28.2.10

Captain Dubio tobt



Alweer geplaagd door een van zijn vermaarde buien van besluiteloosheid zat Captain Dubio te tobben of hij nu de RU-XXp1 van zijn vrouw zou nemen of zich gewoon zou laten opstralen, om bij de bakker broodjes en taart te gaan halen. Er was per slot van rekening een sterrenregen voorspeld. Of zou hij de boodschappen naar de keuken laten stralen?

Het lot van de Eiffeltoren



Volgens hun obscuur geloof zou de Eiffeltoren, als je er maar lang genoeg rond fietste, op een dag veranderen in een wolk!

Eiffeltorenvormige wolken



Wie die dag de natuur introk in de hoop Eiffeltorenvormige wolken te observeren kwam van een kale reis terug.

26.2.10

Rettekkettet



Soms voel ik mij een trompettist.
Waarom?
Waarom ik mij soms trompettist voel?
Omdat ik vaak zomaar wat schetter.
Meer zelfs, ik schetter er op los.
Dat zit in mij.
Maar ik ben geen jazzman.
Neen hoor, ik schetter gewoon.

25.2.10

Een aforisme van oom Floris



De kans is groot dat wie denkt dat hij onsterfelijk is later toch nog van gedachten verandert!

Alma Zichtopzee en de zaak van het penseel van de heer (Epiloog)

Epiloog



“Wat een geraffineerd en toch zo eenvoudig vermetel plan!” kreet Moeder Pijplip, later, toen in de beslotenheid van het bureau van Alma Zichtopzee het Penseel van de jonge Jezus Christus op 16 jarige leeftijd, opnieuw in de handen van de Orde van de Heilige Felationistes overging.

“Ach,” antwoordde Alma, bescheiden zoals zij nu nog altijd is, "zoiets hoort nu eenmaal bij mijn werk."
“Alleen pech dat de getuigenis van een klein meisje de zaak nog enigszins in de war stuurde!” merkte Zuster Analia, door wiens onoplettendheid het hele avontuur was begonnen, op omdat zij meende dat het toch maar een dubbeltje op zijn kant was geweest en zij ook nog steeds haar eigen verantwoordelijkheid niet wilde inzien.

“Pech? Helemaal niet!” glimlachte Alma, “dat was nu precies de finishing touch van het geheel, de kers op de taart! Dat was een wezenlijk onderdeel van mijn plan. Ziet u, ik moest er terdege rekening mee houden dat die Teufel, of een van haar lijfwachten, mogelijk zelfs een andere passagier, zou opmerken wat er aan de hand was en dan het recht misschien in eigen hand zou nemen. Daarom was het goed voor een getuige te zorgen, zodat de bemanning (die op de hoogte was gebracht door de Italiaanse autoriteiten van het plan dat er bagage zou worden omgewisseld, maar niet precies hoe en door wie!) een reden zou hebben, mij “officieel” te arresteren. Op die manier konden alle passagiers met eigen ogen zien dat het recht wel degelijk ook in het hemelruim zegeviert en konden Teufel of haar mensen geen actie meer tegen mij ondernemen. Want dat zouden zij zeker gedaan hebben.”

“Hemeltje lief, hoe doortrapt!” riep Moeder Pijplip, op een toon waaruit echter alleen maar bewondering klonk.
“En… hoe kunnen wij u voor een en ander vergoeden, mevrouw Zichtopzee?” besloot zij met de tegenwoordigheid van geest waarmee zij het tot Moeder Overste had geschopt.

“Tja…” zuchtte Alma, “Dit was een wel zéér bijzondere opdracht, dus, wat de onkosten voor meneer Vartan betreft, moet ik u een honorarium van 1000 euro aanrekenen. Voor mezelf evenwel kan ik vanuit het diepste van mijn hart bevestigen dat één nacht alleen met het Penseel van de jonge Jezus Christus in de suite van Hotel Montecarlo reeds alles meer dan goed maakte.”

Op die, voor de ene partij al meer dan voor de andere, bevredigende manier, met glazige ogen, alsof zij die ene nacht in één seconde opnieuw beleefde, werd het avontuur van “Alma Zichtopzee en het penseel van de heer", afgesloten.

Einde

24.2.10

De man die zichzelf verzon



“Kijk daar: Juffrouw Catherine arm in arm met de man die zichzelf verzon.”
“Hemeltje, zij lijkt er echt in te geloven!”
"Ja, of hoe een mens blij kan zijn met niks."

Versie 1.0
De verzonnen man
“Kijk daar eens: Juffrouw Catherine arm in arm met de man die zij verzon.”
“Jeetje, het is dus toch waar!”
"Ja, en zij ziet er erg gelukkig uit."


Alma Zichtopzee en de zaak van het penseel van de heer (3)

Verwikkelingen tijdens een lijnvlucht




Het was een devoot prevelend nonnetje, met haar blote voeten in verschrikkelijk versleten leren sandalen, met een kleine rugzak en met iets dat op het foedraal van een biljartkeu leek in de hand, dat haastig over het tarmac kwam aangepinkeld om uiteindelijk als laatste passagier aan boord te gaan van de wekelijkse vlucht naar Rome met Paradise Airlines. Respectvol hielp de steward haar aan boord en begeleidde haar naar haar zitplaats.

"Gaat u hier maar zitten Zuster, en prettige reis," wenste hij haar toe met zijn aangename stem.

Het nonnetje keek eens rustig om zich heen en constateerde zeer tevreden dat zij geen betere zitplaats had kunnen krijgen. Alle stoelen waren bezet, maar in één oogopslag wist zij er zich van de vergewissen dat haar doelwit, mevrouw Teufel, geflankeerd door twee struise geestelijken, die er op hun kleding na niet erg vergeestelijkt uitzagen, pal op de stoel in de rij voor haar zat. Dat stelde Alma Zichtopzee (dat had u uiteraard al geraden) gerust dat ook haar andere eisen om haar vermetel plan een kans van slagen te bieden wel naar behoren ingewilligd zouden zijn.

"Dank de Heer," prevelde zij luidop, "dat ik deze vlucht nog mocht halen," tegelijk strak in de ogen kijkend van een van de twee (de linkse) struise geestelijken, die haar fronsend opnam, als om er zich van te verzekeren dat zij geen gevaar vormde voor mevrouw Teufel en haar vrachtje. Hij had echter totaal geen argwaan en richtte onmiddellijk weer zijn aandacht op de lectuur die hij om de korte vlucht naar Rome te veraangenamen had meegebracht. Nu ja, lectuur, hij probeerde een kruiswoordraadsel in te vullen. Zijn collega, rechts van mevrouw Teufel, bleek verdiept in een semiwetenschappelijke pocketboek zoals men die in boekenshops op luchthavens vaak aantreft: How to kill the Pope: 3 feasable scenario's. Mevrouw Teufel zelf zat verstild tussen hen in, met op haar lippen de zoete glimlach van een vrouw die zich de vorige nacht door iets bijzonders had laten beroeren. Iets dat waarschijnlijk in het foedraal stak dat zij op haar schoot had liggen!

Nu de laatste reiziger aan boord was werd geen tijd meer verloren en het vliegtuig taxiede naar de startbaan. De gebruikelijke aanwijzingen en verboden klonken door de intercom en in een mum van tijd voelden de passagiers dat het vliegtuig een hemelwaartse richting koos.

Alma liet zich door de aangename gewaarwordingen die een opstijgend vliegtuig veroorzaakt evenwel niet van de wijs brengen en concentreerde zich volledig op het mentaal in kaart brengen van alles waarmee zij rekening moest houden, straks, bij het ten uitvoer brengen van het belangrijkste deel van het vermetel plan.

U vermoedt misschien dat de verklede geestelijken op de rij voor haar over een zesde zintuig beschikten, want zo af en toe leek het of zij argwanend omkeken, maar Alma (die op deze hoogte haar gave om gedachten te kunnen lezen ten volle wist te gebruiken) wist wel beter: de ene - van het kruiswoordraadsel - had zichzelf verloren in erotische gedachten, en de andere twijfelde of de drie scenario's wel zo realistisch waren als de auteur van het boek liet uitschijnen. Dat stelde Alma nogmaals gerust en nu richtte zij haar aandacht op een ander personage, dat wij om reden van geheimhouding en literaire spanning pas nu mogen introduceren: de ongelofelijke Sylvain Vartan (op wiens diensten Alma in latere avonturen nog vaak beroep zou doen na het eclatante succes waarmee, zoals dra zal blijken, het vermetele plan ten uitvoer kon worden gebracht), in circusmiddens tot dan toe bekend als de menselijke bromvlieg. Vartan bevond zich niet in het vliegtuig maar hing er aan, ondersteboven, zoals u dat bromvliegen al wel hebt zien doen aan plafonds, en dat precies onder de stoel waar Mevrouw Teufel zat na te genieten van haar zalige nacht. Via het medium van de gedachtentransfer (een gave waarover Sylvain Vartan als bij wonder ook beschikte) bracht Alma hem op de hoogte van de situatie in het vliegtuig en verzekerde zij er zich van dat ook met hem alles in orde was. Krampen in de kuitspieren zouden het plan lelijk in de war kunnen sturen, maar Sylvain stelde haar gerust. Hij had al wel boven heter vuren gehangen!

"Goed," dacht Alma in zijn richting, "over exact zeven minuten treed ik in actie."

"Ik ben er klaar voor" herdacht Sylvain in omgekeerde richting.

Met die geruststellende gedachte verliet Alma haar stoel om zich terug te trekken voor een privéactiviteit op het toilet van de zilveren vogel in wiens buik zij zich bevond.

Exact 6 minuten en 66 seconden later, toen Alma niet toevallig pal achter de twee verklede geestelijken en mevr. Teufel op het middenpad van de jet stond, brak de hel los. Een explosie die, volgens de getuigen in het vliegtuig, van buiten leek te komen sloeg een gat van ongeveer 40 cm doorsnee in de vloer van het vliegtuig, precies onder de voeten van mevrouw Teufel die, mede door de luide knal van de ontploffing opschrok uit haar nagenietingen en, gepaard aan een luide kreet van complete verrassing en onvoorbereidheid, uit pure schrik, in een reflex, het foedraal op haar schoot hoog in de lucht wierp. Ook de twee valse pastoors hadden deze verwikkeling niet zien aankomen en terwijl zij van puur ongeloof een halve seconde lang het gat in het midden voor hun voeten aanschouwden maakte Alma van die eeuwigheid gebruik om het echte foedraal op te vangen en het in één vloeiende beweging te vervangen door de replica die zij, uiteraard voor dit doeleind, zoals voorzien in haar vermetel plan, mee naar het toilet had genomen. Op datzelfde moment weerklonk er een tweede explosie en ontstond er eensklaps een nieuw gat van 40 cm doorsnee, ditmaal evenwel àchter de stoel van mevrouw Teufel, dus net voor Alma’s plaats, zodat zij, in feite door die vloeiende beweging van daarnet voort te zetten, het net bemachtigde foedraal erdoorheen naar buiten kon gooien alwaar het precies in het geopende rugzakje van Sylvain Vartan belandde, wat voor hem meteen het signaal was om in vrije val de Italiaanse bodem op te gaan zoeken.

Daarmee, zo zal u denken, was de kous af en het vermetel plan van Alma Zichtopzee briljant geslaagd, maar dan rekent u toch buiten de bodyguards van Mevr. Teufel, die zich weliswaar door de éérste explosie van de wijs hadden laten brengen, MAAR… NIET MEER DOOR DE TWEEDE! Vanuit zijn ooghoeken had de kruiswoordraadselaar het manoeuvre waarmee Alma “iets” uit het vliegtuig gooide opgemerkt en onmiddellijk begrepen wat er was gebeurd. Hij schreeuwde, gelardeerd met weinig geestelijke termen, moord en brand dat “die valse non” een foedraal had verwisseld en uit het vliegtuig had gegooid en dat onmiddellijk een onderzoek moest worden ingesteld opdat het rechtmatige foedraal bij de rechtmatige eigenares – waarbij hij met priemende wijsvinger mevrouw Teufel aanwees - zou terugkeren en dat valse nonnen onderworpen dienden te worden aan helse straffen in duistere kerkers. Iets waarbij hij zich een en ander leek te kunnen voorstellen!

Niemand in het vliegtuig hechtte echter veel geloof aan het feit dat een devoot en frêle uitziend nonnetje tot zulk een precies en acrobatisch opzet in staat was en, ware het niet dat een meisje, een kind van pas zeven jaar bovendien, getuigde dat vlak na de tweede explosie iets dat, volgens haar woorden, op een bromvlieg leek, vanonder het vliegtuig was losgekomen en naar beneden gevallen, waarbij na verloop van tijd een mooie rode parachute was opengegaan, dan hadden Teufel en trawanten waarschijnlijk het recht in eigen handen genomen.

Op basis van deze kinderlijke getuigenis werd Alma na de landing, met de nodige verontschuldigingen van de bemanning, maar dat het “gezien de objectieve getuige nu eenmaal niet anders kon, maar dat alles wel in orde zou komen” aan de luchthavenpolitie uitgeleverd. Echter niet vòòr Mevrouw Teufel, nog hatelijk wist op te merken, dat zij haar nog wel zouden weten te vinden en Alma beheerst had geantwoord dat zij nieuwsgierig zou afwachten.

Eenmaal uit het zicht van de razende mevrouw Teufel, die inmiddels ook de inhoud van het verwisselde foedraal had geverifieerd en een vettige, harige varkenspoot had aangetroffen, en haar vuilbekkende trawanten, werd Alma Zichtopzee met de nodige egards, niet naar een cel, maar met een anonieme Italiaanse regeringslimousine naar een van de sjiekte Romeinse hotels, het Montecarlo, gebracht, alwaar zij bij haar inchecken een pakje overhandigd kreeg dat ene Silvio Vartani zopas voor haar was komen afgeven. Met een verzaligde glimlach op haar lippen nam Alma Zichtopzee het foedraal, want dat was het natuurlijk, in ontvangst en trok er zich mee terug in haar suite, één eindeloos lange aangename nacht lang!

Wordt vervolgd

23.2.10



“Misschien bereikt dan toch niet iedereen het einde van de tunnel,” besefte zij ineens en werd toen heel ongerust.

22.2.10

Maar zij kwam wel



“Wel, hier ben ik dan. Je wilde mij iets zeggen.”
“Ja, maar laat maar. Het helpt toch nooit.”

21.2.10

Een aforisme van oom Floris



Een vriend(in) is iemand die je laat krabben op de plaats waar je zelf net niet bij kan.

20.2.10

De octagonen



Ruziënd gingen de vierkanters terug naar huis.

“Ik heb het nog gezegd.”
“Ja.”
“Het was puur verloren tijd, ik weet het toch uit ervaring, met die octagonen valt niet te discussiëren.”
“Jaja, dat weten we nu wel.”
“Ik zei het nog, zelfs een triangel ziet dat de wereld beter vierkant draait!”

19.2.10

Ja ja, zekerheid



Iemand wilde weten of alles ooit nog goed komt, met hemzelf en met de wereld ineens ook maar.

“Gewoon kwestie van een zorgeloos bestaan,” verklaarde hij zijn nieuwsgierigheid.
“Ja hoor.”
“Ja?”
“Zeker en vast!” bevestigde ik nog stelliger. Ik bied de mensen namelijk graag zekerheid als dat in mijn mogelijkheden ligt.

U toch ook?

18.2.10

Gelijklopende belangen?



“Schat van mijn hart, laat mij jouw gids zijn, naar de toekomst toe!”
“Ja, voer mij maar eender waarheen, en vandaag nog als het kan, als het maar uit het heden weg is.”
“Vandaag al?”

17.2.10

Alma Zichtopzee en de zaak van het penseel van de heer (2)



Een wanhopig verzoek

Wanneer Alma Zichtopzee gevraagd wordt om eens uit te wijden over de zaken die haar zijn bijgebleven uit haar welgevulde, maar beslist nog niet boordevolle carrière, dan verwijst zij zeer dikwijls naar de zaak van het penseel van de heer. Dit was een affaire die destijds, op vraag van de betrokken instanties niet veel ruchtbaarheid heeft gekregen in de pers, maar die voor Alma het begin inluidde van lange jaren van strijd tegen een ware Nemesis, tegen een misdadig brein dat in tal van avonturen en avontuurtjes haar pad zou kruisen, kortom: tegen het Absolute Kwaad.

Maar het is nu pas, nu wij eindelijk vrede op aarde kennen, dat het ogenblik is aangebroken om de ware toedracht van dat spannende avontuur publiek te maken, "in de hoop dat de mensheid zal beseffen dat zij steeds alert moet blijven" zoals Alma het onlangs nog ernstig benadrukte, met haar zo typisch indringende stemgeluid.

* * *


Het was op een cruciaal moment tijdens een van de haar zo dierbare sessies van acute sensuele automassage - iets met haar beide voeten achter haar nek geplooid en een gladde houten pollepel - dat Alma Zichtopzee ineens gestoord werd door het bij de meesten onder ons welbekende ploing van een nieuw inkomend e-mail bericht!

"Ik heb je iemand gestuurd met een allerbelangrijkst probleem. Gelieve alles geheim te houden!"

Duidelijk een boodschap van Jan Van Heel, destijds Eerstaanwezend Speurder bij de Belgische Staatsveiligheid. De enige geheim agent die zich bekend wist te maken door zijn berichten nooit te ondertekenen en daarmee de graad van geheimzinnigheid van zijn werk tot ongekende hoogten wist op te drijven.

"Zoveel geheimzinnigheid van Van Heel is wel heel ongewoon, waarschijnlijk overstijgt dit probleem de grenzen van de Belgische Staatsveiligheid," concludeerde Alma mompelend, die, zoals u hieruit onmiddellijk al leert, heel goed tussen de lijnen kan lezen.

Om er zich van te vergewissen dat zij het volledige bericht had gelezen, las zij nog even de disclaimer onderaan de mail, maar die voegde niets meer toe aan de geheimzinnigheid.

In afwachting van de komst van de iemand met een allerbelangrijkst probleem concentreerde Alma zich opnieuw op haar oefening van sensuele automassage, maar was het nu de lichte spanning van verwachting, of de lichte verwachting van spanning die het e-mailbericht had gecreëerd, dat zullen wij nooit zeker weten (want Alma heeft zich hierover nooit uitgesproken), de gladde houten pollepel voelde ineens niet meer zo gezellig glad aan.

Tien minuten later werd er eindelijk aangebeld. Een grote, forsgebouwde kloosterzuster diende zich aan met de vraag of zij Mevr. Alma Zichtopzee de vrouwelijke detective kon spreken en dat zij was doorverwezen door de heer Jan Van Heel, Eerstaanwezend Speurder bij de Belgische Staatsveiligheid.

Alvorens haar identiteit te openbaren bestudeerde Alma nauwkeurig het gezicht en de gestalte van de kloosterzuster. Het was dus zoals net gezegd (om het verhaal een zweem van coherentie te geven) een forsgebouwd mens, bleek van gezicht met net iets te veel donkere snorharen, met ongelijk afgebeten vingernagels, en met een lichaamsgeur die wees op een eerder rudimentair niveau van persoonlijke hygiëne gekoppeld aan een nog niet echt gevaarlijke zucht naar geestrijke drank. Zij zag er ook doodmoe uit, met zwarte wallen onder haar ogen. Duidelijk iemand met een prangend probleem!

"Ik ben Alma Zichtopzee," begroette Alma haar bevestigend, met die toon en timbre in haar stem waarmee zij later nog vele koningen en prinsen tot kalmte zou sussen, "volgt u mij maar naar mijn bureau. Wat drinkt u? Koffie, thee, of iets hartigers?"

"Doe mij maar een cognac." antwoordde de zuster, die zich nog steeds niet had voorgesteld, maar met haar voorkeur toch weer iets meer van haar persoonlijkheid bloot gaf (rechtuit zijn namelijk), "U schijnt de beste te zijn," voegde zij er aan toe, hiermee ook de wil tonende dat zij vlug ter zake wilde komen.

"U bedoelt mijn kennis van de acute sensuele automassage?" antwoordde Alma, omdat haar hoofd op dat moment eigenlijk nog naar die heerlijke bezigheid stond.

"Neen, helemaal niet," antwoordde de nog steeds niet met naam bekende kloosterzuster, zich afvragende wat die houten pollepel in de sofa deed, "ik bedoel uw werk als detective. De heer Van Heel heeft u warm aanbevolen."

"O dàt!" repliceerde Alma, "Och, dat is niet meer dan mijn broodwinning hier op aarde. Ik doe mijn best Zuster...?"

"Pijplip... Moeder Pijplip wordt ik genoemd," antwoordde de kloosterzuster haastig. Ineens was het Alma duidelijk waarom de zuster zich meermaals had laten porren om haar naam te zeggen. Met zo'n naam kon het leven niet makkelijk zijn.

"Mijn geboortenaam is Anja Velstreepe, maar de reden waarom ik kom echter," haastte Moeder Pijplip zich, waarschijnlijk om de herkomst van haar kloosternaam niet hoeven toe te lichten, heeft te maken met de verdwijning van een belangrijk relikwie van onze Orde, ik hoop dat ik toch op uw allergrootste geheimhouding mag rekenen?"

"Uiteraard," stelde Alma Zichtopzee, die tot dan nog NOOIT een geheim had verraden, haar gerust.

"Dan heb ik eerst een vraag. Veronderstel dat er een man of vrouw van Brussel naar Rome reist en dat die persoon kost wat kost moet worden tegengehouden, of liever, dat iets wat hij of zij in zijn of haar bezit heeft Rome niet mag bereiken, zou u dat kunnen bewerkstelligen?"

Alma fronste haar bevallige wenkbrauwen,

"Dat is moeilijk te zeggen, het hangt er van af welke middelen ik mag gebruiken, en met welk voertuig uw man of vrouw zich verplaatst. Onmogelijk is het natuurlijk niet. Moet die persoon in leven blijven?"

Geschrokken keek Moeder Pijplip Alma aan,

"Uiteraard! De zaak is van het allerhoogste kerkelijk belang en moet zo discreet mogelijk worden afgehandeld. Geen geweld of publiciteit dus. Het gaat er in feite om dat een relikwie dat de door ons geviseerde persoon in haar bezit heeft, haar afhandig moet worden gemaakt en terug in onze handen terechtkomen."

"Moeder Pijplip, zeg dan toch meteen dat het om een vrouw gaat, als u dat al zeker weet, zo winnen we veel tijd, en dat relikwie? Wat is dat precies? Hoe groot is het? Weegt het veel? Kom alstublieft ter zake. Alleen met duidelijke feiten kan ik werken," zei Alma berispend.

"Goed," antwoordde Moeder Pijplip boetvaardig, "ik zal u alles vertellen. Het gaat om het penseel van de jonge Jezus Christus op 16 jarige leeftijd, dit Heilige Voorwerp werd uit de monstrans van onze orde gestolen en zal, naar wij vrezen, misbruikt worden om de fundamenten van het geloof te ondergraven..."

"Excuseer U mij Moeder Pijplip," onderbrak Alma Zichtopzee het relaas, "maar wat bedoelt u eigenlijk met "penseel"? Een verfborstel? Bij mijn weten was Christus niet bijzonder kunstzinnig aangelegd, en over welke orde hebt u het hier precies?"
Het bestaan van een dermate merkwaardig relikwie was Alma tot op heden inderdaad onbekend gebleven, en het interesseerde haar ineens bovenmatig, in het kader van haar belangstelling voor de acute sensuele automassage. Dat laatste vooral in geval penseel hier inderdaad betekende wat zij dacht, maar nog opportuun achtte om het woord niet uit te spreken.

"Neen, excuseert ù mij Mevrouw Zichtopzee, ik moet inderdaad duidelijker zijn, dat verwijt wordt mij dikwijls gemaakt. Ik ben Moeder Overste van de Heilige Felationistes, een in de 17de eeuw opgerichte geheime kloosterorde die onder strikt toezicht van het Vaticaan opereert. Met penseel bedoel ik eigenlijk de penis van de Heer. Het behoort tot de missie van de Heilige Felationistes om de drie overgeleverde penissen van Onze Heer Jezus Christus te bewaren en over te leveren aan de volgende generaties, tot theologisch onderzoek, of een Goddelijke Openbaring, duidelijk maakt wat de bedoeling ervan is."

"Driè penissen van Jezus zegt u?" onderbrak Alma Zichtopzee Moeder Pijplip met ongeveinsde verbazing.

"Ja, Het penseeltje van de jonge Jezus Christus op 4 jarige leeftijd en het penseel van de Heer 24 uur na de Kruisafname bevinden zich gelukkig nog in ons bezit, maar het is het penseel van de jonge Jezus Christus op 16 jarige leeftijd, dat door de goedgelovigheid van de bewaakster van de monstransen kon worden geroofd."

"De bewaakster van de monstransen?"

"Ja, de drie monstransen met de respectievelijke goddelijke relikwieën staan achter het altaar in de kerk van ons klooster en worden rond de klok bewaakt door een bewaakster, in dit geval was Zuster Analia verantwoordelijk. Omdat de personen die de relikwieën komen aanbidden altijd doorverwezen worden door het bisdom, is de waakzaamheid echter niet altijd even scherp, omdat wij er van uitgaan dat het bisdom de screening grondig doet. Maar deze keer is er dus iets fundamenteel mis gegaan. Een zekere mevrouw Teufel diende zich aan. Zij maakte met haar zeer doorleefde manier van bidden en haar kennis van schier onbekende religieuze spirituele gezangen zo'n hypnotiserende indruk op Zuster Analia dat, toen zij vroeg om een van de relikwieën van dichtbij te mogen bekijken, en ja, zelfs even vast te mogen houden, Zuster Analia dit zonder enig wantrouwen toestond. Maar van zodra die zogenaamde mevrouw Teufel het kwetsbare relikwie in handen had gooide zij een naar zwavel en bokkenstront ruikende rook- en stinkbom op het altaar en, in de verstikkende rook die opsteeg, ontkwam zij ongezien met medeneming van ons penseel van de jonge Jezus Christus op 16 jarige leeftijd."

"Hemeltje lief!" riep Alma Zichtopzee uit, bij het aanhoren van zoveel onzin.

"Inderdaad," beaamde Moeder Pijplip, die de uitroep interpreteerde als een blijk van medeleven.
"Moeder Pijplip," nam Alma het initiatief, "onder ons, waarvoor dienen die relikwieën echt? Wat doen jullie daarmee?"

"Wel, zoals ik al zei, moet onze orde, onder strikt toezicht van het Vaticaan, de drie overgeleverde penselen van de Heer bewaren en overleveren aan de volgende generaties, tot theologisch onderzoek, of een Goddelijke Openbaring duidelijk zal maken wat de bedoeling van deze nalatenschap van de Heer is. In tussentijd ontwikkelden wij uiteraard zelf een aantal rituelen en deden wij, voor zover mogelijk, onderzoek om uit te maken of uiteraard de voorwerpen zèlf hun geheimen niet kunnen prijs geven. In dat kader staan wij volgende week voor een uiterst belangrijk ritueel, waarin een afgevaardigde van de paus het bestaan van de drie voorwerpen symbolisch moet controleren. U begrijpt dat, nu er een penseel weg is, het niet meer mogelijk is om dat ritueel te volbrengen. De verdwijning van een penseel van de heer kan onmogelijk - zelfs symbolisch - ontkend worden. Te meer omdat het ritueel vergt dat de drie penselen tezamen op één zilveren schaal met wijwater gezegend worden."

Op die manier snapte Alma meteen de urgentie, alsook de mondiale consequenties, voor het katholieke geloof van deze zaak, zeker indien zij niet bevredigend opgelost zou worden.

"U weet zeker dat die mevrouw Teufel met haar penis naar Rome gaat," vroeg ze nogal laconiek.

"Ja, geheime agenten van het Vaticaan hebben haar opgespoord en houden haar nu constant in de gaten. Volgens ons zit er een groepering van satanisten achter deze misdaad. Er bestaat namelijk een document uit de vierde eeuw waarin gewag wordt gemaakt van een sekte satanisten, de zogenaamde Constschilders in den Overdrachtelycken Sinne, die van het bestaan van de penselen op de hoogte zijn en die tot doel hebben ze met een hoogst goddeloze bedoeling in een van de schedels van de Duivel te vermalen tot een duivels poeder, met duivelse gevolgen voor de mensheid."

De duivelse kolder van heel de zaak drong nu helemaal tot Alma Zichtopzee door en zij besloot zich tot de praktische kant van de zaak te beperken.

"Alle duivels! Wat weten jullie over het transport van die penis? Hoe gaat dat in zijn werk?"

"De geheim agenten van het Vaticaan rapporteerden dat mevrouw Teufel - die officieel geregistreerd staat als secretaresse van de Associazione Satanista Italiana met zetel in Rome, letterlijk in de schaduw van het Vaticaan nog wel, overmorgen met een normale lijnvlucht van Paradise Airlines naar Rome vertrekt. Het is zo klaar als vers wijwater dat zij het penseel bij zich zal hebben. Het is evident dat het penseel Rome niet mag bereiken. Kwaadwillig gebruik ervan kan leiden tot niet minder dan de ondergang van het Christelijk geloof en misschien zelfs tot een heilige oorlog. Ik moet u niet uitleggen wat er zou gebeuren mocht een andere gezindheid het penseel in handen krijgen. Mevrouw Zichtopzee, indien u het uit de klauwen van deze sekte kan halen, dan mag u zeker zijn van een plaatsje in het midden op de eerste rij in de hemel."

Alma Zichtopzee monkelde iets onverstaanbaar in de zin van dat zij een andere vergoeding ook bespreekbaar achtte, maar besloot het onderwerp remuneratie of beloning voor later te houden.

"Reist mevrouw Teufel alleen?"

"Neen, wij gaan er van uit dat de satanisten alles zullen doen om te vermijden dat het penseel weer in onze handen valt, zij zal dus wel vergezeld worden door bodyguards."

"En hoe wordt de penis vervoerd? Toch niet gewoon in haar jaszak mag ik veronderstellen?"

"Neen, daarvoor is hij veel te teer en kwetsbaar. De spionnen zijn aan de weet gekomen dat er een bijzonder foedraal is gemaakt. Precies geschikt om een dergelijk voorwerp veilig mee te vervoeren."

"Een speciaal foedraal? Hemeltje lief. U verwacht echt wel een wonder van mij. Hier moet ik over nadenken."

Alma nam een dusdanig nadenkende houding aan dat Moeder Pijplip niet anders kon dan beseffen dat zij van Alma Zichtopzee welhaast het onmogelijke verwachtte en pas toen Alma er honderd percent zeker van was dat dit besef werkelijk tot Pijplip was doorgedrongen, vroeg zij:

"Dat foedraal... weten wij hoe dat er precies uitziet? Of er een handvat aan zit? Afmetingen?"

"Jazeker, de spionnen van de paus leveren geen half werk! Het is gemaakt van zwart kalfsleer, is 55 cm lang en 15 cm breed. Het slot is van koper en er staat met grote zilveren letters, font Helvetica, Size Does Matter op geschreven. U merkt dat de eerste blasfemie al gepleegd is!"

"Is het mogelijk daar een replica van te maken tegen morgenvroeg?" vroeg Alma zakelijk, terwijl in haar hoofd die afmetingen haar aan het denken zetten.

"Dat kan geen probleem zijn, de spionnen wisten te achterhalen wie het foedraal heeft gemaakt."

"En de sleutel?"

"Volgens onze gegevens is die reeds met een speciale koerier naar Rome gestuurd, die info kregen wij echter te laat en de sleutel kon niet meer worden onderschept."

Nu de situatie helemaal duidelijk was, begon Alma Zichtopzee na te denken over een vermetel plan, "Want niets is zo handig als een vermetel plan als dat vereist is," placht en pleegt zij nog te zeggen.

"Moeder Pijplip," zei Alma na een half uur nadenken haast fluisterend, om indruk te maken, "ik bedenk zonet een vermetel plan. Een driest vermetel plan dat, indien het slaagt, hoogst bevredigend voor mij kan aflopen, maar ik zal hulp nodig hebben."

"In België?"

"Neen, onderweg en in Italië, in Rome."

"Dat is geen probleem, onze orde is sterk vertegenwoordigd in Rome, en uiteraard zal ook het Vaticaan u bijstaan."

"Hopelijk met meer dan alleen gebeden." mompelde Alma gemelijk.

"Maakt u zich geen zorgen, wij zorgen voor voldoende materiële en logistieke steun. Daar mag u op rekenen."

"Goed, wacht hier dan even, dan schrijf ik mijn plan en enkele instructies op voor de personen die mij moeten bijstaan."

Tien minuten later overhandigde Alma aan Moeder Pijplip een dichtbeschreven A4'tje, "Maakt u zich alstublieft geen illusies. De kans op slagen is zeer klein. Hoe ziet die mevrouw Teufel er eigenlijk uit."

Zo goed en zo kwaad mogelijk beschreef Moeder Pijplip de dame in kwestie.

"Goed, zorg dat ik mee kan met de vlucht van Paradise Airlines naar Rome, daarmee staat of valt heel mijn plan."

Na dit alles, met haar gladde houten pollepel alweer in de hand, liet zij zonder verdere plichtplegingen Moeder Pijplip uit.

Wordt vervolgd...

16.2.10

Alma Zichtopzee en de zaak van het penseel van de heer



Proloog

Bloedstollend mooi, ravenzwart haar (op donderdag en vrijdag), fijne efficiënte handen, de ogen van een vorser, sierlijk als een gezonde zwaan, ... Het zijn maar enkele van de indrukken die Alma Zichtopzee maakt op eenieder die het voorrecht geniet haar voor het eerst te ontmoeten.

Alma Zichtopzee, de bescheiden doch wereldvermaarde detective van buitenaardse afkomst die door het tijdig oplossen en/of verijdelen van gruwelijke misdaden, misdrijven en overtredingen beslist al meer dan één keer de loop van de wereldgeschiedenis heeft beïnvloed is waar zoveel mannen bang van zijn: een vrouw uit één stuk!

De meest tegengestelde overheden, instellingen en notabele figuren deden al, met succes, beroep op haar diensten en kwamen nooit bedrogen uit. Mevrouw Zichtopzee's bijzondere gaven, waaronder - op zekere hoogte - het gedachtenlezen, bieden als het ware vooraf al een garantie op de goede afloop!

Een wel héél bijzondere eigenschap is haar vergevorderde theoretische en praktische kennis van de technieken van de sensuele automassage, die zij zich na haar aankomst op aarde eigen heeft gemaakt met het enthousiasme waarmee bijvoorbeeld westerlingen zich op het Zenboeddhisme storten, en waartoe zij met graagte haar toevlucht zoekt telkens als een bepaalde zaak een bepaalde mate van onthechting of geduld, of beide vergt! In die intense momenten belichaamt onze detective op en top de ontmoeting van lichaam en geest!

Welnu, het is mij een waar genoegen om de lezer en de lezeres in enkele afleveringen een van de vroege avonturen van deze opmerkelijke vrouw te mogen voorstellen, en dat niettegenstaande tal van vooraanstaande kranten en literaire magazines hun ogen al op deze primeur hadden laten vallen. Waarschijnlijk is de innige band van vertrouwen die er in de loop der jaren tussen mij en Alma is gegroeid, hier niet helemaal vreemd aan!

"Alma Zichtopzee en de zaak van het penseel van de heer" biedt ineens ook een uitgelezen kans eens een licht te laten schijnen op de manier waarop Alma Zichtopzee zich belangeloos weet in te zetten voor eender welke zaak, en dat zij zich daarbij geenszins door pecuniaire overwegingen leiden laat!

Ik stel voor dat u vandaag op tijd naar bed gaat om morgen monter de eerste aflevering te lezen te krijgen.

Wordt vervolgd...

15.2.10

De tango van het leven



“Maar wij zijn toch geen dwergen?”
“Tuurlijk niet schat, hoe kom je dààr bij? Wij zijn gewone mensen die klein worden gehouden.”

14.2.10

Een andere verhouding



“... alweer op reis?”
“Ja Marga, precies, net nu ik het nodig vind om aan een andere verhouding tussen verdriet en pijn in ons huwelijk te werken.”
“Jeetje! Kan ik met iets helpen?”

13.2.10

Waarlijk welkom!



Geringschattend keek de roodhuid mij aan met zijn jagersogen, gewend om de nietigste verschillen die zich voordoen in elk seizoen van de natuur in zich op te nemen en de betekenis ervan te herkennen. Onder die priemende blikken was het alsof ik lucht werd en het verhaal dat ik hem zou opdissen om hem een gunst te ontfutselen ontglipte mij gelijk de levensmoed van een veroordeelde om wiens hals de strop wordt aangeknoopt. Neen, ik dorst hem plots niks meer te vragen.
Een stralende glimlach verscheen toen op zijn lippen en hij sprak:
“Waarlijk welkom is de man die geen vragen heeft, maar slechts met ons het glas wil delen!”
Zo raakte ik mijn voorraad Whisky kwijt.

12.2.10

Een aforisme van oom Floris



Denk goed na: de gulden middenweg is niet de kortste!

11.2.10

Wat niet waar kan zijn



Hij trok aan mijn mouw en stelde een voor hem blijkbaar belangrijke vraag:
“Bent u ook ongrijpbaar? Iedereen die ik ken is ongrijpbaar!”
“Dat is omdat niemand zijn innerlijke gevoelens te grabbel wil gooien,” riep ik hem toe.
“Zijn die dan zo belangrijk, die... innerlijke gevoelens?”
“Ja hoor. Sommigen slagen er in ze totaal te onderdrukken. Zij zijn absoluut ongrijpbaar.”
“O ja? En wat onderdrukken zij dan bijvoorbeeld”
“Waarheden.”
“Maar dat kan toch niet waar zijn?”
“Precies, dat denken zij ook.”
Toen wist ik mij aan zijn greep te ontworstelen, waardoor ik aan bijkomende vragen ontsnapte.

Jan en Ingrid (Besoin d'aimer)



“En Jan, nog last van je besoin d’aimer de laatste tijd?”
“Ach Ingrid, wat moet ik zeggen...”
“Ja, we moeten daar iets op vinden. Dit kan zo niet blijven duren.”

10.2.10

Religiositeit



Soms worstel ik met mijn aanleg voor religiositeit. Ja, u lacht, maar ik zit er toch maar mee. Voorlopig slaag ik er nog in mezelf voor te houden dat het maar bevliegingen zijn, maar wie zal zeggen hoe het evolueert?
Ik kan ineens stemmen horen. Dat hoeft natuurlijk niet per se iets te maken te hebben met religie, maar toch, als u wist welke boodschappen ik doorkrijg, dan zou u ook gaan twijfelen. Het klinkt soms heel aannemelijk.
En wat is dat eigenlijk, religiositeit? Het is een woord dat heerlijk door de mond rolt, maar waarover, dat vermoed ik toch, weinig consensus bestaat op mondiaal vlak. Maar hoeft dat een belemmering te zijn? Misschien is er wel oor naar mijn boodschap?
Anderzijds ga ik nog altijd door voor een mens met gezond verstand.

9.2.10

Ik neem het nauw



Hij zei dat hij onzichtbaar was, en daarom dus heel bijzonder. Maar ik wees hem er op dat zijn hoofd en voeten wèl nog zichtbaar waren en dat hij zich bijgevolg nu ook weer niet zò bijzonder moest voordoen. Daar schrok hij wel even van, dat ik het zo nauw neem.

8.2.10

Het gevolg (Misdadig sonnet)



De kogel ging dwars door zijn hart
en verliet zijn lichaam ergens onder
zijn rechteroksel. Niemand zou hier
lang bij hebben stilgestaan als dit

schijnbaar onbelangrijke voorval niet iets
aan het licht bracht wat Lord Everlife, onze
vermaarde gentleman/detective, al jaren lang
vermoedde, namelijk dat hij onsterfelijk was.

Het gebeuren was niet
van dien aard dat hij er
zijn levensstijl door veranderde,

maar had wel als gevolg dat
het geboefte in de stad er voortaan
wel rekening mee ging houden!

7.2.10

Het onvertelde verhaal



Na lange jaren van onverteldheid dook het ineens weer op. Niemand van ons, zeker de jongsten niet, wist nog precies wat het eigenlijk betekende, maar het feit dat het er ineens was moest wel op iets dieper wijzen. Toch maakte niemand aanstalten om het te vertellen. Alsof onverteldheid geen rechten heeft en dat wij die niet hadden leren respecteren.
Tot het zich tegen de jongste, M., aanschurkte. M. die tot dan toe nog nooit iets te vertellen had gehad greep meteen zijn kans en vertelde het hele verhaal, àlles, onverkort, met alle details, in een duizelingwekkende vaart. Niets of niemand ontziend. Toen hij eindelijk was uitverteld, waren we doodstil. Niet zeker of we nu mochten lachen of moesten huilen. Want er zijn nog meer onvertelde verhalen.

6.2.10

Hard bijten aan de linkerkant



“Zo, ik heb die cyaankaliampul in je holle kies geplaatst. Je weet nu wat je te doen staat als je weer eens gevoelens krijgt voor een getrouwde vrouw: hard bijten aan de linkerkant!”
“Dank je wel tandarts. Ik hoop dat het niet nodig zal zijn.”

Petit frère



“Wat goed zus, dat je je amant eens uitnodigt, zo eten we nog eens uit het goed servies.“
”Wil je wel eens ophouden met die rare woorden te gebruiken? En onthou het deze keer, de kleine is je petit frère.“
"Ja ja, ik kan er maar niet aan wennen."

5.2.10

Sombere gedachten



Hij was erg goed in het vormgeven van sombere gedachten, maar er kroop wel veel tijd in.

4.2.10

Geruststelling



"Aha, zo doen zij het dus!"
"Wij toch ook?"
"Ja, een hele geruststelling. Zo abnormaal zijn we dus ook weer niet."

3.2.10

De gedachte



"Het was een machtige gedachte. Een gedachte die je slechts in je meest lucide moment kan te binnen schieten.

Nooit eerder, en nooit weer, had ik zulk een machtige gedachte. Ik heb er lang van genoten. Alles klopte. Ik had in mijn hoofd zelfs nog ruimte over om te beseffen dat het niet alleen allemaal logisch en chronologisch klopte, maar ook lateraal en synchronisch! Wat een gedachte!

Als een ander en meer bedreven denker dan ik op deze gedachte zou komen, dan zou hij (of zij) die beslist opschrijven en zou de wereld er beslist anders aan toe zijn. Dat besefte ik allemaal, terwijl ik in stilte van mijn gedachte lag te genieten. Door gebrek aan ervaring echter verslapte na een poosje mijn aandacht.

Ik heb later nog dikwijls geprobeerd om mij die machtige gedachte opnieuw te herinneren. Het logische, chronologische, laterale en synchronische er van, maar het wil niet meer vlotten. Ook omdat ik recent niet alleen meer denk, maar ook begin te voelen."

2.2.10

Een tip



Wie de modale man in zijn eigen habitat, dikwijls thuis genoemd, wil observeren, doet er goed aan de routes en de tijdstippen van zijn dagelijkse tochten te bestuderen. Meestal biedt dat een accuraat beeld van zijn bestaan en denken. In sommige gevallen zal u zijn sporen moeten lezen, maar dat kan geen probleem zijn, die vind je overal.

1.2.10

De meest verlegen vrouw van het land



Er waren meerdere redenen waarom de meest verlegen vrouw van het land zo moeilijk te benaderen was. Zij zag ons meestal ook al van ver komen.