31.10.11

De wereld verbeteren



Achter een muur hoorde de gemaskerde man hen de wereld verbeteren. Hij vroeg zich af hoe zij dat toch aanpakten. Welke kant het uitging en wat het dan eigenlijk inhield, conceptueel dan. Hij vroeg zich ook af waarom hij er niet bij betrokken werd. Ze kenden hem toch?
Ineens wist hij wat hem te doen stond. Hij zou er naar toe gaan, hen aanspreken en zijn diensten aanbieden. Het ging hier dan wel om een ouderwets streven, maar dat deed niets af aan de intrinsieke waarde ervan. Zij zouden ook wel opkijken van zijn aanbod: op zijn leeftijd nog willen helpen om de wereld te verbeteren!
Maar had hij daar nog wel genoeg zicht op? Niet eigenlijk. Hij had wel zo zijn ideeën, maar wat, en hoe, en vooral wat éérst en hoe éérst en dergelijke, dat waren dingen waar hij een minder klare kijk op had. En ook, vroeger, nooit had hij laten blijken dat hij een wereldverbeteraar was. Integendeel eigenlijk.
Op de radio speelde een oude hit, wat hem afleidde, en niet meteen op ideeën bracht waarmee hij nu ineens wel de wereld zou kunnen helpen verbeteren. Wat hij toch wel wilde, nu.
Uiteindelijk liet hij het maar zo. Het was wat het was, zonder per sé mee te hoeven verbeteren.
Hij hoorde hen achter de muur dan nog wel bezig, maar zoveel lawaai maakten zij nu ook weer niet. Hij wende er aan.

30.10.11

Jan en Ingrid (Eenzaamheid!)



"Ach Ingrid, wat weet jij nu over eenzaamheid?"

Gaan eten

- We zijn gaan eten.
- Ja?
- Het was iets chique, met duren namen.
- Wat heb je gegeten?
- Zalm onder een bedje van waterkers.
- Op een bedje zal je bedoelen.
- Neen, dit kwam duidelijk van onder een bed.

29.10.11

Niet professioneel



Leo leerde er mee leven dat er aan de buien van neerslachtigheid waaraan de zwarte engel regelmatig ten prooi viel, behalve rustig wachten, niets te doen was. Maar hij vond het niet professioneel.

Niemand heeft het makkelijk

Mijn vriendin, een bloeddorstige heerseres die al menig buurland onderwierp en zich niets gelegen laat aan wat heet "mensenrechten", wil dat ik wat meer interesse betoon voor haar werk. Zo zit zij al te vaak in haar eentje martelingen en gruwelijke verminkingen te bedenken of te luisteren naar ijselijke opnamen van de pijnkreten die haar bedenksels veroorzaken eenmaal in de praktijk gebracht, om zich daar op te inspireren voor nieuwe varianten, gefocust op weer andere lichaamsdelen.
Maar tot nu toe kan ik de boot afhouden en ik antwoord haar keer op keer dat wij onze beroepsbezigheden beter niet mengen met ons privéleven.
Haar opmerkingen of ik dan wel besef wie zij is en wat zij wel met mij zou kunnen (laten) doen beantwoord ik altijd zo eerlijk mogelijk. Dat zij een prachtvrouw is, een zachte lieve moeder voor haar kinderen, en een beschikbare echtgenote voor mij, haar man. Ik weet dat zij daarmee rust vindt en toch dankbaar is voor al de dingen die zij heeft. Niemand heeft het makkelijk per slot van rekening.

28.10.11

Een aforisme van oom Floris



De mens is uniek omdat hij kan nadenken zonder op gedachten te komen, maar ook omdat hij op gedachten kan komen zonder nadenken!

27.10.11

Extreme gevallen



Sommigen bewegen zich vrijer en blijer dan anderen!
Al ken ik in mijn omgeving geen echt extreme gevallen.

Aanspreken

Volgens een oude legende hebben mensen die veel last hebben van vliegen iets op te biechten. Zelf geloof ik niet dat het ene iets te maken heeft met het andere. Maar waaraan herken je ze dan, zij die iets op te biechten hebben? Het zijn er volgens mij meer dan men denkt. Misschien moeten wij ze aanspreken? Bemoedigend, om daarna te straffen!

26.10.11

De koning zonder deksel

Er leefde eens een koning die zo waardeloos, bloeddorstig, geldverslindend en dom was dat men hem op een nacht uit zijn bed kwam halen en in een diepe put gooide, zonder de moeite te nemen er een deksel op te leggen.

Hij brulde en tierde dagenlang dat hij toch wel recht had op een deksel, maar daar besteedde men geen aandacht aan.

Zo ging hij de geschiedenis in als "De koning zonder deksel" en niet als "De koning die tot inkeer kwam." Dat laatste zou trouwens onmogelijk zijn geweest aangezien dus niemand nog naar hem om keek in zijn laatste dagen en een late inkeer zich desgevallend onopgemerkt moet hebben voltrokken.

25.10.11

Een aforisme van oom Floris



Een mens is niet alleen wat hij eet, maar ook wat hem verteert.

De man die alles zag verkleuren



Er was eens een man die alles zag verkleuren.
Overal merkte hij wel een verkleuring.
Hij merkte het het eerst op bij stoelen.
En de bijhorende mica tafel.
Daarna merkte hij het ook op bij straatstenen.
En bij duiven.
Omdat hij dacht dat het een gave was, controleerde hij zijn kunde met glas, parkeerplaatsen, de taal van boze mensen, en - daar moet je op komen! - met de lucht.
Ja hoor, alles verkleurde.
In min of meer door hem waarneembare schakeringen.
Ook bij hem thuis zag hij steeds meer dingen verkleuren.
De parkieten.
Het haar van zijn vrouw (al kan dit misschien verklaard worden), maar uiteindelijk zijn vrouw en zijn kinderen zèlf.
Hij begon zich toen zorgen te maken.
Zijn gevoeligheid voor verkleuring wees misschien op iets diepers, iets duister, iets onwezenlijk.
Iets dat slecht moest aflopen.
Zijn vrouw, die er inmiddels - volgens hem - kleurrijker bij liep dan ooit besloot om hem bij te staan, nadat zij samen overeengekomen waren dat hij zich - je weet inderdaad maar nooit - beter kon laten behandelen.
Dank zij een gedegen begeleiding slaagde de man die alles zag verkleuren er in om de dingen anders te gaan zien.
Zoals iedereen.
Zoals u en ik.
Zo werd hij alsnog even gelukkig!

24.10.11

Het konijn



Thuisgekomen ben ik onmiddellijk op zoek gegaan, naar het konijn!
Ik dacht toch werkelijk dat er deze keer een in moest zitten. Er was mij duidelijk verteld dat ik best een hoge hoed nam.
Maar waar zit zo'n beest dan?
Ik voelde en zocht en tastte tot achter de voering, maar niks. En zo'n kleine dieren zijn het nu toch ook niet?
Ik heb nog wat filmpjes bekeken, maar ben niks wijzer geworden.
's Avonds hebben we konijn gegeten met pruimen, maar "dat kwam van de slager," hield mijn vrouw bij hoog en laag vol, toen ik haar interpelleerde!

23.10.11

Beul



Misschien moet ik beul worden. Daar heb ik het karakter voor.

Standpunt

"Wat doet ù daar?"
"Ik meende iets te horen!"

Zo stonden zij elk aan een overkant van een vijver.

"Het komt van in het midden ergens."
"Dat is ook mijn indruk, maar er staat wel wat wind."
"Het lijkt wel een lach."
"Ja, met een duidelijke sinistere ondertoon."
"Dat durf ik niet zo maar beamen."
"Ik kan het heel goed onderscheiden. Mijn oor is bovengemiddeld ontwikkeld."

Dat was zo. Zelfs van op afstand viel dat goed waar te nemen. Hij had een enorm ontwikkeld oor. Dat was onweerlegbaar.
Na nog wat staan luisteren zwaaiden zij eens naar elkaar en gingen elk hun weg. Ieder met zijn eigen voorlopige conclusie.
Dat kan niet anders, vanuit welk standpunt je het ook bekijkt.

22.10.11

Wat met onze kinderen mogelijk was



De weg die Knab voor ons verzon was bevolkt met tal van gekwetste maar vriendelijke dieren die ons uit herbergen en van publieke plaatsen tegemoet snelden om onze handen te likken en ons te helpen van zodra zij daar ook maar de geringste behoefte voor in ons waarnamen.
Onze tocht verliep dan ook voorspoedig, zeker toen wij ondervonden dat aan onze veel minder nobele gevoelens en verzuchtingen eveneens tegemoet werd gekomen, zonder dat ons dat van elkaar leek te vervreemden, integendeel!
Alles verliep zo goed, ja, van dorp tot dorp haast voorspelbaar zelfs, dat wij het aandurfden onze kinderen hetzelfde pad op te sturen.
U moet zich op een dag dus onze pijn en ontreddering inbeelden toen ons werd gemeld dat zij verscheurd waren door het beest, en men ons hun doorklauwde lijkjes toonde voor het "afscheid dat des mensen is".
Knab die wij hierop uiteraard aanspraken voor verhaal, hakkelde wat en wist in tranen slechts te zeggen dat hij uiteraard niet àlles zelf verzonnen had.
Het was pas toen dat wij begrepen dat wat met onze kinderen mogelijk was, ook met onze dromen kon gebeuren.


Met bijzondere dank aan Ferdinance.Crane voor het mogen gebruiken van de illustratie.

21.10.11

Over wat onrechtvaardig is

Er was eens een kind, een jongen of een meisje dat doet er echt niet toe, dat in alles behalve levensduur verschrikkelijk veel op zijn ouders leek. Daar waren die ouders natuurlijk enorm mee in hun schik, want voor de rest waren dat twee uitzonderlijke nietsnutten zoals er zo veel rondlopen.
"Wat hebben wij toch een kind dat goed op ons lijkt," dachten zij vaak bij zichzelf, al zeiden zij het ook regelmatig hardop, wanneer zij meenden dat het er een geschikt moment voor was.
In die sfeer groeide het kind op tot een al even grote nietsnut als zijn ouders, trouwde, en kreeg zelf ook kinderen. Dat ging vanzelf! Daar was het natuurlijk ook enorm mee in zijn schik, want wat een prestatie, zij leken warempel enorm veel op hemzelf! In alles, behalve dat er eentje vrij vroeg gestorven is. Wat, daar was iedereen het onmiddellijk over eens, toch enorm onrechtvaardig is in een maatschappij waarin tegenwoordig toch alles mogelijk is.

20.10.11

De dame op de bureaustoel



Toen op een zonnige dag J. één voor één al zijn vrienden opbelde om samen iets te gaan eten bleek dat ieder van hen een goede reden had om die dag geen tijd voor zoiets te hebben.
"Mooie vrienden zijn dat," begreep J., in het besef dat hij al maanden helemaal in zijn eentje had geleefd, "Maar ik laat mij niet kennen!" nam hij zich vervolgens voor, "Dan ga ik maar alleen de stad in. Wie weet wat voor goeds ontmoet ik nog op mijn weg.

Het werd een prachtige wandeling omdat hem heel wat dingen opvielen die hem tot dan toe nooit waren opgevallen. Tot er ineens, van achter een boom een oud mannetje, met een dik vezelig touw in zijn hand, opdook en pardoes tegen hem opliep.
"Hier, pak aan," zei het ventje haast opgelucht en hij duwde J. het touw in handen, "trek hier maar aan en alles komt beslist in orde!"
Vòòr J. kon reageren of zelfs maar "Dank u wel," zeggen verdween het kereltje al weer.
Benieuwd wat dit voorval mocht betekenen, maar zeker argwanend of hij niet gefopt werd, trok J. eens met een snokje aan het touw. Meteen werd hij gewaar dat het aan een vrij zwaar gewicht vast moest zitten want hij slaagde er niet in om het met die ene hand naar zich toe te halen. Het was dus met beide handen en uit alle macht dat hij het touw begon in te halen.
Eèn uur,
enkele uren,
de hele avond,
de rest van de nacht.
Het duurde uiteindelijk weken voor hij eindelijk de dame op de bureaustoel wist binnen te halen.
"Bent ù?" vroeg het mens zonder omwegen en hoopvol.
"Geen idee," stamelde J., die dit soort ontmoetingen niet gewoon was, "Ik kreeg pardoes dit touw in handen geduwd. Dat is alles," meende hij zich ook nog te moeten verontschuldigen.

Op die manier raakten zij in gesprek en vertelden honderduit over zichzelf en het leven. Bovendien, zonder wederzijds die slinkse bijbedoeling toe te geven, spraken zij meteen ook af om elkaar nog eens te ontmoeten.
En nog eens,
en nog eens.
Tot zij van elkaar zeker wisten of het zou klikken!

Indien niet, zo moest hij beloven, dan zal J. haar op dezelfde manier doorgeven als waarop zij in zijn leven kwam.

19.10.11

De verhuizing



Er was eens een man die in zijn eigen hoofd is gaan wonen.
Dat was aanvankelijk helemaal niet zo gemakkelijk want niets lag daar op zijn plaats, en wat nog minder gemakkelijk was, was dat er ook niets bleef liggen waar het lag zodat hij nooit precies wist wat waar hoorde en welke plaats eigenlijk precies voor wat diende.
Het vergde hem heel wat gewenning maar uiteindelijk kreeg hij er schik in. Hij vindt het nu gezellig om daar te zijn.
Voor bezoekers is het natuurlijk lastig om hem in zijn hoofd op te gaan zoeken. Maar hij zit daar zelf niet zo mee. Waarom ook? Hij vindt ze allemaal interessant en herkennen doet hij al lang niet meer.

12.10.11

Een aforisme van oom Floris



Elke dronkelap zal het u zeggen: "Er is een tijd om te pissen en een tijd om je broekspijpen te drogen."

Aarzelende vaststelling



"Jij bespringt waarschijnlijk ook niet dikwijls vrouwen?"

11.10.11

De waarde van alfabetische opsommingen



Vanuit het standpunt van een gehaast lezer heeft de alfabetische opsomming van de woorden:

Aankomst
Check-in
Deur
Dubbelbed
Gordijn
Genot
Fluisteren
Lachen
Lakens
Leeslamp
Tas
Tijdschrift
Twijfel
Wekker
Zalf
Zoen
&
Zonlicht

waarschijnlijk even veel waarde als om het even welke andere volgorde. Wat ons inzicht verschaft in de waarde van alfabetische opsommingen. Zo kan het inderdaad zin hebben deze orde te respecteren. Of haar lichtjes te wijzigen. Want dat is uiteraard mogelijk. Het staat u vrij.

Toen de woorden zich als groenten voordeden



Vannacht droomde zij dat hij soep zou maken die te vreten was.
Hij daarentegen droomde van het Laatste Avondmaal en streekgerechten.
's Anderdaags besloten zij voorlopig iets gezonder te gaan eten.

10.10.11

Lezingen



Toen B. lezingen begon te houden over hoe het mooie te zien in het lelijke verloor zijn vrouw haar laatste greintje zelfvertrouwen.

Huizen



Kijk, dat huis dààr! Of dat ginder, als je per sé zelf wil kiezen.
Wat denk je dat zich daar allemaal afspeelt? Niets bijzonder, denk je.
Pardon? Je hoort geween? Tja… Ik heb je toch zelf de keuze gelaten!
Zo zijn huizen.

9.10.11

Anders



"Ja, natuurlijk zijn we anders, maar we kunnen het toch proberen?"

8.10.11

Avontuur in de ruimte!



Er was eens een man die bekend staat als Majoor Tom. Op een dag werd Majoor Tom met een grote voorraad proteïnepillen de ruimte in geschoten om er een avontuur te beleven. Dat overkomt er niet velen. Maar er moet iets mis zijn gelopen al is nooit duidelijk geworden hoe dat technisch precies zat. Tegenwoordig horen we er niet veel meer over, het is altijd hetzelfde liedje met die dingen. Hoe zou eigenlijk gaan met Majoor Tom?

(Met dank aan David Bowie )

7.10.11

Een aforisme van oom Floris



't Is goed een keer geleefd te hebben, maar 2 keer is toch beter!

Een aforisme van oom Floris



Honger is uiteraard de beste saus, maar dòrst!

Iets nieuws over de uitweg!



Soms gaat het al eens over de uitweg en dan spits ik mijn oren, omdat de uitweg mij al een tijd interesseert.
Mijn punt is dat de uitweg best eens gewoon een trap zou kunnen zijn. Geen tunnel of een flits of iets met donkere en kille schaduwen.
Die dingen sluit ik natuurlijk niet helemaal uit, waarom zou ik? Maar waarom geen trap? Zoiets zou iedereen begrijpen.

6.10.11

Alweer onreinheden



Op een geheel onvoorspeld ogenblik begon hij zich in mijn bijzijn van onreinheden te ontdoen. Dat had ik niet zien aankomen, uiteraard, waarom zou ik. Derhalve voelde ik mij uiterst ongemakkelijk.
De beleefdheid gebood evenwel een en ander te gedogen.
Na verloop van tijd kon ik mij als onbeleefde echter niet bedwingen.
"Wat doet u nu?"
"Wacht," hijgde hij van de inspanning, terwijl hij dapper doorging.

"Zo. Klaar." sprak hij even later ineens, mij hoopvol aankijkend.
"Wat deed u nu?" vroeg ik verwijtend.
"Wat bedoelt u dan?"
"U ontdeed zich van onreinheden."
"Onreinheden? Ik? Hoe verzint u het? Trouwens, wat weet u van onreinheden?"
"Ik heb het toch zelf gezien!"
"Maar ik heb helemaal geen onreinheden, nooit gehad trouwens!"
"Toch wel, maar u ontdeed zich ervan. Ik zag het."
"Dat bewijst niks. Mensen zien altijd wat zij willen zien. Vooral wanneer zij het ook menen te ontwaren."

Daar diende ik hem gelijk te geven.
Het is ook niet de eerste keer dat mij zulks is overkomen.

5.10.11

Van de man en de vrouw die een antwoord zochten bij de dieren



Er waren eens een man en een vrouw die heel erg graag samen wilden leven, maar niet erg zeker waren of dat in hun geval wel zomaar kon en mocht, en hoe dan een en ander moest en wat dat zoal inhield. Daarom besloten zij om het te vragen aan de uil. De uil waarvan iedereen natuurlijk weet dat hij heel wijs is en heel veel dingen heeft gezien.

"Het is toch niet aan mij, een uil, om over zulke mensendingen te spreken. Jullie heersen over de wereld. Het spijt mij, maar ik kan jullie echt niet helpen."

Teleurgesteld wendden zij zich tot de vos. De vos waarvan iedereen weet dat hij heel erg sluw is en altijd op een of andere manier weet te krijgen wat hij wil.

"Wat zou ik jullie kunnen helpen. Jullie, mensen, heersen over de wereld. Zelf heb ik al vier dagen niets meer gegeten omdat de boer zijn kippen binnen houdt."

Geschrokken wendden de man en de vrouw zich dan maar tot de mier van wie zij niet helemaal zeker waren of die een en ander wel juist aanvoelde, maar waarvan iedereen wel weet dat zij een fijnmazig familieleven kent, gebaseerd op vlijt en volharding.

"Ach, wat vragen jullie nu! Jullie mensen zijn de baas hier op aarde. Het zijn wij, de mieren, die naar jullie opkijken, nee er is niets wat ik jullie zou kunnen leren. Wat hadden jullie eigenlijk gedacht?"

Steeds wanhopiger en hunkerend naar een duidelijk antwoord spraken de man en de vrouw nog tal van andere dieren aan van wie zij wisten dat die relevante levenservaring hadden, zoals de leeuw, de slang, de schildpad, de ezel, de wolf en uiteindelijk zelfs een goede draak, maar ten langen leste kregen zij door dat dit soort gesprekken geen zin had. Op die manier kwam er een einde aan het sprookjesachtige deel van hun leven en gingen zij heen om er elk voor zich het beste van te maken.

Voor de dieren was dit misschien wel een gemiste kans, maar dat zullen wij nooit weten, omdat zij inmiddels niet alleen niet meer antwoorden, maar zelfs niet meer spreken.

4.10.11

Een aforisme van oom Floris



De pijn van het zijn zit 'm toch vaak in afwezigheden.

De man zonder gevoelens

Er was eens een man die geen gevoelens had.
Hij voelde niet dat de dieren en zelfs de planten van hem hielden.
Hij voelde niet eens dat zijn kinderen naar hem opkeken en hem waardeerden.
Ook de liefde die veel vrouwen voor hem opbrachten ging totaal aan hem voorbij.
Hij voelde de gloed niet van de inspanningen die zijn vrienden deden om het hem naar zijn zin te maken.
Zelfs de warmte van de zon die hem in zijn meest kille momenten enigzins tegemoet wilde komen ontging hem.
Kortom, de man voelde niets.
Toen de man die geen gevoelens had uiteindelijk stierf kwam hij in het hiernamaals terecht.
Daar had men geen boodschap aan iemand die zo weinig meebracht uit het leven, zodat men hem links liet liggen.

,

3.10.11

Extremen

Men kan beter alle extremen vermijden.
Een mens is niet geboren voor het extreme en houdt zich beter op in het middden of in het gemiddelde. Midden van een gezelschap bij gemiddelde temperaturen bijvoorbeeld.
Nu heb ik zelf last van twee extremen. Mijn kruin en de tippen van mijn tenen. Die mijd ik daarom zorgvuldig en ik laat mij vooral in met mijn navel. Daar is het pluis.

1.10.11

Een aforisme van oom Floris



Een mens vraagt zich eigenlijk nooit af wat hij zich nu weer kan afvragen. De natuur kent dus toch een milde vorm van medelijden.

Het droomplan



Volgens de dromencommissie heeft de chronisch slapeloze J. helemaal geen droomplan toegelicht, toen hij het dossier, om zijn kwaal op kosten van de overheid te behandelen, kwam verdedigen.

De commissiewoordvoerdster was daarover heel duidelijk en zij onderstreepte nogmaals “dat J. , noch iemand anders, op die manier natuurlijk nooit in behandeling kan gaan.”

Ook betreurde zij de manier waarop J. van de media gebruik meende te kunnen maken om de werking van de commissie in een slecht daglicht te stellen.

De advocaat van J. bestempelt de beslissing van de commissie als “zonder voorwerp” omdat nergens richtlijnen beschikbaar zijn die omschrijven wat een droomplan precies is of wat dat wel of niet inhoudt! Zijn client zal zeker in beroep gaan.

Off the record zei een overheidsgeneesheer dat J.’s zaak op deze manier nooit in overweging zal worden genomen.

“Wie niet genoeg fantasie heeft om zich bepaalde dromen in te beelden – al was het maar het klassieke kunnen vliegen - en dat op papier te zetten, verdient geen behandeling op kosten van de maatschappij. Er zijn nu eenmaal regels en prioriteiten.