29.11.10

De afgrond



„Zolang wij elkaar maar in de ogen kunnen kijken bestaat de afgrond niet,” zei de ballerina.

Eerder om zichzelf moed in te praten dan uit zelfvertrouwen en geloof in wat zij nog voor elkander waren.

Met zulke woorden bracht zij hem altijd aan het twijfelen.



Met bijzondere dank aan Ferdinance.Crane voor de prent: "De afgrond".

De geest van Elvis


"Men zegt dat de geest van Elvis zich verre houdt van dit soort plaatsen."
"Hij is hier inderdaad nog nooit opgemerkt."


27.11.10

Een aforisme van oom Floris



"Met de juiste uitleg over adequate landbouwtechnieken kunnen heel wat problemen worden vermeden, indien u het juiste moment weet te kiezen."


26.11.10

Een nieuwe keuze



Na onze invrijheidstelling kregen wij de kans een totaal nieuw leven op te bouwen, los van elkaar. Emma, mijn vrouw, koos er onmiddellijk voor om als adelaar in afzondering te gaan leven. Daar had ik - alhoewel ik mijn twijfels had, want het leek mij niks voor haar - alle begrip voor. Ik gunde het haar ten volle na het benepen leven dat wij voordien hadden geleid. Bovendien zouden wij goed begeleid worden, garandeerde ons de sociaal assistent.

Voor mezelf zag ik het niet zo groot en ik koos voor een bestaan als aalscholver in dienst van een visser op het meer van Uji. Een bestaan waar ik mij lange tijd mee kon verzoenen omdat het op een gemakkelijke manier sociaal en cultureel aanzien verschafte, wat mij, zo dacht ik, toch toekwam.

Tot ik toevallig kennis maakte met een mus die Emma gekend had. Die was blijkbaar geen adelaar meer, maar had een downgrade naar kaketoe aangevraagd. Zij woonde nu bij een kapper in, voor wie zij allerlei woorden en zinnetjes nazei, tot groot jolijt van zijn klanten die haar accent zo wonderlijk vonden.

„Echt iets voor haar,” dacht ik.

Maar eigenlijk besefte ik toch dat zij haar draai niet had gevonden en kreeg medelijden. Ik begon meer en meer aan haar te denken en haar zelfs te missen. Ik dacht steeds vaker terug aan vroeger. Het werd zo erg dat uiteindelijk mijn werk er zelfs onder begon te lijden, zodat de visser voor wie ik werkte voorstelde dat ik, tijdelijk, zwaluw zou worden. Dat zou mij tijd geven om over mijn situatie na te denken en eventueel nog een en ander te gaan uitpraten met Emma, mocht ik dat nodig vinden.

En toen, als om te bewijzen dat je weinig aan je lot kan veranderen, ging het ineens heel snel.
Door een fout in de afspraken met de begeleiders die ons bijstonden om ons leven in vrijheid zo zinvol mogelijk te beleven, kwamen wij ineens oog in oog te staan voor de ingang van dezelfde wachtzaal.

Wij herkenden elkaar onmiddellijk, al was zij nu geen kaketoe meer, maar een pronte stadsduif.

In dat grijsblauwe zag zij er echt leuk uit, besefte ik.

En zij was niet geringd.

„Jij hier?!”
„Emma!”

Het was of we nog geen uur uit elkaar geweest waren. Alles ging plots weer zo vlot. Tijdens een dolle vlucht waarin we elkaar om beurten achtervolgden boven het stadspark praatten we honderduit en begrepen we weer precies wat we allemaal bedoelden.

„Hoe konden wij toch zo dom zijn om ons een leven in vrijheid te willen toemeten, en dan nog in proporties waarvan we hadden moeten weten dat het niks voor ons was!”

„Ach, zoiets moet je eerst meemaken,” zei ik, omdat ik er bij blijf dat in die zaken geen schuld of domheid bestaan.

Boven op een kerktoren besloten we om weer net als vroeger samen te gaan wonen, als parkiet. Uiteraard met de nodige verplichtingen van het leven in een kooi, maar we krijgen toch ook weer voer.



Met bijzondere dank aan Ferdinance.Crane voor de prent Twee vogels

25.11.10

De barmhartige samenleving



In de barmhartige samenleving ging men er van uit dat àlle stenen rollen. Het was alleen kwestie van uit te maken vanaf welke snelheid een steen geen mos verzamelt en daar alle beleid op af te stemmen.


24.11.10

Een aforisme van oom Floris



"Wie altijd tegenslag heeft, heeft natuurlijk pech!"


23.11.10

Communicatie



De angst om afgeluisterd worden zat er zo diep bij hem in dat hij uitsluitend op non-verbale manier de ernst van zijn bedoelingen probeerde duidelijk te maken.


Vader



Zo af en toe was vader zich echt wel bewust van zijn opvoedkundige taak. Het is in die context dat u onze afwezigheid moet begrijpen, 's anderendaags, op school.


22.11.10

De kamer waar nog nooit gelachen is



Voor het eerst in haar leven aanschouwde zij een kamer waar nog nooit gelachen is, al was zij zich daar niet van bewust. Daarna had zij wel enige dagen last van een lichte, onbestemde droefheid, maar dat weet zij aan het sombere weer. Zo gaat dat in milieus waar men niet verder pleegt te kijken dan zijn neus lang is en geen oog heeft voor alledaagse tragiek.


Lelijke woorden!



Op drieënveertigjarige leeftijd slaagde J. er voor het eerst in een echt lelijk woord uit te spreken, al kostte hem dit bijna het leven. Daarna ging het echter beter en beter.


21.11.10

Kinderen!



„Wat zeggen ze?”
„Dat voortplanting een conditio sine qua non is om de parlementaire democratie in stand te houden,” antwoordde Yvo, die de konijnentaal beter beheerste dan wie ook. Maar ze begrepen allebei dat die methode niet in die termen geformuleerd kan worden als het er op aan komt nieuwe impulsen te geven aan versleten sociaal democratische staatsvormen, die indirect weliswaar nog altijd garant stonden voor hun latere inkomen. Zij waren per slot van rekening nog maar kinderen.


20.11.10

Bestuurskunde



Met recht en reden zijn kinderen van al te zorgzame ouders bang om zich ver van huis te begeven omwille van de arenden die hen omdat zij er zulke gruwelijke denkbeelden op nahouden zullen vastgrijpen en meenemen doorheen ijle luchten naar hun nest ergens hoog in het van hieruit onzichtbare maar ondoordringbare gebergte waar hun arendskuikens met wijd opengesperde haaksnaveltjes hun schedel zullen verbrijzelen als was het de eierschaal van een simpel kippenei om de hersentjes met hun dwaze inhoud met haastige slokken op te schrokken want zo worden arendskuikens namelijk opgevoed tot heerser van de hemel.

Uiteraard is men onder druk van proactieve ouderverenigingen op tal van bestuurlijke niveau’s reeds belast met het zoeken van oplossingen en een grondige studie van het fenomeen zal dra worden gepubliceerd. Het is echter nu al duidelijk dat een grondige aanpak van het probleem afstemming vereist met de ons omringende landen, al was het maar om de leeggezogen karkasjes met de vereiste eerbied te repatriëren. Hier dient rekening te worden gehouden met het bijkomend probleem van enkele fundamentele culturele verschillen.


19.11.10

Berekenend



Niet ten onrechte vermoedde hij in haar een berekenende vrouw, maar wat volgde was sterker dan hemzelf.

18.11.10

Hedwige en de belichaming van de absolute waarheid

Op een dag verraste Hedwige van Geel haar man met de uitspraak dat zij de volle en absolute waarheid belichaamde, wat hij daar ook van mocht denken. Harry, haar man, besloot hier niets tegen in te brengen, maar trok zich terug in zijn bureau om de implicaties ervan te overdenken. Die konden verregaand zijn. Hij kende Hedwige, zij was per slot van rekening al jaar en dag zijn vrouw en hij slechts haar man.

Terwijl hij in zijn bureau de situatie van uit diverse invalshoeken overdacht begon Hedwige zich onverbloemd en poedelnaakt overal in het dorp te vertonen, vooral daar waar zij meende als belichaming van de absolute waarheid een verschil te kunnen maken. Af en toe met verbijsterend resultaat!

Toch waren niet alle dorpelingen er van overtuigd dat de waarheid die Hedwige belichaamde wel de absolute was, zij was per slot van rekening niet meer de allerjongste, en zij stuurden een afvaardiging notabelen naar Harry, die inmiddels steeds dieper in implicaties verzonken was.

Harry, die na het onderhoud met de notabelen, waarvan sommige vroegere vrienden die het iets verder hadden geschopt, het absolute van de belichaamde waarheid toch wel in een ander daglicht ging bekijken, beloofde plechtig om een discussie aan te gaan met zijn Hedwige.

Uiteraard was dat buiten de vastbeslotenheid van zijn ega gerekend. Om te bewijzen hoe absoluut haar belichaming van de waarheid wel was verscheurde zij met blote handen al haar kleren (wat met jeansbroeken echt niet makkelijk is!) en als om het absolute in Harry, niettegenstaande hun jarenlang huwelijk toch het tegendeel had bewezen, eindelijk tot leven te wekken, begon zij daarna met zijn hemden.

Harry die om medische redenen, hij was jaren geleden al bij specialisten te rade geweest, toch echt niks absoluut had, hoe vurig hij dat ook wenste, greep alle kleren die hem nog restten, want Hedwige scheurde vlug en accuraat, bijeen en koos het hazenpad, naar zijn geestelijk raadgever.

Hedwige Van Geel posteerde zich dan maar op het balkon om alle dorpelingen gelijk aan te spreken en uit te nodigen kennis te komen maken met haar absolute waarheid, ieder op zijn of haar beurt uiteraard.

Een half uurtje later kwam Harry weer thuis in het gezelschap van zijn geestelijk raadgever, die het wegens de aard van zijn functie toch aangewezen vond er zich van te vergewissen hoe absoluut Hedwige’s waarheid wel was.

Harry, die van in de gang Hedwige niet kon zien op het balkon vloekte half binnensmonds en gebood zijn geestelijk raadgever te wachten, terwijl hij „die hoer wel zou weten te vinden en bij het haar naar huis zou slepen,” waarna een rustig gesprek wel mogelijk zou zijn.

Harry had zijn hielen nog niet gelicht of Hedwige kwam van het balkon weer naar binnen waar zij de geestelijk raadgever van Harry in al haar onbevangen naaktheid tegemoet trad. Zij had voor hem absoluut niets te verbergen wist zij inmiddels zekerder en zekerder.

De raadgever besefte wel dat een maatschappij slechts kan voortbestaan als er een minimum aan respect in acht wordt genomen voor eeuwenoude normen en waarden, maar diep in zijn hart begreep hij dat hij de kans om Hedwige’s absolute waarheid te leren kennen, geen tweede keer zou krijgen. Bovendien had hij in haar altijd al iets absoluuts vermoed, al had hij dat wijselijk voor Harry verzwegen. Het duurde geen tien minuten of hij en de zevenendertigjarige Hedwige gaven zich helemaal over aan het absolute en zij begrepen al doende van elkaar dat absolute waarheden niet genegeerd mogen worden.

Op hun meest absolute moment stond ineens Harry weer in de flat. In minder dan een oogwenk begreep hij wat zich had voltrokken, maar nog voor hij de zaak met zijn geestelijk raadgever op basis van juridische gronden kon regelen, stond Hedwige, haar absolute waarheid haast als een wapen op hem gericht, al tussen hen in:

„Wij praten dit nu en voor eens en voor altijd uit,” sprak zij afgemeten.

Het werd een voor Harry memorabel gesprek waarin de ene na de andere absolute waarheid naar boven kwam en op het einde pakte Hedwige haar koffer en ging mee naar huis met de geestelijk raadgever.

Zo begon voor ieder van hen een nieuw hoofdstuk in hun leven, waarin de ene al meer dan de ander voordeel haalde uit de lessen die hij of zij trok uit bovenstaande episode.

17.11.10

De allerèèrste keer



Terwijl moeder lichtjes begon te zweven toen zij werd aangesproken door de jonge verkoper met de indringende ogen, bereidde Ina, onze jonge durfal, haar eerste winkeldiefstal voor.

16.11.10

Jan en Ingrid (Alles was al vroeg duidelijk)



„Hèèrlijk! En wat doen we vannacht Jan?”
„Vannacht Ingrid? Dan pikken we er de juiste sterren uit en verbinden die met een fictieve lijn om zo onze namen te schrijven.”
„Onze namen?”
„Of iets anders is ook goed.”

15.11.10

Het is niet zeker



Het leven zit vol vreemde verrassingen. Zo bezat ik eens een paperclip die mij niets dan geluk bracht. Of dat dacht ik toch, want zeker ben je nooit in die dingen. Tot de dag dat ik hem kwijt raakte. Dat was toen... maar kom, laat ik u daar niet mee vervelen. Liever vertel ik u wat I. voor mij heeft betekend. I. was een jaar jonger dan ik, maar in tal wat dingen vèèl ouder. Zij wist wat heet van de hoed en de rand. Zo had zij kennis van zoete dranken en kruiden, het opwekken van de meest hartstochtelijke gevoelens en de drang om aangeraakt te worden. Althans, dat is wat mijn vrienden mij voorhielden. Een jaar of veertig geleden verdween zij uit mijn leven. Misschien kan ik u dus maar beter iets opbiechten over N. Dat is niet zo eenvoudig als u denkt omdat ik haar veel minder goed heb gekend dan ik wel zou willen, en ook omdat mijn geheugen mij in de steek begint te laten zodat ik er niet meer zeker van ben of wat ik mij herinner wel herinnering is of puur verzinsel. Alleen N. zou het kunnen bevestigen of ontkennen. En dat is op dit ogenblik niet mogelijk. Er blijft mij dus niet veel anders meer over dan over mezelf te vertellen, ik komt tenslotte van zo vèr en wil niet helemaal voor niets gekomen zijn. Wel, ik zie er vrij normaal uit voor een man van mijn leeftijd, ik ben viertalig, eerder zwijgzaam en beschik over een dorre verbeeldingskracht. Vrouwen kijken zo door mij heen, dat voel ik heel goed aan, vooral als ze het doorheen mijn middenrif doen. Wat ik om evidente redenen vaak met liefde verwar. Op die manier is ook mijn affaire met M. afgelopen. Ik voelde hoe zij altijd maar steels doorheen mijn middenrif keek en, voor het eerst in jaren, besloot ik toen maar de koe bij de horens te vatten. „Zozo M.” zei ik (uiteraard haar naam volledig uitsprekend), „je bent dus verliefd op mij!” Op zich misschien een boude, maar daarom nog geen verkeerde opmerking dacht ik. M. echter, schrok zich een hoedje en slikte in haar consternatie mijn paperclip, de paperclip die mij niets dan geluk bracht, door en stikte er in. Autopsie wees uit dat hij dwars was komen te zitten in haar luchtpijp. Wie weet waarvoor dit nietig voorwerp mij heeft behoed? En zo heb ik het dus toch over die paperclip gehad.

Een aforisme van oom Floris



Wie eet wat de pot schaft, maakt het zijn gastheer wel makkelijk!