30.11.11

Het drama van de kaboutertjes die sterven wilden



Er is niet zo heel veel geweten over de kaboutertjes die sterven wilden, maar men neemt aan dat het een innerlijke drang was. Ogenschijnlijk zagen zij er heel normaal uit. Blauwe broekjes, groene jasjes en rode pinnenmutsen. Houweeltjes, lantaarntjes en ander handgerief. In hun dagelijkse activiteiten bleek uit niets hun innerlijke drang. Was het eigenlijk wel een drang? Want wij spreken wel van drang, gemakshalve, maar misschien speelde wel iets totaal anders! Drang is zo’n gemakkelijk woord om dingen te verklaren. Maar misschien was het wel de liefde! Dat verandert natuurlijk helemaal over hoe wij over de kaboutertjes moeten denken (en spreken.)
En er is meer waarmee rekening dient gehouden: de kaboutertjes die sterven wilden waren onvermoeibaar maar heel onderhevig aan wisselende stemmingen. Zowel de eigen als de omgevingsstemmingen. Dat wijst op iets, omdat stemmingen doorgaans niet zo maar wisselen. Ook mensen hebben er last van. En wij wijten dat doorgaans toch ook niet aan een innerlijke drang?! Neen, dat zouden we voor onszelf te simpel vinden.
Bovendien, wij hebben de kaboutertjes nooit horen klagen, of op een andere manier hun situatie horen toelichten. Wij zagen hen nooit wenen, elkaar troosten, laat staan strelen of andere verregaande intimiteit.
Wij zijn al zo vaak te snel geweest in onze oordelen. Laten wij dat niet vergeten.
Kabouters zijn eindig. Dat is toch logisch? Zij gaan wel hun gangetje alsof zij eeuwig, of toch eeuwen meegaan. Maar niets tastbaar wijst daarop. Het kan net zo goed legende zijn, of erger: sprookjes. Ook daar moeten de kaboutertjes altijd maar tegenop tornen. Makkelijk zal dat niet zijn. Hoe leeft ù eigenlijk met uw imago. Hebt u zich die vraag al eens gesteld?
U ziet het, een sluitende verklaring over de kaboutertjes die sterven wilden heb ik niet. In feite weet ik er niet veel meer over dan u. Misschien wilden zij wel helemaal niet. Dan had ik moeten spreken over een drama. Alleen al om uw aandacht te trekken. Tragisch.

29.11.11

Lichaamsdeel



Plots ontboezemde hij:
„Zo’n lichaamsdeel kan plots héél warm en dwingend worden.”
Wat haar aanzette tot:
„Maar dat is prachtig nieuws, daar moet je toch wat mee doen!”
„Echt? Kan dat zo maar?”
„Je hebt geen keus.”
„Maar kan dat dan zonder verplichtingen?”

28.11.11

Medelijden



Over de droevige figuur bij de brug.
"Wat erg."
"Pardon?"
"Ik zeg Wat erg."
"Waarom?"
"Uit medelijden, denk ik."
„Wat is dat toch altijd met jou? Altijd dat medelijden! Waarom, je kent hem niet eens.”

Niets gemerkt



"Jij zat toen vol vuur. Dat was toch drang, ja?"
"Waarschijnlijk wel. Ik kan dat niet zo verwoorden. Was dat zo?"
"Ik kon er niet omheen."
„Dat ik daar niets van heb gemerkt.”
"Ja, dat vond ik ook raar."

27.11.11

Wat ik zei



Ik zei nog:
"Zet je er over hèèn!"
Wist ik veel .

Het is er één.



"Hoe klein ook, elke stap vooruit is er één!"

26.11.11

Kunst



Natuurlijk is kunst ook een confrontatie met zichzelf.

25.11.11

Diagnose



Hoewel vlot meertalig voelde zij zich door haar vriendinnen niet helemaal aanvaard. Zij weet dit aan haar mogelijks mindere consumptiepatroon. Die gedachtengang kan slechts ten volle worden begrepen door wie haar ouders heeft gekend, die nog zeer aanwezig zijn in haar dagelijks doen en denken, en aan wie zij zich, in hoge mate onbewust, blijft spiegelen.

24.11.11

Een aforisme van oom Floris



Wie weet waar hij het over heeft hoeft eigenlijk nooit langer te spreken dan noodzakelijk.

De premissen van ons huwelijk



Ik geloofde dat ik wel héél gelukkig moest zijn, want ik was al heel lang getrouwd.
Toen vroeg iemand evenwel:
"Hoe is je vrouw onder haar rokken?"
"Uitstekend, dat spreekt vanzelf," antwoordde ik, verbaasd over zoveel impertinentie,
"Zij baat er een prachtige tuin uit."
"Het is natuurlijk maar wat je prachtig noemt."
En zo kwam ik er toe over mijn huwelijk na te denken en één plus één op te tellen.
Daardoor begreep ik dat ik helemaal geen prachtig huwelijk had en dat mijn vrouw onder haar rokken geen tuin maar een gevangenis beheerde. Hoe was dat kunnen gebeuren? Was ik misleid?
Meteen ging ik met haar in discussie over de veronderstelde premissen van ons huwelijk en dat ik onverwijld mijn volle vrijheid wenste te genieten, omdat ik niet in een gevangenis thuis wilde zijn. Dat verdiende ik toch niet?
Met grote ogen keek zij mij aan.
"Maar jij bent toch vrij? Jij gaat en staat toch waar je wil?" en zij tilde haar rokken op om te tonen dat geen enkele poort op slot zat. Ik die mij had gewapend om nog lang met haar te te redetwisten zagslechts haar grote tuin. Sindsdien doe ik er het zwijgen toe.

23.11.11

Een groot rover



Als nog onbeduidend rovertje keek ik van achter een boek toe hoe een en ander moest. De grote rovers wisten van aanpakken, dat begreep ik onmiddellijk. Zij schoten eerst alle mannen zonder pardon dood, pikten alles van waarde in en keerden dan hun aandacht naar de vrouwen: de moeders zowel als de dochters. Die smeekten om hun leven in ruil voor eender wat. Dus gingen de grote rovers duchtig hun gangen. Meedogenloos, ontuchtig en gruwelijk hanteerden zij hun messen en tal van lichaamsdelen moesten er aan geloven. Tot het helemaal stil werd. Toen sneden zij hen voor alle zekerheid ook nog de keel over.
Dat is natuurlijk allemaal heel erg lang geleden. Inmiddels ben ik ik zelf een groot rover. Wees gerust, ik had mijn ogen niet in mijn zakken!

22.11.11

Er van lusten



Daar kwam haar knecht aangelopen met de boodschap dat ik haar moest ontvangen of ik zou er van lusten.
"Wie?"
"De heks."
"Welke heks?"
Bleek dat de heks in aantocht was om opheldering over de toverspreuk die een mens gelukkig maakt. Uiteraard heb ik geen weet over zo'n spreuk en ook mijn beste vrienden zijn voor zover ik weet niet ingewijd. Maar in die faze van mijn leven had ik meer dan genoeg van alle poespas en ik besloot de heks te ontvangen.
Jazeker, ik heb er van gelust!

21.11.11

Gewaarschuwd



Zij koos voor een eenzame. Wij hadden haar nochtans gewaarschuwd.

20.11.11

Geestdrift

Ik denk dat ik nu beter van onder naar boven streel en jij van boven naar beneden al weet ik dat wij het tot nu toe met goed resultaat andersom deden. Maar ik zie niet in waarom dit minder zou meevallen en je zal er dus wel niks tegen hebben. Of heb jij misschien andere voorstellen die we kunnen uitproberen? Het mijne is op dit ogenblik natuurlijk het meest concrete en daarom stel ik voor dat we daar alvast nu mee beginnen. Je hebt misschien al gemerkt dat ik al wat initiatief heb genomen. Je draait je beter ook even niet om nu. Dat beweegt makkelijker. Ja, vol geestdrift, zo ben ik.

19.11.11

In bijzondere omstandigheden



Om de verveling te verdrijven vermaakten zij elkaar beurtelings door iets te doen wat de anderen niet konden en op die manier leerden zij elkaar beter kennen.

Ledenverenigingen



Vòòr ik eenzaam werd was ik lid van tal van ledenverenigingen.
Ik deed echt wel mijn best, betaalde mijn lidgeld en onderschreef de respectievelijke normen, waarden en doelstellingen.
Ik gehoorzaamde de respectievelijke huisreglementen naar de letter.
Ook hun kleuren vond ik beurtelings mooi.
In die mate zelfs dat ik er mij publiek in heb gehuld.
Ja, ik heb het echt geprobeerd.

18.11.11

Verschillende wezens



Zij ontmoetten elkaar op een onbelangrijke plek.
"Ik heb mijn legerdienst gedaan."
"Ik ook."
"Ik heb ooit één keer mijn vrouw bedrogen."
"Uit eenzaamheid? Ik mijn man ook hoor en ik ben bovendien lid van een ledenvereniging waarvoor ik u niet aanzie."
"Dat is inderdaad niets voor mij."
Het waren duidelijk twee verschillende wezens.


Met bijzondere dank aan Ferdinance.Crane voor het mogen gebruiken van de illustratie.

17.11.11

Een aforisme van oom Floris



Wie met anderen lacht heeft niet noodzakelijk gevoel voor humor.

Rover

Er was eens een rover en een bandiet die steeds maar waardevollere dingen wilde roven en altijd maar gruwelijkere mishandelingen wilde plegen. Hij was gezegend met de drang om de beste te worden in zijn stiel, zou men er tegenwoordig van zeggen, en niet alleen de beste te worden, maar ook de beste te blijven. Dat veroorzaakte uiteraard enorme stress bij hem, omdat hij wel goed, maar niet altijd succesvol was.
Na „mislukkingen” zoals hij zijn mindere exploten noemde, sliep hij slecht. Althans, toch voor een tijdje. Tot hij weer nieuwe doelen en vooruitzichten had. Zo ging dat.
Waarom stelt hij zich toch zulke hoge doelen, vroegen wij (die onder zijn ijver en de gevolgen daarvan zeer leden) ons telkenmale af. Het antwoord ligt natuurlijk voor de hand: omdat hij de beste was in zijn vak! Om niets anders. Hij was een èchte rover!

Indiscreet



In momenten van grote stress had hij iemand nodig die zijn navel wilde betasten.

16.11.11

De schaduw

Trots demonstreerde het kind voor de zoveelste keer hoe het geen schaduw had, telkens opzichtig onder het licht door lopend en achterom kijkend naar waar je anders een schaduw verwacht.
Stralend keek de moeder toe, heel goed wetend hoe belangrijk deze momenten zijn voor kinderen, en zij herinnerde zich heel duidelijk opnieuw de tijd toen ook zij geen schaduw had en nog danste in onstuitbaar licht.
Keer op keer, met kleine variaties, herhaalde het kind zijn bewegingen, af en toe ook een steelse blik werpend op de moeder en haar volle, donkere schaduw. Het gewicht dààrvan zou het pas later, vele jaren later gaan begrijpen, wanneer licht niet langer het belangrijkste was in zijn bestaan.

Hoe moet dit verder?



Tot zijn ontzetting besefte Bingham ineens dat hij een geheel onhistorische dag had beleefd!

15.11.11

Vrijheid



"Nu ik vrij ben bepaal ik zelf wel of en wanneer ik vertrek," bedacht Duif in een vlaag van verlichting.

14.11.11

Het eindpuntmannetje

"Zeg, hoe maak ik hier een einde aan?"
"Door het eindpuntmannetje."
"Het eindpuntmannetje? Wat is dat?"
"Het eindpuntmannetje zorgt dat aan alles een einde komt, wanneer iedereen anders niet precies meer weet hoe dat moet en omdat niet alles eeuwig kan duren."
"En hoe doet het dat?"
"Hoe het echt verloopt, wat er achter zit, weet niemand precies, maar zeker is dat het een groot punt voor zich uit rolt en dat pardoes achterlaat, op een plaats waar niemand er nog omheen kan. Dat is dan het einde."




13.11.11

Het proces



Het was een lang en pijnlijk proces,
maar gaandeweg leerden ook wij
hoe wij moeten lopen
om elkaar niet meer aan te raken.

12.11.11

De schroef



Natuurlijk blijven wij hopen dat de schroef op een dag ons helemaal doorboort en vastpint voor alle komende jaren. Wij zouden eindelijk blijf weten met ons leven. Maar doorgaans blijft ze ergens steken of doet men niet eens de moeite om ons van nabij te bezien. Wij zijn ook geen waardevol hout. Waarom zo denken?

De grens



"Kijk, zo! Ik trek een lijn dwars over de weg."
"Ja? Wat dan?"
"Dan krijgen we een grens."
"Een grens? Wat moeten we daarmee?"
"Wel, dan is dàt jouw kant, en dìt de mijne. En nu kunnen we al wie de grens over wil tol laten betalen of tot iets anders dwingen."
"Machtig! Hoe kom je er op?"

11.11.11

De gedecoreerde



Hoe ik als gedecoreerde mijn dagen slijt is niet relevant.
Toch wil ik u enigzins van antwoord dienen:
Het is zwaar om dragen.
Ik had nooit door de lucht moeten vliegen en de aarde redden van pijn, ontucht en verdriet.
Nu, als held, knip ik elke dag lintjes of treed ik ten tonele in praatshows over hoe het vroeger was.
Vroeger, in de tijd van pijn, ontucht en verdriet dus.
Die sommigen onder ons zich ook nog wel herinneren.
Dat hoop ik toch voor hen. Je kan niet alleen maar in het heden leven, zoals wij dat nu zo makkelijk doen.

Een aforisme van oom Floris



Sommige mensen hebben zo'n scherp inzicht, dat zij zich snijden aan wat zij inzien.

7.11.11

De man die afstand hield



Er was eens een man die afstand hield.
Hij hield overal afstand van.
En waar hij die niet zo maar kon houden, daar nam hij hem.
Zonder omwegen.
Hij nam afstand van tal van interessante dingen en mensen, van zijn vrouw onder meer, en hij hield zich - wat uiteraard het makkelijkst is - ook ver van de oninteressante.
Naarmate hij steeds bedrevener werd in afstand nemen, nam hij er ook steeds meer ineens.
Ook opnieuw van dingen en mensen waarvan hij eigenlijk eerder al eens afstand had genomen.
Duizelingwekkend soms.
En onbegrijpelijk.
Op zekere dag had hij, in totaal dan, bij elkaar zoveel afstand genomen van alles dat hij besefte dat al dat afstand nemen hem eigenlijk ook, onbedoeld maar niet minder reëel, weer dichter had gebracht bij toch weer andere dingen.
Bij zichzelf onder andere.
Toen zat er niets anders meer op dan ineens maar radicaal afstand nemen, bedacht hij.
Daar slaagde hij van de allereerste keer in.
Nooit werd nog iets van hem gehoord of vernomen.

6.11.11

Een aforisme van Oom Floris



De eenvoudigste dingen in het leven maken het eigenlijk ook heel ingewikkeld.

5.11.11

Ook jazz als wapen



Met de eenvoudige woorden: "Laat maar Joe, tegen de almacht van het kapitaal is jouw trompet niet opgewassen," probeerde Daisy de dadendrang van haar man enigzins in te tomen. Maar Joe aarzelde slechts even, alvorens aan te zetten.

Ieder naar eigen inzicht en vermogen.

4.11.11

De werkgroep "Wenkbrauwen"



Elke derde donderdag van de maand komt de werkgroep "Wenkbrauwen" bijeen om de gevolgen voor de mensheid van het verdwijnen van de wenkbrauwen, over zo'n 150 jaar naar men denkt, te bespreken.
Deze eerder zonderlinge activiteit doet sommigen onder ons, jawel, de wenkbrauwen fronsen, iets wat over hondervijftig jaar dus msschien niet meer mogelijk zal zijn.

3.11.11

Lust



"Schat, ik geloof dat de lust terug is."
"Definitief?"
"Ja. Ineens. Ik stond in de Stationstraat voor Kapper Candel en toen bekroop het mij weer."
"…"
"Waarom zeg je niks?"
"Je overvalt er mij wel een beetje mee."

2.11.11

Jan en Ingrid: Onvatbaar!



"Maar Ingrid, kun je echt niet van mij aannemen dat al die kleine leugentjes van mij onderdeel zijn van één grote machtige waarheid. Onvatbaar en onwezenlijk in die mate dat ik er zelf nog het meest mee worstel?"

Duivelse krachten



Hij kon, puur op wilskracht, bloed uit zijn hoofd laten stromen, en zijn vriendin, eveneens op wilskracht, bleek in staat hem te doen geloven dat zij geloofde in zijn duivelse krachten.

1.11.11

De sprookjesschrijver die over God wilde schrijven



Heel dikwijls was het eigenlijk de vrouw van de sprookjesschrijver, een lief mens dat veel meer met haar beide voeten tegelijk op de grond stond dan hij, die het af te maken wist:

"… en dààrom, beste lezertjes, om de perfecte eenzaamheid te creëren, heeft God de wereld gemaakt, preciès zoals hij is!"

"Ja," knikte de sprookjesschrijver tevreden, "dàt is het."


Met bijzondere dank aan Ferdinance.Crane voor het mogen gebruiken van de illustratie.