen pasten.
"Wat er ook gebeurt, verberg je nooit of te nimmer in die koffer!" lispelde ze, haar hoofdje schalks tegen mijn borst gevleid, met een mollig handje wijzend naar een donkerbruine houten zeemanskoffer bij haar raam, waar een stevig manspersoon zoals ik makkelijk in zou kunnen.
"Waarom dan?"
"In die koffer is naar het schijnt al menig overspelige afgedreven naar zijn ondergang!"
"Wees gerust, ik weet wel wat ik doe. Trouwens, ik ben niet bijgelovig," stelde ik haar gerust, en het leek mij precies het geschikte moment om ook eens aan haar oorlelletje te likken, als om haar nòg geruster te stellen. Daarna beleefden wij overheerlijke momenten. Wat in sommige gevallen kan verklaren waarom een man overspel pleegt. Hoe lieflijker zij zuchtte, hoe onvermoeibaarder ik werd.

Tot er plots luid op de deur werd gebonsd en de barse stem van de slager weerklonk:
"Siska, maak open of ik trap de deur in!"
Siska slaakte een ijselijke kreet en viel flauw uit het knusse bed op de koude vloer. Totaal verrast en niet in staat koelbloedig na te denken griste ik mijn hemd en broek bijeen en stapte fluks in de houten kist bij het raam en trok het deksel dicht, zonder ook maar een seconde stil te staan bij wat Siska mij op het hart had gedrukt. Ik hield mij doodstil en probeerde te horen wat er zich verder in de kamer afspeelde, maar hoe ik mijn oren ook spitste, ik hoorde niets van eventuele woordenwisselingen of èrger nog.

En toen leek het ineens of de kist begon te drijven, steeds verder van alles weg.


_____

1.4.13



"We zijn misschien te rechtlijnig geweest in al die jaren."
"Te rechtlijnig? Er waren toch momenten waar we bogen en knikten, zoals iedereen in het leven?"
"Ja, dat wel, maar heeft dat ons dichter bij elkaar gebracht, vraag ik mij soms af."

"Het spijt me niet."
"Mij ook niet."


_____