31.1.12

Het Weefgetouw



Of naast onze truitjes werkelijk alles van sajet is zullen wij pas weten wanneer iemand aan het eindje trekt, om te zien hoe het ontrafelt. Zo niet, dan dienen wij ons toch vragen te stellen over de Grote Wever en zijn Weefgetouw. Want daar zou dan iets mee zijn!

30.1.12

Subtiel



"En hoe is het nu met Peter?"
"Ach, hij is zo subtiel in het uitdrukken van zijn liefde dat ik er geen last van heb!"
"Hahaha… zo ken ik hem ook!"

29.1.12

Het zit er niet in



Een getormenteerde liep blootsvoets als een bijgelovige van Oostende naar Brussel langs de E40, omdat hem voorspeld was dat dit resultaat zou opleveren: een tweeling!
Onderweg kwam hij in contact (in aanraking zoals hij het zelf beschreef, al is dat niet precies hetzelfde natuurlijk) met drie prostituees die hetzelfde traject in omgekeerde richting aflegden. In omgekeerde richting omdat zij het omgekeerde beoogden. Mij is echter niet bekend of dit op bijgeloof gesteund gebeuren ook de gewenste resultaten heeft opgeleverd. Statistisch zit dat er echter niet in.

28.1.12

Baltsgedrag



Of er iets mis was met haar baltsgedrag, was een vraag die zich steeds meer opdrong.

27.1.12

Ontkrachting



Ik wilde dat het ontkracht zou worden.
Kost wat kost.
Voor mijn zielenrust.
Ik trachtte het dan ook meermalen ter sprake te brengen, maar het was alsof zij mij gelijk gaven.
Ik werd zelfs nog aangemoedigd!
Ja, het was duidelijk dat alles er op wees.
Zoveel toeval bestaat eenvoudigweg niet.
Zij wilden er uiteindelijk zelfs niets meer over horen.
Ik moest wel ziende blind zijn.
Dus heb ik het opgegeven.
Geen ontkrachting dan maar.
Maar wat is dan de oplossing?

26.1.12

De intocht van de occasionele minnaars



Mist belette ons de intocht van de occasionele minaars en hun instrumentarium duidelijk waar te nemen. Het is dus niet mogelijk er een precies getal op te plakken. Noch bij wie zij binnen gingen. Maar toen de zon weer scheen heerste er haast algehele voldaanheid.

25.1.12

Ontkracht mij toch



Wij leven in een tijd waarin alles moet ontkracht.
Zo kwam ik eens in gesprek met een hond met een hoed op die ook meende een en ander over mijzelf te moeten ontkrachten. Waarom wist ik niet uit hem te krijgen, maar hij is mij wel heel het park door gevolgd. Tot aan mijn voordeur. Zo zijn honden.
Het kan natuurlijk ook dat u mij niet gelooft en dat ik nooit een hond met een hoed op heb gesproken. Zelfs niet spreekwoordelijk.
Probeer dat dan te ontkrachten! (In plaats binnensmonds iets te monkelen!)

24.1.12

Museumstoel



Op een museumstoel wil u natuurlijk ook eens comfortabel zitten.
Dat spreekt voor zich.
Ik heb dat ook.
Hoe hachelijk dat ook is in een museum.
Want het is vèèl minder evident dan het lijkt.
U moet het eens proberen.
Telkens weer spannend is dat en waar hij staat is van doorslaggevend belang.
In theorie is het eenvoudig, tot u erover nadenkt.
Maar kijk om u heen, de meesten van onze gelijkneigenden ervaren hetzelfde.
Zij schuiven wat naar links, of naar voren, maar ondervinden altijd toch wat gewiebel.
Dan maar wat meer naar rechts.
Het is altijd zoeken.
Sommigen leggen er zich ook te gauw bij neer.
Zij pretenderen iets belangrijker aan hun hoofd te hebben dan eens te gaan zitten op een museumstoel.
Zij vergissen zich echter en zullen nooit weten hoe onze vorsten en voorgangers hebben gezeten.

23.1.12

Verhaal met een moraal

Er was eens een kwaaie god die er een hemels plezier in schiep om willekeurig mensen eenzaam te maken.
Voor altijd, zonder dat zij daar nog iets aan konden doen.
Met bidden of goede werken of zo.
Er kwam een tweede, nog veel kwaaiere, god aan te pas om de eerste kwaaie god te straffen door hem ook eenzaam te maken, opdat hij zou inzien wat dat is, iemand iets aandoen wat je zelf niet begrijpt.

In het totaalbeeld van het heelal en de eeuwigheid doet dit verhaal over goden uiteraard niet ter zake, want ik vertel dit zonder enige bedoeling of moraal.

U doet hier maar mee wat u zelf wil.

22.1.12

Het verhaal van de verlaten kast!

Wie kent er nog het verhaal van de verlaten kast? Of moet ik het zelf nog eens, voor eens en voor altijd, vertellen?

21.1.12

Een aforisme van oom Floris



Wie iets geeft van wat hij heeft behandel je best toch wat beleefd!

20.1.12

De besluiteloze man en de gelukkigmakende heks

Er was ook eens een man die zijn kinderen een gelukkig leven wilde geven.
Op het moment dat deze intentie duidelijk vorm kreeg in zijn bezorgde hoofd passeerde daar opeens aan de overkant van de straat de gelukkigmakende heks!
De gelukkigmakende heks stond echter eveneens bekend als een wijf dat, op kwaaie dagen, je geslachtsdelen kon wegtoveren.
"En, wat sta jij daar te gapen!" riep zij toen zij hem in het oog kreeg.
Onze man kon niet goed uitmaken of haar stem nu geïrriteerd of gewoon schel had geklonken en hij verstarde over zijn heel wezen.
Schouderophalend verdween de gelukkigmakende heks om de hoek, zij had geen tijd te verliezen, want zij was gevraagd om eens bij rijke mensen langs te gaan. Die hadden alweer een kindje gekocht.
Onze man heeft zich de rest van zijn leven natuurlijk zijn besluiteloosheid beklaagd en sommigen beweren dat dit voorval aan de basis ligt van zijn miserabele seksleven sindsdien. Al zal dit laatste u niet interesseren.

19.1.12

Over de man die alles verloor



Er was eens een evenwichtige man die alles verloor.
Eerst verloor hij zijn geld.
Toen hij naar zijn geld zocht verloor hij zijn verstand.
Door zijn verstand te verliezen verloor hij zijn evenwicht en zijn gevoel voor richting.
Daardoor verloor hij alle verhoudingen uit het oog en zelfs de gevestigde waarden en goede manieren!
Op die manier raakte hij finaal zijn hart kwijt, althans, dat wordt door kwatongen beweerd.
Maar dat laatste klopt niet, want ik vergat te zeggen dat zijn hart het allereerste was wat hij verloor.
Anders verlies je die andere dingen ook niet, dat begrijpt het kleinste kind.
Het enige wat hij nu nog heeft is ijzerdraad om gezichten te vouwen.
Het lijkt er op dat hij daar aanleg voor heeft.
Als hij zich nu maar niet snijdt en al zijn bloed verliest.



Met bijzondere dank aan Ferdinance.Crane voor het mogen gebruiken van de illustratie.

18.1.12

De niet van angst gestorven man

Ik kruiste eens de man van wie iedereen dacht dat hij van angst was gestorven.
Ineens stond hij voor mij en deed zijn relaas.
Hij had een vrouw zijn liefde bekend en was afgewezen.
Dat was nu verwerkt.
Hij zou het weldra nog eens proberen.
Bij een andere vrouw uiteraard.

Ik heb hem een tijdje vergezeld en kwam zo te weten hoe zuiver en puur,
maar ook ordelijk en zorgzaam zijn nieuwe vlam was.
"En… denk je dat het wat wordt?" vroeg ik
nadat onze gesprekken na verloop van tijd dreigende stil te vallen,
"Dat weet je nooit op voorhand," antwoordde hij als de eerste de beste visser.
"Neen, maar ik ben wel benieuwd en wens je alle succes!"

Hoe het verder is gegaan weet ik niet, maar als ik het te weten kom laat ik niet na het te zeggen.
Maar ja, hoe gaan die dingen in het leven?

17.1.12

De toestand nu, wanneer het er niet meer zit

a : En?
b : Ik zie het niet meer zitten.
a : Meen je dat?
b : Daarnet zag ik het dààr nog zitten hoor, maar nu is het weg.
a : O, op die manier.
c : Wat zitten jullie hier?

a&b in koor : Wij zien het niet meer zitten.

16.1.12

De bril



Er was eens een man die een bril had gemaakt waardoor heen je de waarheid kon zien. Nu wilde hij uiteraard zeker zijn of het geval wel werkte. Daarom vroeg hij zijn vrouw om hem uit te proberen. Maar zij, want zij kende hem onderhand wel, stond daar niet om te springen.
"Als het nu een bril was geweest om leugens te doorzien, of kwade bedoelingen, maar dìt…"
"Kom nou Em, wie is er nu beter geplaatst om die bril te testen dan jij. Jou kan ik ten volle vertrouwen!"
Dat was het nu net. Em had òòk altijd haar best gedaan om hem te vertrouwen en hem altijd het voordeel van de twijfel gegund.
"Tou nou Em, ik smeek je!"
Onder zulke druk gaf Em toe en zette de bril op.
Ja hoor, het was eerst wat wennen aan de nieuwe manier van kijken, maar ineens zag zij de hele waarheid. Volledig, zoals hij ze altijd wel had verteld, maar in een totààl andere volgorde. Hoe blind was ze toch altijd geweest!
"En?" vroeg de man vol gespannen ongeduld.
"Hier, kijk dan zelf," antwoordde Em, toen ze weer in staat was om te spreken.
Toen, nu hij bij zijn vrouw zag wat de waarheid bewerkstelligde, begreep hij hoe belangrijk zijn uitvinding wel was, en waarom hij haar beter verborgen hield.

15.1.12

Wanneer het water stijgt



Dat het water stijgt?
Ja, nu u het zegt, u hebt gelijk.
Het is dus weer zover.
Ja, weet u,
op gezette tijden,
al is nooit zeker wanneer,
er gaan soms decennia over heen,
wordt de stad onder water gezet.
Daarom dat iedereen hier wel een jacht of een bootje heeft, ziet u?
Het houdt ons alert en cultureel op peil
en het doet ons de grondslagen van een beschaafd samenleven respecteren
omdat het ons dwingt telkens opnieuw bewust te kiezen
voor de dingen die er echt toe doen,
zo zegt men toch,
want dat is een slijtende gewoonte,
dat weet u ook wel.
Neen, deze keer blijf ik beneden.
Die keus is er natuurlijk ook altijd.

14.1.12

De keuze van het zaad!



De keuze van het zaad gebeurt doorgaans op veel intuïtievere wijze dan de illustratie eigenlijk weergeeft.

Subtiel



Weinig subtiel, maar op een of andere manier wilde zij haar schoondochter toch iets doen inzien, zonder het echt ter sprake te brengen.

13.1.12

Onder collega's

In onze professionele uren voerden wij heel wat gesprekken over
"Wat is nu een volmaakte man? De standvastige voorwaar!!!!"
Waar hij het dan niet totaal mee eens kon zijn.
"Neen hoor. De trouwe en potente," poneerde hij steevast,
"Zoveel is zeker."
"Potent"
"Ja, potent."
Zo konden wij uren discussiëren over de volmaakte man met het meeste nut voor vrouwen van allerlei slag. In de loop der jaren evolueerde onze visie natuurlijk iets of wat, maar nooit raakten wij het eens. Maar wij dreven het ook nooit op de spits.
Wij waren loyale collega's die elkaar nodig hadden!

12.1.12

De architect



Nee, tegenwoordig bouw ik enorme gebouwen. Gebouwen zonder ramen bijvoorbeeld, of met ingewikkelde gangen naar het centrum. Altijd wel met een dak dat prachtig uitzicht geeft op het betere. Het gaat om stevige constructies. Uiteraard zou ik ook een andere stiel kunnen kiezen. Er is zoveel te doen eigenlijk, al concentreer ik mij voorlopig uiteraard best op mijn architectuur. Het gaat hier tenslotte om ingewikkelde berekeningen die veel verantwoordelijkheid met zich meebrengen. Mijn gebouwen mogen niet knellen en dat risico is vrij groot, gezien de materialen die ik aanbeveel. En poëzie dan? Hoor ik u denken, U die mijn gebouwen niet kent en knus woont. Dat zoiets tegenwoordig acceptabel is leidt inderdaad tot zulke gedachten en doet zulke vragen rijzen.

11.1.12

Fictief aanwezig



Ik kreeg eens bezoek van een fictieve bezoekster.
Zij wist zich handig bij mij binnen te praten.
Als een stem van binnenuit.
"U bent toch?"
"Ja, inderdaad. Het verrast mij dat u mij kent en zoveel moeite doet."
"Dat is omdat u intrigeert."
Nu ben ik daar niet zo zeker van, dus wilde ik meer uitleg. En die kreeg ik in ruime mate. Allemaal dingen die ik diep van binnen al lang wist. Het ene enorm positief en aangenaam. Het andere danig ontnuchterend! Veel minder fictief dan mijn bezoekster zelf.
"Nu moet ik weg," onderbrak zij mijn peinzen met een voldane glimlach en zij nam even fictief afscheid als zij was gekomen.
"Komt u nog terug?"
"Ik zal nooit weg zijn."
En dat is gebleken.

10.1.12

Onwaarschijnlijk



Er zijn mensen wier leven aaneenhangt van onwaarschijnlijkheden.
Zelf vinden zij dat volstrekt logisch waarschijnlijk.
Als het vallen van een schaduw in volmaakte proporties.
Zij zullen zelfs argumenteren dat één en ander helemaal niet zo onwaarschijnlijk is.
Alsof zij zich op ons niveau willen plaatsen.
Je kan je afvragen waarom zij dat doen?
Horen wij het onwaarschijnlijke dan te bekijken voor iets wat het niet is?
Waarschijnlijk niet!

9.1.12

Huilen met de wolven

Ik heb ooit eens met de wolven meegehuild. Het zal u wel benieuwen hoe dat kwam!
Heel eenvoudig. Het was toen ik in mijn onschuld op het scheve pad kwam en daar al snel door een wolvenroedel omsingeld raakte. Het gesprek dat daar uit voortvloeide monde snel uit in de keuze:

meehuilen of opgegeten worden.

Wat had u gedaan in mijn plaats?

Ik huilde dus mee uit volle borst, zowel in de hoge als in de lage registers. En of de melodie nu harmonieerde met het geheel kon mij op dat moment eerlijk gezegd niet schelen. Echt niet. Op een zeker moment kreeg ik er zelfs schik in en fungeerde even als voorzanger. Dat werd evenwel niet echt geapprecieerd. Wolven menen snel dat hun boodschap niet door anderen kan worden uitgedragen.

Ik begrijp volkomen dat u mij niet echt gelooft, en dat u mij veel dapperder acht. Maar geloof mij, in dat soort omstandigheden huilt een man gemakkelijker dan u denkt.

Vaak door mannen geuite klacht!



Het is weer het zelfde liedje.
Mijn vrouw verwijt mij iets.
Zo'n typisch vrouwelijk verwijt.
Over iets wat ik nog altijd niet gedaan heb.
Zoals al haar verwijten.
Ik heb namelijk nog wel een en ander te doen.
Een hele hoop eigenlijk.
Allemaal dingen die in ons gezinsleven het comfort zouden kunnen verbeteren.
Zij begrijpt gewoon niet waarom ik er nooit aan begin.
En ik, ik kan het niet goed uitleggen omdat ik veel minder verbaal ben.
Dus blijven de verwijten maar komen.
Ergens begrijp ik haar dus wel.
Maar zij begrijpt mij niet.

8.1.12

De Parolator





Gisteren mocht ik de voorstelling bijwonen van een nieuwe uitvinding: de Parolator. Een toestel ( zie illustratie) dat nieuwe woorden helpt uitvinden, aangedreven door de omega-3-vetzuren die het haalt uit vette koudwater-zeevis.

Het principe van de Parolator is doodeenvoudig: hij richt zich niet op het eenvoudig verzinnen van nog niet bestaande woorden zoals zlon, karva of doëet, om er daarnà betekenissen bij te verzinnen. Neen, hij werkt net omgekeerd en bedenkt eerst nieuwe toestanden en contexten om er naderhand de geschikte termen voor te construeren. Dat betekent dat die nieuwe woorden onmiddellijk inzetbaar zijn en ingang vinden in de maatschappij.

Zo was er tot gisteren bijvoorbeeld in onze taal, en in weinig andere, geen adequaat woord voor, ik zeg maar wat (ik ben geen specialist) mensen die het gevoel hebben dat ze van binnen hol zijn en dat al wat ze ook voelen of bedenken in hun holte over en weer kaatst als een kogel in een pinballspel. Of voor misdaden die verder gaan dan die tegen de menselijkheid alleen, zoals er tegenwoordig nogal wat aan het licht komen.

Door het proces van de woordcreatie op zijn kop te zetten bereikt men ook meteen dat dieper over de te beschrijven gevoelens en situaties wordt nagedacht (al doet de Parolator dat uiteraard!) en wordt vermeden dat, op terminologisch vlak, oude wijn in nieuwe zakken dient te worden geschonken.

In ons nieuw woordenboek zal u dus binnenkort woorden als "scherfblijver", "kanzige", "tepeltentje" en "flaneute" aantreffen, hoewel wij niet zeker zijn of er voor het laatste echt een maatschappelijk draagvlak is. U zal ook weldra begrijpen wat ik bedoel met "het vertico genegene zal ons voortaan helpen om de meest intrafundamentele zwierspanningen te stabimanifesteren." Deze nood broeit al een tijdje in onze samenleving en is nog niet verwoord! Bovendien valt te vrezen dat de politiek er nog geen antwoord op zal hebben. Maar dat ze het maar niet weer in een parlementaire werkgroep stoppen, want daar heb ik zelf wel woorden voor!


Met bijzondere dank aan Ferdinance.Crane voor het mogen gebruiken van de illustratie.

Versplinterd



Ik ben een melancholiek mens, u zal dus wel begrijpen waarom ik er de laatste weken zo verstild bijloop. Na haast semi-professioneel stamboomonderzoek ben ik er echter achter gekomen dat al mijn voorouders, zowel aan de kant van mijn vader als aan de kant van mijn moeder, oprechte en trouwe partners in de liefde waren, terwijl mij dit, hoofdzakelijk in de platonische zin zelfs, heel moeilijk valt.

In gesprekken met vooraanstaande psychologen en financiële experts (want dat aspect valt vandaag de dag ook niet meer te veronachtzamen) is mij verteld dat mijn situatie helemaal niet uitzonderlijk is. De eisen van onze hedendaagse multimediale maatschappij zorgen voor versplinterde mensen, waarvan het "maar" normaal is dat zij, doorgaans onbewust, op zoek gaan naar een wedersamenstelling van zichzelf. Iets wat om evidente redenen onmogelijk is omdat niemand eigenlijk weet hoe hij of zij voor zijn versplintering eigenlijk in elkaar zat, omdat een mens daar helemaal niet op let op dat moment. Men is dus gewoon gedoemd om enigszins versplinterd voor de dag te komen, zeker op moreel en affectioneel vlak! Neen, in vergelijking met veel anderen blijk ik mij zelfs nog kloek te gedragen. En daar zit mijn afstamming dan blijkbaar voor iets tussen!

Om mij te sterken en keurig midden op het rechte pad te blijven schreef men mij belangrijke ondersteunende literatuur voor. Daar lever ik mij heden ten dage met volle overgave aan over. De wedersamenstellende krachten van deze medicinale teksten laat echter nog op zich wachten. Ik heb soms zelfs de indruk dat zij mij eerder op ideeën brengen dan omgekeerd. Dat ik definitief versplinterd ben acht ik bijgevolg meer en meer een reële mogelijkheid.

7.1.12

Een aforisme van oom Floris



Sommige mensen zorgen voor meer schijn dan de zon.

De wereldvrede

Tijdens de transmissie van het vriendschapsgeschenk (hun aloude recept voor wereldvrede), stuurden onze tegenhangers op onze recent ontdekte zusterplaneet ons hun bekwaamste diplomaat. Maar tijdens de vlucht moet er iets technisch mis zijn gegaan qua schikking van de moleculen.
Zo kwam het dat wij onder luid gejuich, niet mis te interpreteren spandoeken en urenlang applaus, de wereldwrede als een van de onzen binnen haalden, enorm benieuwd hoe hij zou aanpakken wat ons op geen enkele manier lukte.

Een aforisme van oom Floris



Eigenlijk is er wel genoeg humor in de wereld, maar ook een schrijnend tekort aan mensen die met zichzelf kunnen lachen.

6.1.12

Figuurlijk



Op zekere dag is mijn neus geregeld aan mij beginnen trekken. En of mij dat altijd goed uitkomt of niet, op die momenten moet ik mee. Een scheiding is in deze geen optie. Waar hij mij precies heen wil hebben is niet altijd duidelijk. Er zit weinig logica, of herhaling in de trajecten. En waar wij ook komen, we blijven er nooit lang, alsof aanpassen aan een of andere locale moraal het doel niet is.

Het is ook niet alleen aan mij trekken dat mijn neus doet. Meestal, indien het uitgaat van officieel erkende gezagsdragers, antwoordt hij in mijn plaats: ondubbelzinnig en concreet en altijd naar waarheid. Binnenkort vrees ik dan ook een herziening van mijn belastingaangifte voor de laatste acht kwartalen.

"Waarom spreek jij toch zo door je neus," vroeg mijn vrouw, "als je met ambtenaren te maken hebt?"
"Van de zenuwen denk ik," beet ik haar toe. Dat neemt zij veel gemakkelijker aan dan dat ik toegeef mijn neus achterna te lopen en daar niet echt iets aan te kunnen veranderen.

Anderzijds, een typisch mannelijk probleem evenwel, wat de liefde betreft heb ik veel minder te klagen. Mijn neus voert mij ook hier naar altijd weer andere kansen en ervaringen en ik kan niet anders dan erkennen dat een en ander echt een openbaring is geweest.

Maar, in die gevallen is het in feite mijn vrouw die bij de neus genomen wordt, veel minder dan ik.

(Figuurlijk uiteraard. Letterlijk zou ik niet durven.)

De hoed waar niemand onder liep



"Kijk, dit is nu een hoed waar niemand onder liep!"
"O!? Hij ziet er anders heel gewoon uit."
"Natuurlijk, wat had je verwacht?"

5.1.12

Een aforisme van oom Floris



Slechte politici hebben gemeen met slecht bespeelde blaasinstrumenten dat zij overal doorheen schetteren, en dat dàt wat er concreet uit komt lucht is.

Een concreet teken van hoop!



Het is op de foto niet te zien dat hij iemand naar het leven staat
(iemand die van haar vèèl verder mag gaan dan hijzelf!),
noch dat in het belendend perceel heel naarstig toonladders worden geoefend
(al is dat eigenlijk ook niet hoorbaar achter de hermetisch gesloten ramen)
en dat dit dwangmatig geriedel daar leidt tot vervroegde verouderingsverschijnselen bij de, nu ja, niet muzikale inwoners.

Maar u moet niet denken dat achter elke voordeur in deze straat
met de tanden wordt geknarst, uit wanhoop omdat men niet begrepen is,
terwijl het koppel op de foto er zo definitief gelukkig lijkt uit te zien,
dat is geenszins het geval.

Integendeel,
daar tussen de tegels groeit ook onkruid en wat gras.
En groen in deze context,
moeten wij zien als een concreet teken van hoop!

4.1.12

Goede mensen



Het is niet omdat u mij eens zonder bijbedoelingen iets goed hebt weten doen dat u moet rondvertellen dat ik een goed mens ben. Indien u eens de tijd zou nemen om mij wat beter te leren kennen dan zal u merken dat ik tot heel wat vunzigheden in staat ben, en erger.

Uw oordeel hoort veel beter gedocumenteerd!

In bepaalde kringen kent men mij wel beter, zij het toch ook niet volledig, daar kijk ik wel voor uit. Noem dat gerust vals, een ander woord is er niet voor. Neen, van mysterieus of raadselachtig wil ik niet weten.

Uiteraard, er is wel iets met iedereen. Er zijn leugenaars en valse gehandicapten, gierigaards en zelfs mensen van slechte wil! Dat klopt. Ook dat zijn geen goede mensen. Maar waarom mij er weer uitgepikt?

Wat weet u trouwens eigenlijk van goede mensen dat u meent recht van spreken te hebben?

Over mijn fungeren

Eigenlijk heb ik altijd al gefungeerd. Van kindsbeen af. Gewoon zo tussen mijn broers en zussen fungeerde ik. Mijn ouders hebben mij daarin niet speciaal moeten aanmoedigen of laten begeleiden. Ik fungeerde blijkbaar vanzelf. En behoorlijk goed, want er waren nooit klachten.

Ook op school, lager, en lager en middelbaar onderwijs fungeerde ik meteen. Dat uitte zich rechtstreeks en onrechtstreeks in mijn vriendenkring, waarin ik ook fungeerde.

Vreemd eigenlijk hoe ik al dat fungeren heb kunnen combineren.. Ik durf te stellen, na al die jaren, dat ik er aanleg voor heb. Ja, als er gefungeerd moest worden was ik van de partij, anders kan ik dat niet uitdrukken.

Zelfs in mijn contacten met het "andere" geslacht fungeerde ik. Iets minder goed dan ik zelf wel wenste, maar goed: het was fungeren. Dat werd nooit in vraag gesteld.

Eens getrouwd ben ik blijven fungeren. Soms met de moed der wanhoop en op momenten waar niemand anders nog aan fungeren denkt, maar ik vond dat het moest. Je fungeert niet alleen wanneer het je goed uitkomt, heb ik eens beseft.

Daar draait het in mijn leven ook om. Wat er ook gebeurt: blijven fungeren. Dat kon mijn motto zijn.

En laat ik u niet verontrusten, ik ben van plan nog lang te fungeren.

Héél lang!

Verwarrend aforisme van oom Floris



Eer gebiedt een man altijd de waarheid te vertellen, maar een man van eer laat zich niet gebieden.

Achtervolgd door een kolchoze



Toen Pietje zijn moeder hoorde zeggen dat zijn hart een kolchoze was barstte hij in tranen uit en sprak:

"Mijn hart
is helemaal geen kolchoze
en ik wil het daar ook niet mee vergelijken
aangezien bitter weinigen weten
wat dat woord precies betekent
dat heeft helemaal geen zin"

Woorden waar hij nog later nog vaak mee geconfronteerd zou worden.

Het piekeren van François



"Maar François, je bent er precies niet bij met je hoofd!?"
"Ja, er is een naamgenoot van mij vermoord en ik denk dat per vergissing was."

3.1.12

Technische panne



Zij was verpleegster, uiterst onbesproken en bovendien aangedreven door een soepel, haast niet hoorbaar motortje dat weinig onderhoud vergde.
Een patiënt vroeg hoe dat wel zat met dat onderhoud en of dat al was uitbesteed?
Dat gaat u niets aan, was haar antwoord en bovendien ben ik in functie!
Ja, zei de patient, maar u zou niet de eerste zijn die het onderhoud van zijn motor niet uitbesteedt en daar dan de gevolgen van moet dragen. Dat begrijpt u toch?
Toen begon de verpleegster hartstochtelijk te wenen. Zo hard dat zij nog nauwelijks in functie mocht worden geacht en men mag vermoeden dat er vroeger iets heel ernstig moet geweest zijn met haar motor.
Maar laat ik u eraan herinneren dat zij uiterst onbesproken was. Geheel onbesproken zelfs. Of hier de oorsprong moet gezocht worden van haar hartstochtelijk wenen (het deed zich van toen af aan wel meer voor) is dan ook geheel niet zeker. Dus sluit ook een alledaagse technische panne niet bij voorbaat uit! Het overkomt iedereen. En doorgaans wordt daarover gewoon gezwegen.

2.1.12

Vulgair gedrag



Een vis die zich verbergt achter een plastic plantje of een stenen zeemeerminnetje geeft zich over aan ranzige gedachten en wordt gekweld door ingehouden woede. Dat is niet gezond en eindigt in vulgair gedrag. Weinigen merken dit echter op en het wordt nooit behandeld. De vis vervangen is goedkoper.

1.1.12

Tekortgedaan



Ik verneem dat veel mensen zich tekortgedaan voelen.
De ene nog korter dan de andere, als ik goed luister.
Men praat er onderling ook graag over.
Hoe korter men gedaan is, hoe welbespraakter men wel lijkt te zijn..
Zelf voel ik mij helemaal niet te kort gedaan.
Op jongere leeftijd meende ik zelfs overschot te hebben.
Zeker niets te kort.
Integendeel, ik gaf zo nu en dan zelfs wat weg!
Soms probeer ik mij voor te stellen of ik echt niets te kort kom.
Maar wat dan?
Zo kom ik tot vreemde vaststellingen want onlangs realiseerde ik mij dat ik misschien wel eens een te kort aan moreel besef zou kunnen hebben.
Dat lijkt mij anders een eerlijk inzicht.
Maar van zodra ik dan weer opgeslorpt raak door mijn dagelijkse dingen dan doe ik met dat soort inzichten in feite niets meer. Neen, ik ben wel wijzer.
Trouwens waarom zou ik mezelf te kort doen?