31.10.09

Het welzijn van de mensheid om specifiek te zijn



“Ik zou wel eens willen weten of u nog veel van die liefdesbrieven schrijft, ik ben namelijk geïnteresseerd in uw gevoelsleven, in verband met het welzijn van de mensheid om specifiek te zijn.”
“Eigenlijk niet zo heel veel meer.”
“Niet zo heel veel meer?”
“Precies, een en ander is ondertussen weggesleten, vandaar…
“O? Dank u. Dit kon wel eens belangrijk zijn.”

Pech voor Timmie



Kijk.
Dat is Timmie.

Timmie is een jongen.
Timmie is een bijzondere jongen.

Is Timmie een bijzondere jongen?
Ja hoor, Timmie is een heel bijzondere jongen:
Timmie blijft heel zijn leven eenzaam!

Waarom?
Waarom blijft Timmie heel zijn leven eenzaam?

Timmie blijft heel zijn leven eenzaam omdat hij het leven ernstig neemt.
Blijft Timmie heel zijn leven eenzaam omdat hij het leven ernstig neemt?
Ja, Timmie blijft heel zijn leven eenzaam omdat hij het leven heel, héél ernstig neemt.

Waarom?
Waarom neemt Timmie het leven heel, héél ernstig?

Timmie neemt het leven heel, héél ernstig omdat hij het leven niet kent.
Neemt Timmie het leven heel, héél ernstig omdat hij het leven niet kent?
Ja, Timmie neemt het leven heel, héél ernstig omdat hij het leven helemaal niet kent.

Leert Timmie ooit het leven kennen?
Ja hoor, Timmie leert ooit het leven kennen.

Nou dan?
Dan is het te laat!

30.10.09

Jan en Ingrid (in de eenzaamheid van Ingrid)



"Wat scheelt er Ingrid, je hebt de hele tijd nog niks gezegd?"
"Ach Jan, het is weer hetzelfde als altijd... ik kan mij soms toch zo eenzaam voelen."
"Maar Ingrid, hoe dikwijls moet ik het nog zeggen, nodig dan eens een paar van je vriendinnen uit, je hebt er zo veel. Gewoon, de meisjes onder elkaar! Dan ga ik ondertussen wel vissen!"

29.10.09

Piet maakt het goed!



"Alsjeblieft Mien, en dat het mij heel erg spijt."
"Ach wat lief Piet, en hoe origineel! Alles is vergeven en vergeten."
"O Mien!"
"O Piet!"

28.10.09

Een aforisme van Oom Floris



Is het niet curieus dat zij die drinken om te vergeten, nooit vergeten te drinken?

27.10.09

De SGAG-factor



(Waarom niet alle goede mensen in de hemel komen)

Het is een feit dat niet iedereen in de hemel komt. Het is eveneens een feit dat er dikwijls mensen in de hemel komen van wie men dat helemaal niet verwacht.

Vaak is mij, als bevoorrecht hemelkenner, gevraagd om op een bevattelijke manier dit fenomeen eens toe te lichten. Aangezien ik meen dat een beter begrip van deze materie het geestelijk welzijn in onze samenleving alleen maar kan in de hand werken, ga ik volgaarne in op deze vraag.

Welaan, waarom komen er dikwijls mensen in de hemel van wie dat op het eerste zicht totaal niet wordt verwacht? Wel, heel eenvoudig uitgedrukt, dat heeft te maken met het Soortelijk Gewicht van hun massa Aangeboren Goedheid, of in vaktermen: de SGAG-factor.

Slechteriken, zeg maar alle mensen met een SGAG-factor die lager is dan 3 (op een schaal van 0 tot 20), beschikken omgekeerd evenredig met die lage SGAG-factor over een enorm groeipotentieel om met goede daden en welgemeende vrome gedachten zichzelf te verbeteren. Hoe meer een slecht mens zich door het goede te doen en het kwade niet te denken of te wensen punten scoort op zijn persoonlijke SGAG-curve, hoe vlotter hij in aanmerking wordt genomen om in de hemel te worden toegelaten. Het is zoals u wel weet alom bekend dat God dikwijls iets toeschietelijker is voor bekeerde booswichten dan voor trouwe, dagdagelijkse gelovigen.

Goede mensen, volk dat, zelfs als het zou willen, gewoonweg niet in staat is om iets écht slechts te bedenken, laat staan het ook nog uit te voeren, komen op aarde met een SGAG-factor tussen 8 en 12. Nu zou men kunnen denken dat dàt toch een veilige voorsprong moet bieden! Wel, ik zeg u onomwonden, eerder het tegendeel is waar: God heeft de SGAG - methodiek precies ontwikkeld om te vermijden dat een te grote groep mensen, de facto, omwille van hun aangeboren braafheid, zomaar een gratis ticket voor de hemel zou krijgen. Voor God behouden brave mensen, zij die altijd doen wat van hen wordt gevraagd evenzeer de plicht om hun SGAG-factor te verbeteren! Puur braaf zijn is zeker niet genoeg.

Alles draait rond deze ogenschijnlijke tegenstelling. De reden van deze op het eerste zicht onlogische manier van selecteren zit hem in het alom bekende feit dat goede mensen, bijvoorbeeld pastoorsmeiden of dorpskwezels, zo doortrokken zijn van het goede, en zo begaan zijn met het stellen van goede daden en het bedenken en onderhouden van goede gedachten, dat zij vaak totaal geen oog hebben voor de gevolgen daarvan. Gevolgen die niet zelden desastreuze proporties aannemen. In hun goedheid, weze het in woord of met de daad, richten mensen met een hoge SGAG-factor vaak de meest onbeschrijflijke schade aan, veroorzaken zij dikwijls niet te peilen en haast onstelpbaar verdriet. Dat alles zonder dat zij zich daar in de verste verte ook maar van bewust zijn. Denken wij maar aan de bedenker van de trouwring!

Het is met de SGAG-methode dat God voor zichzelf, maar zeker ook voor zijn personeel aan de hemelpoort, een tool heeft gemaakt die toelaat om, mits een eenvoudige optelsom (weliswaar aangevuld met een kort evaluatiegesprek over hoe bewust de betrokkene door het leven is gegaan) op een objectieve manier te beslissen of iemand al dan niet in de hemel mag.

Gaarne hoop ik met deze korte uiteenzetting iets duidelijk te hebben gemaakt over de toelatingsprocedure om in de hemel te geraken en dus tevens op de vraag waarom niet alle goede mensen in de hemel komen.

26.10.09

Eens zijn



"Kunnen we het nu niet over één ding eens zijn? Dat het regent!"
"Ja, jij zegt dat nu wel, maar..."

25.10.09

Kus



"U hebt mij gekust," zei de vrouw.
"Ik? Dat is onmogelijk. Ik sliep," antwoordde de man.
"U deed het in uw slaap."
"In mijn slaap? Hoe komt u daar bij?"
"Het was een zachte, tedere, heel bewuste kus. Erg aangenaam."
"Tja... dat klinkt wel als een kus van mij," twijfelde de man nu, "... en heb ik u daarbij omhelsd?"
"Neen," zei de vrouw met spijt in haar stem, "U legde wel zacht uw hand op mijn schouder."
"Ja, dan moet ik het wel geweest zijn," gaf de man toe. Zichzelf nu helemaal herkennend.
"Kust u dikwijls?" vroeg zij.
"Neen, ik heb het al heel lang niet meer gedaan. Ik droom er wel eens van soms, van kussen."
"Nou, u zou het meer moeten doen."
"Denkt u?"

24.10.09

Misschientje en de mannen die nooit vragen stellen.



"Kijk nu, ze zijn allemaal vertrokken!" fluisterde Misschientje muisstil, zodat maar een paar muizenmannetjes het konden horen.
"Wie Misschientje? Wie is er vertrokken?"
"De mannen die nooit vragen stellen. Ze zijn in alle stilte zomaar weggegaan, met al hun vragen."
"O, o, o... dat loopt nooit goed met hen af!" piepte de oudste, die zelf ook met vragen zat.
"Precies," zei Misschientje, meer tegen zichzelf eigenlijk, "dat vrees ik nu ook. Zo zonder antwoorden, hoe lang houden ze dat nog vol?"


Versie 1.0
"Kijk nu, ze zijn allemaal vertrokken!" fluisterde Misschientje muisstil, zodat maar een paar muizenmannetjes het konden horen.
"Wie Misschientje? Wie is er vertrokken?"
"De mannen die nooit vragen stellen. Ze zijn in alle stilte zomaar weggegaan, met al hun vragen."
"O, o, o... dat loopt nooit goed met hen af!" piepte de oudste.
"Precies," zei Misschientje, meer tegen zichzelf eigenlijk, "dat vrees ik nu ook. Zo zonder antwoorden, hoe lang houden ze dat nog vol?"

23.10.09

Praat tijdens de vaak



"Huhhewehanuwaahaahaape?"
(1)

(1) "Zullen we dan nu maar gaan slapen?"


Voorzichtig Japans spreekwoord



Alleen door stap voor stap
omhoog te klimmen
raakt men uit de mist
en aanschouwt men de top van de Fuji

(tenzij men zich van berg heeft vergist natuurlijk)

22.10.09

Mooi!



"Mooi! En weet je vrouw het al, dat jij gaat scheiden?"

21.10.09

Moeder



"Zeg, waar blijft moeder nu?"
"Ja, nu neemt ze wel erg lang haar tijd, wacht, ik zal eens gaan kijken."

20.10.09

Een aforisme van Oom Floris



In het leven moet men heel wat leren laten, het begint meestal met winden!

Jan en Ingrid en de grote verdwijntruc



"Wat zullen we nu krijgen Jan, je gaat toch niet goochelen?"
"Jawel Ingrid, dat is een leuke en nuttige hobby."
"En wat leer je nu? Toch niet de magische verdwijntruc?"
"Hoe raad je het Ingrid, binnenkort verdwijn ik helemaal uit je leven!"

18.10.09

Een vingerhoedje



Onderweg naar het huis waar een man alle soorten van liefde krijgt zonder zich daarvoor in te spannen, langs een steil en schier ontoegankelijk bergpad, zat een klein jongetje zacht te schreien. Ik sprak hem aan met enkele schijnheilige woorden:

"Knaapje, wat zit gij hier te schreien? Niet ver van hier staat toch het huis van volmaakt geluk?"

Zoete woorden die ik echt niet meende, omdat ik dacht dat hij zulks toch niet begreep.

"Ja meneer, mijn vader is er al, maar ik mocht slechts mee tot hier en niet verder, en moet hier op hem wachten. Maar welke man komt ooit terug eens hij het volmaakt geluk gevonden heeft...?"

"Gij spreekt wijze woorden,"

antwoordde ik onder de indruk van het inzicht dat deze knaap op zijn jonge leeftijd al had verkregen in wat er zoal roert in een mannenhart,

"Als ik je vader zie stuur ik hem aanstonds terug,"

beloofde ik.

"... en hij is zijn vingerhoedje vergeten,"

snikte het ventje alsof ik niets had gezegd.

"Vingerhoedje? Welk vingerhoedje?"

"Maar meneer,"

antwoordde het manneke al even verbaasd als mijn woorden geklonken hadden,

"Weet u dan niet dat u, die het huis waar een man alle soorten van liefde krijgt zonder zich daarvoor in te spannen, om binnengelaten te worden, een vingerhoedje vol van welgemeende vreugdetranen meebrengen moet van de vrouw die u met onbezwaard hart heeft laten gaan, omdat zij beseft dat zij u niet gelukkig maken kan?".

Het was of ineens de rotsbodem onder mijn benen veranderde in pap.

"Jongen,"

vroeg ik na te zijn bekomen,

"Hebt gij hier al veel volk zien passeren?"

"Nog niet zo heel veel meneer,"

klonk het wijs uit zijn mondje,

"maar ik zit hier nog maar driehonderd jaar."


Versie 1.0

Onderweg naar het huis waar een man alle soorten van liefde krijgt zonder zich daarvoor in te spannen, langs een steil en schier ontoegankelijk bergpad, zat een klein jongetje zacht te schreien. Ik sprak hem aan met enkele schijnheilige woorden:
"Knaapje, wat zit gij hier te schreien? Niet ver van hier staat toch het huis van volmaakt geluk?"
Zoete woorden die ik echt niet meende, omdat ik dacht dat hij zulks toch niet begreep.
"Ja meneer, mijn vader is er al, maar ik mocht slechts mee tot hier en niet verder, en moet hier op hem wachten. Maar welke man komt ooit terug eens hij het volmaakt geluk gevonden heeft...?"
"Gij spreekt wijze woorden,"
antwoordde ik onder de indruk van het inzicht dat deze knaap op zijn jonge leeftijd al had verkregen in wat er zoal roert in een mannenhart,
"Als ik je vader zie stuur ik hem aanstonds terug,"
beloofde ik.
"... en hij is zijn vingerhoedje vergeten,"
snikte het ventje alsof ik niets had gezegd.
"Vingerhoedje? Welk vingerhoedje?"
"Maar meneer,"
antwoordde het manneke al even verbaasd als mijn woorden geklonken hadden,
"Weet u dan niet dat u, die het huis waar een man alle soorten van liefde krijgt zonder zich daarvoor in te spannen, om binnengelaten te worden, een vingerhoedje vol van welgemeende vreugdetranen meebrengen moet van de vrouw die u met onbezwaard hart heeft laten gaan, omdat zij beseft dat zij u niet gelukkig maken kan?".
Het was of ineens de rotsbodem onder mijn benen veranderde in pap.
"Jongen,"
vroeg ik na te zijn bekomen,
"Hebt gij hier al veel volk zien passeren?"
"Nog niet zo heel veel meneer,"
klonk het wijs uit zijn mondje,
"en ik zit hier toch al driehonderd jaar."

Einde en begin



Altijd alles opnieuw.

16.10.09

De omgekeerde wereld



Het was kort na de eerder toevallige ontdekking van de handstand dat wetenschappers van de omgekeerde wereld de aarde ontdekten in haar ware vorm.
"Hé..." besefte J. die de ontdekking deed, toen hij er voor de allereerste keer in slaagde op zijn handen te blijven staan en in die houding voor het eerst onze planeet in het oog kreeg: "de omgekeerde wereld!"

De zijne zou nooit meer dezelfde zijn.

13.10.09

Nog iets?



“En, is er nog iets wat ik moet weten?”
“Neen schat.”

12.10.09

Jan en de reis naar Portugal



À propos Hugo, zwijg over die reis naar Portugal hé, dat zou Ingrid nooit begrijpen.”

10.10.09

Misschientje en het hart van een verliefde man



"Wat zit er in dat mandje?"
"Ach, niets bijzonder Misschientje, dit is het hart van een verliefde man. Ik kijk er dikwijls naar."
"Het hart van een verliefde man? Je bedoelt dat er nu een man rondloopt zonder har..."
"Natuurlijk Misschientje. Meer dan één zelfs. Hier, je mag het ook eens bekijken."
""M.maar wat gebeurt er met die mannen zonder hart?"
"Niets Misschientje, die vullen dat gat wel op. Mannen zijn vindingrijk hoor."

8.10.09

Toneelstuk voor 3 actrices.



(vriendin 1) "... en toen zei hij dat ik er rekening mee moest houden dat de kans altijd bestond dat hij nog eens verliefd zou worden op een ander."
(vriendin 2) "Ja, op mij dus!"
(vriendin 1) "Ja, maar dat vertelde hij er niet bij."
(vriendin 2) "hahahaha...."
(vriendin 3) "Benieuwd hoe hij het verder aan boord zal leggen."

Volg mij



"Zou je dat wel doen, jezelf groter voordoen dan je bent?"
“Zullen ze het merken, denk je?”
“Tja…”
“Ik wil respect zie je.”
“Dat begrijp ik, maar...”
“Goed dan, ik ga eerst naar buiten, volg mij!”

6.10.09

De komst van het geluk!



Het geluk zou wel komen, daar twijfelden wij, die al heel wat hadden zien komen, niet aan. We begrepen wel dat er geen groots en opvallend spektakel zou aan voorafgaan, maar daar konden wij, die toch vooral op het geluk zaten te wachten, wel mee leven.

Maar een klein signaal, een discreet gebaar om onze aandacht te trekken op haar aankomst hadden wij wel geapprecieerd, want, zo bleek enige jaren later, toen wij ons begonnen af te vragen waar het bleef, bleek dat het al weer weg was.

5.10.09

Shoppen



"En? Wat schrijft hij? Nee wacht, laat mij raden: hij wil over zichzelf nadenken! Of beter: hij houdt nog van zijn vrouw! Och kindje toch, was je gezicht, dan gaan we eens gezellig shoppen. Dat heb je nu wel nodig."

3.10.09

Voor later



Ooit kwam een droomschip langs en ik hielp het aanmeren.
Onder de indruk van mijn kunnen - dacht ik - riep de kapitein mij bij zich, boven op de brug.
"Er is een bericht voor jou aangekomen."
"Een bericht?" stamelde ik verbaasd, "Wat voor bericht kan dat wel zijn. Wie weet dat ik op een droomschip ben?"
"Het is een kort bericht, voor later. In code, maar ik wil het je wel voorlezen," bood de kapitein vriendelijk aan.
"Ja, dat is goed," zei ik, want ik houd van duidelijkheid.
En toen las hij voor:

JIJ WORDT LATER VAST NIET ERG GELUKKIG

"Wat betekent dat?" vroeg ik verbaasd.
"Ach, maak je maar geen zorgen," zei de kapitein met een knipoog, "het is maar voor later."

2.10.09

Truukjes



"Zeg Freddy, dit is toch niet weer een van die truukjes van jou om met mij alleen te zijn?"

1.10.09

Urinekuur



"Ze zullen zich toch niet vergist hebben met die urinekuur waar ze zo hoog mee op lopen?"