30.9.11

Misschientje vertrekt!



Stilaan raakte Misschientje dan overtuigd van de oprechtheid van de Prins Die Zich Graag Laat Proeven en zij besloot om naar zijn wereld over te gaan.

De wijze waarschuwingen van haar moeder, dat er heel veel oprechtheden zijn (en ook iets over slecht fruit) wenste zij niet te horen, want boven alles had zij nog heel veel vertrouwen en eigenlijk ook zin om eindelijk te proeven!

29.9.11

Al staat het water ons aan de lippen



Ze waren er van overtuigd dat zij een staart hadden en het was aan mij om hen uit te leggen dat dat niet zo was, maar dat hen dat zeker niet minder waardevol maakte. Maar jij wel, jij hebt er wel een, en jou moest ik er van overtuigen dat jou dat nièt minder waard maakt. Dat ik zelfs, zeker niet desalniettemin, ook zo van je hou. Maar er kwamen toch wederzijdse misverstanden van en we zijn elkaar beginnen mijden. Dat terwijl het water ons toch aan de lippen staat.

Witse en de zaak van de eenzame



"Duidelijk zelfmoord," poneerde Van deun met de stelligheid eigen aan de dommerik, aangewakkerd door de alcohol.
"Denk je?" merkte Witse fijntjes op.
"Uiteraard, er is de afscheidsbrief."
"Precies," triomfeerde zijn superieur, "… en dat is nu precies het bewijs dat het hier om een koelbloedige moord gaat!"
"Maar het is in zijn eigen handschrift en er staat: De eenzaamheid verscheurt mij, ik hou het niet meer uit. Ik hang mij zelf op. Er staat duidelijk zelf"
"Ja, dat kan wel zijn, maar een handschrift zegt niets meer in een tijd dat niemand nog deftig leert schrijven, niet waar Van deun? En kijk eens naar de spatiëring en de mooie afgeronde o'tjes. Neen, die is geschreven door iemand die verteerd wordt door angst, maar nog bulkt van levensgoesting. Het is moord: moord uit zelfbehoud, dat geldt als verzachtende omstandigheid."
"Verzachtende omstandigheid?"
"Ja Van Deun, ken jij een eenzame? Heb jij al eens samen geleefd met een eenzame? Met een echte eenzame? Daar valt niets aan te doen. Dat is een zwart gat, het zuigt je onherroepelijk mee. En je moet een hart van steen hebben om zo iemand aan zijn lot over te laten, de maatschappij keurt dat niet goed, hoe onverschillig zij verder ook is als het over eenzaamheid gaat. Neen, dan is moord de logische optie!"

Alweer stond Van deun verstelt hoe de intrinsieke menselijkheid van Witse binnen vijf minuten een voor de hand liggend oordeel omboog tot een juist oordeel.

28.9.11

De zin van neuspeuteren

De laatste tijd doe ik actief aan neuspeuteren.
Ik geloof in neuspeuteren en daarna het onmiddellijk consumeren van de vangst!
Mijns inziens brengt het een mens dichter bij de waarheid, bij de dingen van het leven en de dood.
Dit maakt van neuspeuteren ineens een zinvolle bezigheid die te weinig op een bewuste manier wordt beoefend. Men zou het kunnen stimuleren bij kinderen, opdat zij als volwassenen dichter bij de kern van het bestaan zouden komen.
Maar of dat ook niet met literatuur kan?
Waarschijnlijk wel, het valt ook te combineren!

Een aforisme van oom Floris



Alleen de gever kent de echte waarde van een geschenk en het is aan de ontvanger om het naar waarde te schatten.

27.9.11

Alleen maar bijten!



Ik wees haar op de ladder in haar panty.

Iets heeft haar toen bezield om mij in haar been te laten bijten, al heeft zij dat later nooit precies uitgelegd of duidelijk gemaakt met liefde, of wat ook. Wat maakt dat heel het gebeuren, de beet en wat eraan voorafging, tot op de dag van heden voor mij een punt van verwarring is gebleven.

Het greep plaats op een keukentafel, waar zij wijdbeens was op gaan liggen om dan met haar handen mijn hoofd van haar linkerkuit (hoe was ik daar toch ineens terechtgekomen?) tot bovenaan haar rechterdij te leiden. Dààr en dààr alleen moest ik haar dus bijten zo begreep ik instinctief en ik was zò blij alweer iets voor haar te mogen betekenen dat ik beet zoals ik nooit eerder heb gebeten.

Ja, dat leest U goed: het was alleen maar bijten! En bovendien maar één keer.

26.9.11

De theorie over de verloren tijd



Van de oude legende over de verloren tijd en wat daar eigenlijk van komt wist M. niet, toen een boa constrictor van zijn tak kwam gegleden om haar te omhelzen. Misschien heeft zij een en ander nog wel begrepen, en zij heeft beslist ook een en ander nog herkend, maar lang niet alles, dat staat vast.

Het is pas recent dat onder bepaalde wetenschappers de voorzichtige consensus groeit dat verloren tijd inderdaad kan veranderen in een slang die vroeg of laat terugkeert naar haar oorsprong, als het ware uit op hereniging en vervulling.

Dit zou te maken hebben met veel spijt en aarzeling en met angstig zwijgen. Wat zou blijken uit wat rest aan versmacht vlees en gekraakte botten. Al is een en ander misschien wat mager voor een voldragen theorie.

25.9.11

Individualisering



Over de individualisering van de maatschappij hoeven wij ons naar het schijnt geen zorgen te maken.

Het allerlaatste



Nadat hij besloot nooit meer iets te zeggen
werden zijn gesprekken gevarieerder,
zij het geheel richtingloos.

En omdat hij sprak met waarlijk iedereen
vermoedde men in hem een algauw een wijze.

Zo ontglipte hem ook nog het allerlaatste.


Met bijzondere dank aan Ferdinance.Crane voor het mogen gebruiken van de illustratie.

24.9.11

Zes uur




Als ik een eendagsvlieg zou zijn, dan was het inmiddels vijf voor zes, tegen de avond aan.

Het sprookje van de bijl



Er was eens een bijl die in het hoofd van een prins terechtkwam.
"Hé, een prinsenhoofd," dacht de bijl, dat maak ik ook niet vaak mee.
Kort daarna, enkele tientallen seconden zeg maar, kwam zij ook in het hoofd van een prinses terecht.
"Wat een wonderlijk hoofd," dacht de bijl verrast door zoveel afwisseling op korte termijn, "benieuwd waar ik straks terecht kom."
Dat bleek onder een kraan te zijn, om het bloed weg te spoelen, waarna zij grondig werd droog gemaakt, want er is, op de achtergrond, ook wel degelijk iemand die zorg draagt voor zijn gereedschap. Het leven van een bijl is niet in al zijn aspecten sprookjesachtig, al hoef ik u dat niet te zeggen.

Een aforisme van oom Floris



Paarlen hoef je helemaal niet ver te werpen. Zwijnen zijn vaak dichter bij dan je denkt!

23.9.11

Het werkt niet op die manier



Er werd gebeld en zoals zo vaak dacht ik dat het wel weer een grapjas zou zijn. Ik zei mijn naam en functie en luisterde. Aan de andere kant leek het of er werd geaarzeld, maar dan kwam er toch de vraag: wanneer ik langskwam om ook daar onherroepelijk veel verdriet aan te richten, want onderhand ben ik inderdaad al bijna overal geweest. Ik legde uit "dat het niet op die manier werkt, maar dat ik beslist mijn best zou doen, al kan je die dingen niet zomaar op bestelling krijgen." Ik had sterk de indruk dat ik niet werd geloofd.

22.9.11

Een aforisme van oom Floris



Je moet in het leven van één ding uitgaan, dat je niet van alles mag uitgaan.

Kloof

Hoe leuk het idee om een kloof te kopen op het eerste zicht ook leek, eens ze thuis was geïnstalleerd en we elk aan een andere kant zaten, bleek dat zij inderdaad onoverbrugbaar was. We mochten hierover nog zoveel protocollen met de leverancier als maar in ons opkwam, het garantiebewijs (de kleine lettertjes!) was hierover ondubbelzinnig zodat van terugname of korting geen sprake kon zijn. Trouwens, in onze streek zou nog niemand een kloof weer hebben ingeleverd. Als commercieel gebaar verkregen wij wel dat wij bij onze volgende aankoop 3% korting kunnen krijgen.

21.9.11

Het vergaan van de wereld

Net toen de mevrouw mij een kopje koffie kwam brengen werd ik wakker.
"O, u bent al op," schrok zij, "hebt u er ook wat van gemerkt?"
"Wat zou ik dan moeten gemerkt hebben?"
"De wereld is vannacht vergaan."
Neen, daar had ik niets van gemerkt.
De straat zag er ook nog vrij normaal uit.
Op een paar vergane struiken na.
En de auto van de buren, maar daar was ik niet zo zeker van.

Nu er dus, normaal gesproken, geen zekerheden meer konden zijn, dacht ik de dame weg uit mijn slaapkamer en verving haar door een andere, die precies wist hoe ik, wij eigenlijk, mij (ons) moest(en) verhouden in een vergane wereld en ten opzichte van elkaar.

"Laten we ons maar zo normaal mogelijk gedragen!" begon ik het gesprek.

20.9.11

Singer naaimachine



In het kringloopcentrum was hij gewaarschuwd dat zij zich vooral niet mocht prikken aan de oude Singer naaimachine die hij op de kop had getikt, want er scheelde iets aan. Te laat echter! Toen hij haar thuis vond waren er net twee uur voorbij van de honderd jaar die zij zou slapen.

19.9.11

De parafrazen

Ooit waren parafrazen een diersoort (behorende tot de familie van de kameleons) bedeeld met de unieke eigenschap (maar tegelijk ook de beperking), dat zij de gedaante konden aannemen van al wat de mens lekker vindt. Dat verklaart waarom zij op een bepaald moment op uitsterven hebben gestaan. Gelukkig voor de soort wisten zij net op tijd te evolueren tot een literaire stijlfiguur, wat maakt dat we ze zo af en toe kunnen waarnemen tijdens onze lectuur.

18.9.11

Wat is geweten

Van vader is geweten dat hij ooit,
na hem eerst nog eens zorgvuldig te hebben gelezen,
een brief heeft verbrand.

Iets bijzonders



Nooit is mij iets bijzonders overkomen, tenzij die ene keer dat mijn vrouw niet thuis was en ik rustig naar de televisie kon kijken maar mij na verloop van tijd het gevoel bekroop dat ik bespied werd door een man met een hoed op.

16.9.11

Wat niemand voor mogelijk hield



Nu zou je zou denken dat het onder invloed is van wereldse factoren (zoals alcohol, langzaam gegroeide eenzaamheid, rationalisering van de situatie, drang naar geborgenheid, de rol van de media of streelzucht), want dan zou alles aannemelijker worden voor wie zich vragen stelt, en zulke mensen zijn er. Maar dat het een Gorgo, een Manticore en een Eenhoorn zijn die haar deden inzien dat je de ene mythe ook kan vervangen door de andere, dat hield niemand voor mogelijk. Hoewel dat het meest voor de hand ligt.


Met bijzondere dank aan Ferdinance.Crane voor het mogen gebruiken van de illustratie.

15.9.11

Zuur



De weddenschap dat vader vandaag niets zou aanraken met zijn handen brak hem zuur op toen hij de badkamer wou verlaten.

14.9.11

De vriendinnen van een zoon zijn thuis in principe niet welkom.



Voorts is de gang van zaken als volgt:

de vriendin wordt door de ouders van de zoon altijd nauwkeurig geobserveerd, gewikt en gewogen. Gezien het grote aantal vriendinnen dat hij heeft hebben de ouders ontzettend veel ervaring. Het kan enkele weken tot enige maanden duren voor zij tot een definitief besluit komen. Meestal lukt het hen echter wel in enkele seconden.

Dan zijn er drie mogelijkheden: 



1) De vriendin wordt afgewezen. Daarover wordt met de vriendin niet gecorrespondeerd of getelefoneerd. Maar zij merkt het wel aan een aantal details.



2) De vriendin heeft enige kwaliteit, maar is (nog) niet goed genoeg voor "opname" in de familie. De zoon krijgt dan een reactie in de vorm van indirecte opmerkingen en argumenten die aangeven wat er naar de mening van de ouders dient te veranderen. 



3) De vriendin bezit zoveel kwaliteit dat zij wordt uitgenodigd voor een ontmoeting met de vader. Hierbij hoeft de moeder niet noodzakelijk aanwezig te zijn. Zij speelt een andere rol.

(Uiteraard geldt mutatis mutandis hetzelfde ook voor vrienden)

13.9.11

Betoverd worden

Na een week is het eindelijk zo ver!

Ongelofelijk dat uitgerekend ik degene ben die in aanmerking bleek te komen. Dat had ik zelf niet eens verwacht! Maar goed, laat ik daar nu niet meer bij blijven stilstaan… straks onderga ik een metamorfose zoals ik er nog nooit een heb ondergaan.

Haastig drink ik de voorgeschreven konijnenpis alsof ik nooit wat anders drink bij het ontbijt en tast voor de n ste keer of de kurk in mijn reet nog wel goed vast zit. Dan hinkel ik (ook zoals voorgeschreven) weer naar mijn slaapkamer om mij aan te kleden. Wederom zoals voorgeschreven: een mens moet er wat voor over hebben!

Uiterst voorzichtig schuif ik de peniskoker over mijn ding en worstel wat met de vleugels van de Zwarte Engel, die, vrees ik nu, iets te wijd uiteen staan om gemakkelijk weer de trap af te kunnen. Zij passen blijkbaar minder als gegoten dan toen ik ze bij de verhuurder probeerde. Maar dat kan ook van de zenuwen zijn.
Ik vraag mij af wat mijn vriendinnen, die dit voor mij hebben geregeld, zullen zeggen vanavond.

Snel hang ik nog de wekker (op drie voor twaalf!) om mijn hals, neem mijn aktentas en huppel weer zoals voorgeschreven op Griekse espadrilles met twee treden tegelijk de trap af, recht naar buiten, zònder de deur achter mij te sluiten, ook dat werd mij nadrukkelijk op het hart gedrukt. Anders werkt het niet!

Daar, op het grind van mijn voortuintje vraag ik mij ineens af hoe geloofwaardig deze vertoning wel is. Is dit ècht de manier om mij te laten betoveren in de perfecte gentleman die niemand kwetst?

Kom, ik mag mij door zulke gedachten niet laten leiden. Ik hoor, volgens voorschrift, iedereen die mijn pad kruist joviaal en vriendelijk te begroeten, anders helpt het niet.

12.9.11

Jan en Ingrid (Een nieuwe aanpak!)



"Ingrid?"
"Ja?"
"Ik weet iets!"
"O ja?"
"Als we nu eens opnieuw verliefd werden."
"Ja-aa, dàt wordt leuk, maar…"
"Op een ander!!!"

Verraden!



Hij ziet er uit als iemand die altijd de waarheid spreekt maar er niet mee kan leven.

11.9.11

De stroom van informatie en hoe hem op gang te brengen...



Het mag dan een methode zijn die tegenwoordig vragen doet rijzen, zij wordt her en der nog wel eens toegepast en de handige ondervrager kan er een kolkende stroom van onversneden informatie mee op gang brengen.

9.9.11

Een aforisme van oom Floris



Schijn is wat het leven kleurt!

Bewijs



"Ik vind nergens een bewijs dat mijn grootvader gèèn god zou geweest zijn!"
"Dat betekent dus dat je op indirecte aanwijzingen af moet gaan, ben je zeker dat je die hebt?"

8.9.11

Koan?

Het geluid van
één
wuivende hand

7.9.11

Dat moet volstaan!

Een van de laatste keren dat ik werd opgebeld en ik nog opnam, was om te informeren hoe het met mij ging.
"Goed."
"Want we horen niks meer van jou."
"Dat klopt."
"Waar ben je dan mee bezig in je eentje?"
Toen moest ik even nadenken want ik wilde het precies verwoorden:
"Ik verwilder."
"…"
"Ik ver-wil-der."
Twee keer heb ik het gezegd!
Twee keer!!

6.9.11

Hoe de Gullip en de Moët zonder het te weten aan de basis liggen van het feit dat maneschijn koud is.



De Gullip en de Moët hielden zo zielsveel van elkaar dat zij elk voor zich besloten om het de ander vooral maar niet te vertellen! Die zou maar eens nèt iets minder van hem of haar moeten houden dan hij of zij. Dat kon slechts oneindig veel, in meer of mindere mate, wederzijds verdriet veroorzaken. Neen dus, zoals het was, was het goed. In die onuitgesproken verstandhouding  beleefden zij talloze machtige momenten van bijna perfect samenzijn en gedoe. Vaak in de warme schijn van het maanlicht.

"O Moët, je moest eens weten!"
"Ja Gullip, je moest eens weten!!"

Maar wat eigenlijk wederzijds geweten hoorde te zijn, spraken zij niet uit. Bovendien om geen enkel risico te nemen, vroegen zij er elkaar ook niet naar. In stilte verliefd en bang hielden zij het op die manier eeuwen lang met elkaar uit. 

Zo kwam het uiteindelijk dat de maan, die wel wat meer waar voor haar werk wilde, stilaan ontzettend gefrustreerd geraakte en ten lange leste zelfs aan zichzelf begon te twijfelen, met akelig definitieve gevolgen als resultaat. Hoe was het toch mogelijk dat alles en iedereen zich uiteindelijk, en nog blij toe, onderwierp aan de weldadige gevolgen van haar warme stralen, behalve die Gullip en Moët? Wat hadden die twee toch, om altijd maar alles en uiteindelijk nèt niet? Het ging het inlevingsvermogen en begrip van de maan, die (dat weet iedereen) zowat alles heeft gezien van wat zich hier op aarde afspeelt, ver te boven. De enige uitleg die zij kon bedenken was dat haar stralen niet warm genoeg waren, of erger nog, en dat baarde nog meer zorgen, dat de warmte van haar stralen aan het afnemen was. Of dat laatste klopt weten wij natuurlijk niet, en het doet er ook niet (meer) toe. Feit is dat de maan van radeloosheid besloot om harder te gaan schijnen en om al haar energie te besteden aan de Gullip en de Moët, opdat die, zoals ook Romeo en Julia en vele anderen vòòr hen, uiteindelijk zouden smelten en hun liefde voor elkaar zouden uitspreken, om zo helemaal gelukkig te worden tot er eventueel andere problemen ontstonden natuurlijk waar de maan uiteraard niet verantwoordelijk voor is. Op basis van die zonderlinge redenering begon de maan harder en harder te schijnen en werden de nachten op aarde warmer en warmer. Voor sommigen zelfs hèèt. 

In de koninklijke metereologische instituten was men totaal verrast en wist men zich geen raad. Er werd gemeten en gerekend en voorspeld en geanaliseerd dat het een lust was, maar wat er ook werd vastgesteld en dat was héél wat, de echte reden, de directe correlatie van de maneschijn en de ontmoetingen van de Gullip en de Moët werd door niemand opgemerkt. Tot dan uiteindelijk de maan zelf het begaf. Zij raakte totaal uitgeput en uitgeblust en verloor alle fut en warmte. Van stralen, laat staan wàrm stralen, kwam niets meer in huis. Het enige wat zij nog wist te verzinnen om haar machteloosheid te maskeren en toch geen gezichtsverlies te leiden ten opzichte van een bepaald soort dichters en nog wat romantische zielen op aarde was om het zonlicht af te vangen en naar de aarde te weerkaatsen. Verder verzwakte zij zo hevig dat zij zo op het blote oog, en dat werd later bevestigd door die paar mensen die er heen werden gestuurd, ineenschrompelde tot de lauwe kale bol die wij zo nu en dan aan de hemel kunnen zien, en die niets meer gemeen heeft met de romantische bron van geluk en liefde die zij ooit was.

Ondertussen zijn de Gullip en de Moët nog steeds heel goed bevriend. Om praktische redenen zien zij elkaar tegenwoordig wel iets minder vaak, maar in feite zijn zij bijna perfect gelukkig! 


Met bijzondere dank aan Ferdinance.Crane voor het mogen gebruiken van de illustratie.

5.9.11

Besluit

Deze acht woorden volstaan in feite niet om

Het lelijkste gezin van het land



Hoor hen tekeer gaan.
Ze gaan elkaar te lijf.
Ze hebben messen en vèèl drank.
Nu gooien ze met hun meubelen en ik hoor afgrijselijke kreten.
Zij verwijten elkaar hoe lelijk ze wel zijn!
Is dat wel zo?
Kennen zij ons dan niet?
En zo ja, zouden zij dan anders handelen?

4.9.11

Fins-Oegrische talen

In haar dromen sprak en begreep zij Fins, Meänkieli, Karelisch, Kveens, Estisch, Wepsisch, Wotisch, Lijfs, Ingrisch, Saami, Mordwiens, Tsjeremissisch (Mari), Zurjeens (Komi), Wotjaaks (Oedmoerts), Hongaars, Ostjaaks (Chanti) en Wogoels (Mansi). Kortom, alle Fins-Oegrische talen.

Uiteraard op basis van een wonderlijk leerproces.

Geen verklaringen



Soms denk ik dat zij die aankoop inderdaad zag, precies zoals zij dat beweert (en niettegenstaande haar beschrijving ervan in de tijd sterk is geëvolueerd). Maar het kan net zo goed zijn van niet. Ik kan haar dus niet zo maar geloven.

Het blijft ook mogelijk dat zij echt gelooft dat zij hem zag en misschien laat ik haar dan beter in de waan. Of zou ik het haar uit het hoofd moeten praten? Haalt dat wat uit? En wat zou het verschil zijn?

Zelf heb ik die aankoop in elk geval NIET gezien. Maar wat bewijst dat? Het is maar hoe je het bekijkt. Veel heeft te maken met alertheid en verwachtingspatronen. Misschien moet ik het inderdaad wel zo opvatten en er verder over zwijgen. Dan blijft een en ander het meest leefbaar en hoef ik geen verklaringen af te leggen zoals deze.

3.9.11

De man die afstanden overbrugt



Er is de man die er prat op gaat dat hij alle afstanden overbrugt.

Zie hoe hij discreet, ja zelfs uitzonderlijk bescheiden,

(op een moment dat weinig veiligheid en zielenrust garandeert,
als oversteekplaats steevast het diepste ravijn, de breedste rivier,
de wildste oceaan,

en als het kan bij regen en wind en onder de mooiste maan,
op het schuinste dak

mèt publiek. )


alweer een oversteek realiseert.

Kom, laat ons gul zijn met applaus.

Een aforisme van oom Floris



De waarheid is een paspoort waarmee men overal mag komen, maar het garandeert geen velig reizen.

2.9.11

De aap van de goede gedachten

Er is niemand die mij op goede gedachten kan brengen, behalve de aap natuurlijk. De aap die er niet zou zijn en waarover iedereen zwijgt. Maar het is niet omdat die aap er niet zou zijn dat hij mij niet op goede gedachten kan brengen. Helemaal niet. Daar hebt u geen inzicht in, dat weet ik wel zeker. Waarom zou ik u dan consulteren?

1.9.11

In de vallei van de Lottowinnaars



Een uur nadat wij in de Vallei van de Lottowinnaars waren doorgedrongen liepen wij in hun hinderlaag.

"Wat komen jullie hier doen?" informeerden zij op gemelijke toon, want Lottowinnaars zijn achterdochtige wezens.

"Wij zijn een wetenschappelijk onderzoeksteam en wij komen onderzoeken hoe het komt dat jullie in negen op de tien lottotrekkingen de winnende cijfercombinatie weten samen te stellen."

Het is de diensten van de Nationale Loterij namelijk niet ontgaan dat het haast elke week iemand uit deze vallei is die de hoofdprijs wegkaapt.

"En wat willen jullie met die kennis?" vroeg hij die er het meest achterdochtig uitzag. Ja, dat konden wij niet zo een, twee, drie zeggen, daarom probeerde ik er ons uit te praten:

"Om onze statistische modellen aan te passen."
"Ach zo, jullie statistische modellen aanpassen," riposteerde de achterdochtige weer, "wel, we zullen jullie eens tonen hoe wij dat doen," en ze namen ons mee naar hun dorp.
"Met plezier," antwoordde ik, "daarvoor zijn wij tenslotte gekomen".

Met een blik die iets van medelijden leek uit te drukken keek hij mij aan.

Eens in hun dorp aangekomen, werden wij opgesloten in een grote kooi op het dorpsplein.
"Vanavond leren wij jullie hoe wij winnende cijfercombinaties samenstellen," giechelde het ventje dat het hangslot van de kooi op slot deed en de sleutel voor onze ogen inslikte, om duidelijk te maken dat een ontsnappingsplan verduiveld goed in elkaar zou moeten zitten.

Ver weg van onze families en geliefden zat er voorlopig niets anders op dan af te wachten.

Rond een uur of zes geurde het hele dorp naar hun lokale gerechten, maar zelf kregen we geen eten.

Eindelijk werd het acht uur en kwamen de dorpelingen een voor een naar het dorpsplein afgezakt en gingen zij, gewapend met versnaperingen en thermossen thee, in een kring rond onze kooi zitten. Nadat het hele dorp het zich op die manier comfortabel had gemaakt klonk er ergens van op een plaats die wij niet konden zien een gongslag. Dat was het signaal voor een klein iel mannetje om op te staan en een lottoformulier in de lucht te steken.

"Dorpsgenoten," zo sprak hij, "hier zien jullie wetenschappers die van ons komen leren hoe je de juiste lottocijfercombinatie samenstelt!"

Nooit eerder heb ik een massa mensen zo smakelijk zien lachen. Het duurde twintig minuten! En het ventje deed niet de minste moeite om hen te onderbreken. Toen het eindelijk weer stil was, hernam hij het woord:

"Welaan, dat kan. Beter zelfs, jullie mogen het zelf doen!" richtte hij zich tot ons, in de kooi.

Opnieuw zette de massa het op een brullen en duurde het een klein half uur voor het weer stil was.

"Het gaat als volgt: wij gooien balletjes met lottocijfers in de kooi en jullie moeten die in de juiste volgorde leggen. Is alles goed, dan mogen jullie er terug uit. Wij houden jullie hier vast tot jullie het drie weken na elkaar goed hebben. Want de enige manier om de lotto te winnen is door mee te doen en zelf de juiste combinatie te maken."

Opnieuw klonk de gong, en nu was dit blijkbaar het signaal voor het volk om balletjes met lottocijfers in de kooi te gooien.

42 - 13 - 1 - 7 ….

22 - 27 - 33 - ……

Nu kon hun pret helemaal niet meer op. Na twee uur lang krampachtig combineren begonnen wij stilaan vermoeid te raken, wat door een van onze bewakers héél snel werd opgemerkt. Hij gebaarde naar het iele mannetje, dat alweer door een lottoformulier in de lucht te steken, het bombardement met de lottocijferballetjes onderbrak.

"Dorpsgenoten, kijkt dit aan. Al twee uur lang proberen deze wetenschappers, deze zogenaamde lottokenners, de juiste getallen op een rijtje te zetten, zonder zich ook maar één seconde af te vragen wat de basis is van het werk van lottocijfercombinaties maken! Daarom krijgen zij vandaag nog les 1!"

Plechtig wees hij een dreumes van een jaar of vier aan die opstond en het woord nam:

"Les 1 van het samenstellen van een winnende lottocijfercombinatie: het zit hem in het reservegetal!" schreeuwde het kind ons toe.

Hoe hadden wij dat over het hoofd kunnen zien? Wij begrepen dat wij nog heel wat te leren hadden. Onmiddellijk nadat hij was uitgesproken hernam het bombardement, ditmaal zaten er er ook reservegetallen bij.

29
7
27

Onderhand zijn wij hier drie maanden. Hoe het verder moet is niet duidelijk. Twee keer zaten we heel dicht bij lottowinst, één keer misten wij het reserve getal en de tweede keer waren wij vergeten ons formulier tijdig binnen te brengen. Wel hoeven wij nu niet meer in de kooi te blijven al worden we nog steeds streng bewaakt. Hoe lang dit nog moet duren weet ik niet. WIj kijken echt uit naar les 2 en hope zo toch iets wijzer te worden.